Bloesem tocht (2014) is een boek van Rodaan Al Galidi. Al Galidi is een Nederlandse schrijver met een Iraakse achtergrond. Hij is hier als vluchteling gekomen. Hij schreef over vluchtelingen en hun gebrekkige opvang in de romans Holland (2020) en Hoe ik talent voor het leven kreeg. Bloesem tocht speelt in een dorp aan de rivier, de Mermeries, van een land dat ongenoemd blijft. Maar ook in dit verhaal komt 'de vreemdeling' voor. Dat is iemand die moet kruipen in plaats van lopen, glimlachten in plaats van schreeuwen en het gif van anderen moet slikken in plaats van het uit te spugen. Zo werden naast de wondere wereld van het dorp en passant de Hollandse naarlingen ook op de korrel genomen, hoewel het verhaal niet in zijn nieuwe thuisland speelt.
Bloesem
tocht begint met een tweeledige opdracht:
Voor de aarde, omdat je ons nog draagt
Voor mijn moeder, omdat je me ooit gedragen hebt
De roman beschrijft de zoektocht van een jongen naar wat er
achter de jacht op appelbloesem verborgen zit. Zijn opa gaat ieder
jaar als de bloemen aan de boom hangen op zijn ezel Miraan – die steun,
klankbord en adviseur is – op die tocht en wordt daarbij geleid door de geur
van een tak van de boom.
De ezel staat centraal in het boek en dient om de mooie maan en de stille wereld te dragen. Ezel en
opa (maar vooral die tweede) bereiden de kleinzoon voor op het leven.
Onderdeel van die levenslessen zijn de mooie kanten, maar ook de
Angst, Dood, Twijfel e.d. waarover opa vertelt. Deze verschijnselen komen als personen
voorbij en soms praten ze met de jongen van achter de boom op de top
van de heuvel. Je moet hierbij als vanzelf aan het vijftiende eeuwse Elckerlyc denken.
In het dorp waar zij, andere dieren, familieleden en dorpelingen leven, hebben de dieren namen en de mensen niet. Opa probeert alle
nieuwlichterij buiten te houden en denkt dat dit daarbij helpt. Hij verbiedt de bewoners gewoonweg een naam te hebben. Hij vormt de wereld zoals hij denkt
dat ze moet zijn. Dat is zeker niet altijd slechter dan ze is. Dieren
hebben er bijvoorbeeld rechten net als mensen. Maar anderzijds wie zich niet
houdt aan zijn regels bijt hij of bindt hij vast onder het bijennest.
Zijn visies worden uitgewerkt in een vrijwel oneindige hoeveelheid
verhalen.
![]() |
| Van wiki pagina over de buulbuul. |
Als zijn kleinzoon vraagt
wat wordt bedoeld met de bloesem tocht, antwoord hij: “Kleine,
dat zul je op een dag weten maar nu nog niet.” Maaar met die vraag zijn we vertrokken op het pad van het leven en wat die tocht met zich
mee brengt. De geur van de bloesem, de boom die in de aarde steekt en
tot aan de hemel reikt, en met op zijn takken de buulbuul (zo leer ik
als lezer van het bestaan van dat vogeltje), wijst de weg die de ziel zelf wil gaan (anders dan het lichaam dat
het pad van anderen wil volgen).
Bomen spelen een hoofdrol in het
boek. Alleen zo komt het bedankje aan de aarde uit de opdracht al
terug.
De
verhalen die in het boek verteld worden, willen van de kleinzoon geen
held maken. Heldendom wordt vergeleken met je vastbinden op een
bootje met wat eten en je dan met de stroom mee van de rivier de zee
op laten voeren. Dat is hersenloos. Die aversie tegen moed komt ook terug in de uitleg
waarom opa zijn wijsvinger mist. Hij is afgehakt door de Engelsen
toen hij nog een kind was, zodat hij de trekker niet over kon halen.
Je hebt zo'n vinger alleen nodig als je domoor bent, meent hij op
latere leeftijd. Het schieten lokt immers alleen maar narigheid uit. Hij bewaart hem als blijvende waarschuwing in een doosje. Oorlog,
geweld en de afkeer daaraan komen meer terug. Al Galidi komt uit een
land waar lange tijd oorlog woedde. Lafheid is het geheim om in leven
te blijven. Het is belangrijker dan het getamboereer op de trommel
van de dapperheid.
Wat God in een van de vele verhalen het meest
beangstigde was het “woedende
ijzer, harder dan de duivels, dat tussen hemel en aarde vloog om neer
te vallen en op te stijgen.” In
een ander verhaal is de Vrede een personage dat zegt: “Hoe
spijtig dat de mensen niet meer het verschil kennen tussen mij en de
oorlog. Daarom sturen ze soldaten naar mij en boze mannen,
moordenaars, politici, mannen van God en mannen van de duivel.” Een personage in een vertelling, die zoekt naar de vrede wordt onnozel genoemd en uitgelachen. Toch gaat hij tegen die weerstand in eigenzinnig op zoek. Als hij de
vrede vindt bevalt dit hem uitermate goed.
Onder
aan een pagina staat de vraag van de kleinzoon aan zijn opa:
“Hadji, wat is een gouden eeuw?” Weer
komt Nederland terloops terug in het boek.
Al Galidi draait niet om de hete brei heen als hij opa laat
antwoorden: “Dat
betekent dat je alles wat anderen hebben, mag stelen, en als ze niets
hebben, steel je hun leven. Daarna breng je wat je gestolen hebt naar
je land. (…) Daarna betaal je luiwammesen, zodat ze hele dagen
schilderen, toneelspelen en dichten. Zo overtuig je volgende
generaties ervan dat de gouden eeuw niet door dieven en moordenaars
van goud was, maar door de kunst.”
De Britten kregen er eerder ook al van langs.
Overigens wordt opa Hadji
genoemd, ook al heeft hij nooit de bedevaart naar Mekka gemaakt. Het
verleent zijn visies en woorden meer kracht in het dorp zonder dat hij daar een
God bij nodig heeft.
Er
zijn serieuze gedachten over personen, emoties, vormen van geweld en
macht, over vrede en zinneprikkeling. Dat de pers er is om de macht
van de president te onderstrepen, wordt als algemeenheid door opa
verteld, maar is in de Nederlandse context wat overdreven,
hoewel ze over het algemeen binnen een aanvaarde bandbreedte blijft
en alles daarbuiten negeert of afkeurt, maar ze staat niet in zijn geheel in dienst
van Willem IV of de Premier. Opa hamert ook de politiek af. Ook daar zijn best nuances aan te brengen. Je moet
de roman toch ook zien als afkomstig uit de koker van iemand
die tot in het Irak van Saddam Hoesein opgroeide, en die in 1998 naar Nederland kwam en een enigszins anarchistische levensvisie heeft.
Het
boek zit vol kleine en grote wijsheden, zoals: “Als
je de boom nog hebt, kleine, wees dan niet treurig als je een tak
verliest.”
Of in het verhaal over het uitvinden door God van het raam in het
hart. Dat raam beslaat door het stof van geweld, haat, rancune,
onrechtvaardigheid, samenzweringen, leugens en geslijm. Maar als het
helder is, wijst het de weg. Je kan het beter niet gebruiken om de weg
te vinden naar waar je wilt slapen, maar naar waar je wakker wilt
worden na een lange slaap. Een bekend gezegde duikt op: Alleen liefde maakt het hart blind. Die gevleugelde woorden worden met dit
verhaal weer afgestoft en glanzend gepoetst, zoals andere verhalen
weer andere zaken uit het leven kleur geven. Opa's laatste les is:
“Ren!” Een niet onbelangrijke en uit het leven van de schrijver gegrepen.
Het enige manco in Bloesem
tocht is dat opa wel erg veel verhalen vertelt, teveel denk je op ¾ van het boek en dan wordt er verrassend
toch weer nieuwe zuurstof over de pagina's geblazen; de jongen gaat zelf op verhalen jagen. Zo lees je boek toch weer met plezier uit. Want plezier dat zit er,
ondanks de ernst en sombere zaken, volop in.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten