dinsdag 6 januari 2026

Het boek van Jongen

Het boek van Jongen geschreven door Catherine Gilbert Murdock speelt in 1350 als Europa in de greep is van de naweeën van een pestepidemie, waaraan een derde van de bevolking stierf. In centraal Frankrijk leeft een jongen met een bochel als geitenhoeder op een weinig om het lijf hebbende kerkelijke plek. Hij wordt gepest en gaat daaronder gebukt. De dieren zijn steun en toeverlaat voor hem en visa versa en ze verstaan elkaar.

Als hij boven in een boom is geklommen ziet hij een pelgrim aankomen. De man stinkt en is weerzinwekkend. Deze Pelgrim, Secundus, wil hem meenemen als hulp op een tocht naar het op drie dagen lopen gelegen Sint-Petrus-Trap. 
     Daar aangekomen halen ze een nep relikwie weg en ruilen dat later in een klooster om voor een tand van Petrus. Daar blijft het niet bij. Jongen wil mee op de hele tocht die bedoeld is om naast een rib en een tand, ook nog 'n duim, scheen, wat stof en hoofd van de heilige Petrus te vinden en tenslotte de hof van de heethoofdige apostel die voor een deel van de Christenen het hoofd van de kerk werd. Secundus corrigeert Jongen steeds bij de opsomming van de relikwieën en merkt op: het is geen 'hof', maar 'graf'. Het verwijst er naar vooruit dat de zoektocht dan wel zal eindigen in Rome, maar de reis niet.
     
Een kaart die als illustratie in het boek staat maakt de hele tocht zichtbaar.

Het avontuurlijke verhaal is met vaart geschreven. De twee komen langs ontvolkte dorpen, verwaarloosde akkers en langs schapen die niet meer geschoren worden. De pest deed meer dan ziek maken. De ziekte ontwrichte hele maatschappijen. Rome ging ook nog eens ten onder aan wat Secundus de barbaren noemde en werd bij gebrek aan deugdelijk bestuur verder verziekt door de gevolgen daarvan: de komst van wolven en rovers naar de stad

Onderweg wordt Jongen duidelijke dat je niet kunt proberen normaal te zijn, immers: “Normaal is gewoon wat je bent.” Het is inderdaad mooi om te zien hoe Jongen opleeft, rechtop gaat lopen en zijn eigen plek inneemt. Het duurt nog een poosje totdat dat nog anders dan hij/zij/hun hier volledig naar kan leven. De twist die halverwege het verhaal komt, zorgt ervoor dat je net iets minder mee kan leven met Jongen. Het avontuurlijke bedenksel neemt teveel sprookjes kleur op het pallet.

Hoewel je ook dit kan zien in het licht van: wees wie je bent en verstop dit niet en leef, ook met gebreken of als je in ruime zin afwijkt van wat mensen de norm vinden. Het is ruimte scheppend thema dat op verschillende manieren verwerkt is in het verhaal. Los van deze bemoedigende moraal is het heerlijk om met beide mee te trekken langs hindernissen en mogelijkheden onderweg.



Geen opmerkingen: