vrijdag 23 januari 2026

Bloesem tocht

Bloesem tocht (2014) is een boek van Rodaan Al Galidi. Al Galidi is een Nederlandse schrijver met een Iraakse achtergrond. Hij is hier als vluchteling gekomen. Hij schreef over vluchtelingen en hun gebrekkige opvang in de romans Holland (2020) en Hoe ik talent voor het leven kreegBloesem tocht speelt in een dorp aan de rivier, de Mermeries, van een land dat ongenoemd blijft. Maar ook in dit verhaal komt 'de vreemdeling' voor. Dat is iemand die moet kruipen in plaats van lopen, glimlachten in plaats van schreeuwen en het gif van anderen moet slikken in plaats van het uit te spugen. Zo werden naast de wondere wereld van het dorp en passant de Hollandse naarlingen ook op de korrel genomen, hoewel het verhaal niet in zijn nieuwe thuisland speelt.

Bloesem tocht begint met een tweeledige opdracht:

Voor de aarde, omdat je ons nog draagt
Voor mijn moeder, omdat je me ooit gedragen hebt

De roman beschrijft de zoektocht van een jongen naar wat er achter de jacht op appelbloesem verborgen zit. Zijn opa gaat ieder jaar als de bloemen aan de boom hangen op zijn ezel Miraan – die steun, klankbord en adviseur is – op die tocht en wordt daarbij geleid door de geur van een tak van de boom.
     De ezel staat centraal in het boek en dient om de mooie maan en de stille wereld te dragen. Ezel en opa (maar vooral die tweede) bereiden de kleinzoon voor op het leven. Onderdeel van die levenslessen zijn de mooie kanten, maar ook de Angst, Dood, Twijfel e.d. waarover opa vertelt. Deze verschijnselen komen als personen voorbij en soms praten ze met de jongen van achter de boom op de top van de heuvel. Je moet hierbij als vanzelf aan het vijftiende eeuwse Elckerlyc denken.

In het dorp waar zij, andere dieren, familieleden en dorpelingen leven, hebben de dieren namen en de mensen niet. Opa probeert alle nieuwlichterij buiten te houden en denkt dat dit daarbij helpt. Hij verbiedt de bewoners gewoonweg een naam te hebben. Hij vormt de wereld zoals hij denkt dat ze moet zijn. Dat is zeker niet altijd slechter dan ze is. Dieren hebben er bijvoorbeeld rechten net als mensen. Maar anderzijds wie zich niet houdt aan zijn regels bijt hij of bindt hij vast onder het bijennest. Zijn visies worden uitgewerkt in een vrijwel oneindige hoeveelheid verhalen. 

Van wiki pagina over de buulbuul.

Als zijn kleinzoon vraagt wat wordt bedoeld met de bloesem tocht, antwoord hij: “Kleine, dat zul je op een dag weten maar nu nog niet.” Maaar met die vraag zijn we vertrokken op het pad van het leven en wat die tocht met zich mee brengt. De geur van de bloesem, de boom die in de aarde steekt en tot aan de hemel reikt, en met op zijn takken de buulbuul (zo leer ik als lezer van het bestaan van dat vogeltje), wijst de weg die de ziel zelf wil gaan (anders dan het lichaam dat het pad van anderen wil volgen).
     Bomen spelen een hoofdrol in het boek. Alleen zo komt het bedankje aan de aarde uit de opdracht al terug. 


De verhalen die in het boek verteld worden, willen van de kleinzoon geen held maken. Heldendom wordt vergeleken met je vastbinden op een bootje met wat eten en je dan met de stroom mee van de rivier de zee op laten voeren. Dat is hersenloos. Die aversie tegen moed komt ook terug in de uitleg waarom opa zijn wijsvinger mist. Hij is afgehakt door de Engelsen toen hij nog een kind was, zodat hij de trekker niet over kon halen. Je hebt zo'n vinger alleen nodig als je domoor bent, meent hij op latere leeftijd. 
Het schieten lokt immers alleen maar narigheid uit. Hij bewaart hem als blijvende waarschuwing in een doosje. Oorlog, geweld en de afkeer daaraan komen meer terug. Al Galidi komt uit een land waar lange tijd oorlog woedde. Lafheid is het geheim om in leven te blijven. Het is belangrijker dan het getamboereer op de trommel van de dapperheid.
     Wat God in een van de vele verhalen het meest beangstigde was het
“woedende ijzer, harder dan de duivels, dat tussen hemel en aarde vloog om neer te vallen en op te stijgen.” In een ander verhaal is de Vrede een personage dat zegt: “Hoe spijtig dat de mensen niet meer het verschil kennen tussen mij en de oorlog. Daarom sturen ze soldaten naar mij en boze mannen, moordenaars, politici, mannen van God en mannen van de duivel.” Een personage in een vertelling, die zoekt naar de vrede wordt onnozel genoemd en uitgelachen. Toch gaat hij tegen die weerstand in eigenzinnig op zoek. Als hij de vrede vindt bevalt dit hem uitermate goed.

Onder aan een pagina staat de vraag van de kleinzoon aan zijn opa: “Hadji, wat is een gouden eeuw?” Weer komt Nederland terloops terug in het boek. Al Galidi draait niet om de hete brei heen als hij opa laat antwoorden: “Dat betekent dat je alles wat anderen hebben, mag stelen, en als ze niets hebben, steel je hun leven. Daarna breng je wat je gestolen hebt naar je land. (…) Daarna betaal je luiwammesen, zodat ze hele dagen schilderen, toneelspelen en dichten. Zo overtuig je volgende generaties ervan dat de gouden eeuw niet door dieven en moordenaars van goud was, maar door de kunst.” De Britten kregen er eerder ook al van langs.
     Overigens wordt opa Hadji genoemd, ook al heeft hij nooit de bedevaart naar Mekka gemaakt. Het verleent zijn visies en woorden meer kracht in het dorp zonder dat hij daar een God bij nodig heeft.


Er zijn serieuze gedachten over personen, emoties, vormen van geweld en macht, over vrede en zinneprikkeling. Dat de pers er is om de macht van de president te onderstrepen, wordt als algemeenheid door opa verteld, maar is in de Nederlandse context wat overdreven, hoewel ze over het algemeen binnen een aanvaarde bandbreedte blijft en alles daarbuiten negeert of afkeurt, maar ze staat niet in zijn geheel in dienst van Willem IV of de Premier. Opa hamert ook de politiek af. Ook daar zijn best nuances aan te brengen. Je moet de roman toch ook zien als afkomstig uit de koker van iemand die tot in het Irak van Saddam Hoesein opgroeide, en die in 1998 naar Nederland kwam en een enigszins anarchistische levensvisie heeft.  

Het boek zit vol kleine en grote wijsheden, zoals: “Als je de boom nog hebt, kleine, wees dan niet treurig als je een tak verliest.” Of in het verhaal over het uitvinden door God van het raam in het hart. Dat raam beslaat door het stof van geweld, haat, rancune, onrechtvaardigheid, samenzweringen, leugens en geslijm. Maar als het helder is, wijst het de weg. Je kan het beter niet gebruiken om de weg te vinden naar waar je wilt slapen, maar naar waar je wakker wilt worden na een lange slaap. Een bekend gezegde duikt op: Alleen liefde maakt het hart blind. Die gevleugelde woorden worden met dit verhaal weer afgestoft en glanzend gepoetst, zoals andere verhalen weer andere zaken uit het leven kleur geven. Opa's laatste les is: “Ren!” Een niet onbelangrijke en uit het leven van de schrijver gegrepen.

Het enige manco in Bloesem tocht is dat opa wel erg veel verhalen vertelt, teveel denk je op ¾ van het boek en dan wordt er verrassend toch weer nieuwe zuurstof over de pagina's geblazen; de jongen gaat zelf op verhalen jagen. Zo lees je boek toch weer met plezier uit. Want plezier dat zit er, ondanks de ernst en sombere zaken, volop in.

Geen opmerkingen: