maandag 13 mei 2024

Een tafel vol vlinders




Een tafel vol vlinders
is het boekenweekgeschenk voor 2009 en geschreven door Tim Krabbé.

Fred is als een tweede vader voor Bram. De jongen is de zoon van een kortstondige liefde. Hij wil hem niet loslaten als de relatie eindigt. Zelfs niet als zijn moeder Nicolien gaat trouwen met een ordentelijke tandarts. Er is een stoet vrouwen in zijn leven. Hij ontmoette Nicolien vanwege een bezoek aan Becky die een kamer bij haar huurde voor avontuurtjes en na Nicolien komen we Geertje en Carla nog tegen.

Niet alleen kunnen Bram en Fred het goed met elkaar vinden. Bram zou bovendien een belangrijke rol spelen in zijn ontwikkeling als schrijver van reisverhalen. Fred bereid Bram voor op een leven als authentiek mens en stuurt hem in de richting van een geweldig goed schrijver met veel gevoel voor stijl. De ouder, ook de surrogaat vader, kan veel, teveel, vragen van een kind. De reden van die druk wordt samengevat in de zin: “Ik heb hem gebruikt om zelf geen confectiemens te worden.”

Fred vormt zich nog een beeld van zijn zoon. Volgens de achterzijde van het geschenk:

“En Bram was zijn zoon. Juist omdat hij het niet was – van je eigen zoon zou je verplicht zijn te houden. Waardoor je altijd moest twijfelen of je het wel echt deed; van Bram hield hij omdat het Bram was.”
Maar dat betekent niet dat hij ook werkelijk ziet wat er in het leven van de jongen gebeurt. Het betekent evenmin dat dit tot een goede afloop leidt. Over het verleden wordt te gemakkelijk heengestapt door vooral verwachtingen voor de toekomst te hebben. En de dwingende invloed kan destructief zijn.

Vrouwen en tienerseks spelen een belangrijk rol in het geschenk. Het neuken in bed en op een veldje is een passend en niet te plastisch neergezet deel van het verhaal en de vrijerijen zijn daardoor net geen fantasieën over de top, neergepend door een 65 jarige schrijver. De fantasie van Bram om zijn halfzusje en -broertje met een fonduevork om het leven te brengen is gruwelijk, maar leidt naar de ongemakkelijke constatering dat de mens monsterlijk kan zijn, ook in een verder voorbeeldig leven. Die constatering schuurt ook, maar meer op een filosofische manier, al is de gedachte bekend en verre van origineel..

Het is vooral een boek over opgroeien, opvoeden, en projectie, en daardoor voor veel mensen interessant. Het is bovendien met negentig in een heldere taal geschreven pagina's geen kluif, maar een tussendoortje.


Geen opmerkingen: