De blinde zonnebloemen* van Alberto Méndez heeft een uitgebreide opdracht over het verwerken van een tragedie. Die opdracht begint met de zin: “ALS JE IETS te boven wilt komen, zul je het eerst moeten aanvaarden, niet de bladzijde omslaan of verdringen.” Rouwen is zo'n situatie onontbeerlijk en Spanje heeft een dergelijk rouwproces niet gekend, zo wordt in die woorden gesteld. Rouw “is het aanvaarden van het bestaan van een leegte.”**
Méndez zou in het jaar van verschijnen van het boek overlijden. “Op drieënzestigjarige leeftijd publiceerde hij in 2004 zijn eerste verhalenbundel, die in Spanje een groot succes werd. Literaire prijzen volgden, de één na de ander. Toen stierf Méndez, nog in datzelfde jaar, en vervloog voor de uitgever de droom van een nieuw ontdekt talent. Méndez bleef voor altijd de schrijver van één weergaloos boek,” zo merkte recensent Ger Groot bijna twee decennia geleden op. Dat, inderdaad indrukwekkende, boek is samengesteld uit vier licht samenhangende lange verhalen.
In het eerste verhaal 'Eerste nederlaag 1939 of Als het hart kon denken, zou het ophouden met kloppen' duikt een kapitein van het opstandelingen leger van Franco op. Hij heet Alegría. Hij beheert voorraden, verstrekt kleding en munitie en is als zoon van een grootgrondbezitter uit de buurt van Burgos en daarmee van de juiste komaf voor dit leger. Hij heeft ook gewoon een liefje. Kortom niets mis met hem dat het meedoen met de Franquisten zou beletten.
Deze fascisten staan op het punt Madrid in te nemen als de genoemde droogstoppel overloopt naar de Republikeinen. Hij kijkt neer op hun burgerleger, maar wil geen deel uitmaken van de overwinnaars. Hij ziet dat de oorlog met woekerwinsten aan doden wordt betaald. Hij meent dat het leger er niet is om te willen winnen, maar om te doden.
“Hij had graag uitgelegd waarom hij de troepen die de oorlog zouden winnen de rug toekeerde, waarom hij zich overgaf aan een verslagen leger, waarom hij geen deel wilde uitmaken van de overwinning. Maar de ruwheid van deze mannen benam hem de moed, en hij besloot er opnieuw het zwijgen toe te doen.”De afgestudeerde jurist meent het zo te doen dat hem geen blaam treft, maar toch wordt hij door de krijgsraad ter dood verdeeld vanwege zijn verraad. Hij had inmiddels al geleerd dat De Wet boven de wetten staat. Tijdens de executie voor de laatste overeind staande muur schampt de kogel langs zijn hoofd. Als hij levend uit het massagraf is gekropen (een gruwelijk beeld) dan krijgt hij eten en water van de bewoners die hem aantreffen: “dat alles, dacht hij, was een teken dat er toch iets menselijks de gruwelen van de oorlog had overleefd. Als hij niet zulke droge lippen had gehad, had Alegría geglimlacht.”
Op de laatste pagina wordt de tekst overgenomen van een briefje dat uit zijn zak kwam, waarin onder meer de vraag wordt gesteld of de vermoeide soldaten de overwinnaars waren. Met daarop het antwoord: “Nee, zij willen gewoon terug naar huis, waar ze niet zullen aankomen als zegevierende militairen, maar als mensen die van het leven zijn vervreemd, die het eigene ontwend zijn, en langzaam maar zeker zullen ze in verliezers veranderen.” Amen, zou ik bijna toe willen voegen aan dit verhaal, waarin het absurde het verstandige is, en de hel beschrijft die onder ogen moet worden gezien om de rouw mogelijk te maken.
***
Op
de strozak in een berghut werden het skelet van een volwassen man en
een zuigeling gevonden. Ze lagen dicht tegen elkaar aan en waren
gewikkeld in een schone witte sprei. Daaromheen een wolfsvacht, wol
van berggeiten, en het kadaver van een koe. Op een krukje onder een
zware steen lag een helemaal volgeschreven ruitjesschrift. Er was
verder nauwelijks huisraad. Aan de zoldering hing wel een eenvoudige
zwarte jurk.
In 'Tweede
nederlaag: 1940 of Dagboekaantekeningen gevonden in vergetelheid'
worden
de dagboekaantekeningen pagina voor pagina overgenomen met regelmatig
een inleidende opmerking. In de eerste zin krijgen jurk en kind meteen hun plek: “Elena
is tijdens de bevalling overleden.” De
geliefden zijn gevlucht. Ze wilden zich niet laten pakken door de
fascisten. Of het verstandig was hoogzwanger te vertrekken? Nee, maar
zij wilde perse mee.
De
man is de moed verloren. Hij wil niet verder zonder haar. Hij ziet
geen toekomst voor het kind. Het is een bitterkoude winter. Rond de
hut lopen wolven. De koe geeft melk, zolang er onder de sneeuw nog
wat gras kan worden gevonden. We zien de twee maandenlang creperen op weg naar de dood.
Hij is een boer en een schrijver (hij
moet schrijven om te weten wat hem beweegt) die door een leraar de
liefde voor poëzie heeft leren kennen. Maar nadat de Republiek
verslagen was, werd de onderwijzer don Servando gedood, en ze
verbrandden al zijn boeken en doodden alle gedichten die in zijn
hoofd zaten. Nu zit de man in die ellendige situatie en ziet hij de
baby zich mager bewegen, dat alles wordt dag voor dag, blad voor
blad, opgeschreven in het schrift.
Het verhaal sluit af met
een noot van de fictieve uitgever, waarin het relaas van de schrijver
wordt gecontroleerd, zijn naam Eulalio Ceballas Suárez wordt
gevonden en dat wordt afgesloten met: “Als
hij degene was die de dagboekaantekeningen in dit schrift heeft
geschreven, dan was hij achttien toen hij dat deed, en naar mijn
mening is dat geen leeftijd voor zoveel leed.” Het
is vrijwel onmogelijk een dergelijk verhaal onder ogen te zien en binnen te laten komen, zonder een filter in te bouwen.
***
'Derde
nederlaag: 1941 of De taal van de doden'
speelt zich af in de gevangenis. Iedere dag wordt een groep namen
afgeroepen om voor de krijgsraad te verschijnen om daar als aan de
lopende band ter dood te worden veroordeeld. Ze gaan van de tweede
naar de vierde verdieping en worden per groep de volgende ochtend
weggebracht om gefusilleerd te worden.
Celloleraar Juan
Senra wordt opgeroepen voor de krijgsraad, maar blijkt de zoon te kennen van de
kolonel die de krijgsraad lijdt. “U
heeft hem gekend?”
vroeg kolonel Eymar.
“Ja,” antwoordde
Yuan “en
redde daarmee zonder het te weten voorlopig zijn leven.”
Tussen dat moment en voorlopig krijgen we kijkje in de gevangenis,
waar Yuan merkt dat zijn handen die eerder Bach uit de snaren wisten
te toveren, met moeite een collega gevangene kunnen vlooien. De
leiding onder de gevangen is in handen van een politiek commissaris
van de Communistische Partij die er nog steeds voor zorgt dat er
niets gebeurt zonder dat hij het weet. Waarom eigenlijk? Wat is het
belang van die kennis nog?
In een brief aan zijn broer
schrijft Juan: “Ik
wil niet verder leven met al deze treurigheid, ik geef het op. Ik heb
ontdekt dat de taal waarvan ik droomde voor een mooiere wereld in
weerkelijkheid de taal van de doden is. Vergeet me niet en zorg dat
je gelukkig wordt.”
Het verhaal kent zoveel subtiliteiten die het dragen dat het niet
samen te vatten is zonder de spanning eruit te halen. Maar ook hier
is de situatie, het dodelijke gevangenisregime, zo dat de levenslust
verziekt wordt. Weer met een donker lichtpuntje: vriendschap blijkt
sterker dan de wens te overleven.
***
De 'Vierde
nederlaag 1942 of De blinde zonnebloemen'
Als hij moet zingen van de leraar “Zing!”, omdat het de hymne is van hen die hun leven willen geven voor het Vaderland dan duikt zijn moeder op: “Mijn zoon wil voor niemand sterven, hij wil leven voor mij,”zegt ze. Desondanks wordt de leraar verliefd op de moeder en vergrijpt zich aan haar. De in het huis ondergedoken vader reageert. Het brengt het gezin enorm veel leed toe.
Ze waren hun dochter Elena al verloren die hoogzwanger samen met een dichter gevlucht was. En nu gaat er nog veel meer in het gezin naar de ratsmodee.
Het titelverhaal wordt verteld door drie stemmen. De Katholieke leraar die als biecht brieven schrijft, gezet in cursief schrift, een verteller die in gewoon schrift opgevoerd wordt en door de jongen die in dik gedrukte letters terug kijkt op zijn jeugd.
In de biecht schrijft de 'pater' dat hij zich zo gedesoriënteerd voelt als blinde zonnebloemen. Die mooie titel komt dus van hem. Dit verhaal zou in 2008 verfilmd worden door José Luis Cuerda, die samen met Rafael Azcona het script schreef.
***
Méndez wordt in El Pais (20/02/2004) geciteerd wanneer hij zegt dat alle verhalen echt zijn: “Het verhaal van de geëxecuteerde man die uit het graf opstond, is dat van een man genaamd Alegría, met wie ik jaren geleden in Grijalbo heb samengewerkt; Franco's kolonel die overliep naar de Republikeinse kant, enkele uren voor de overwinning bestond ook. Ik heb hem tot kapitein benoemd.”
De schrijver is in 1940 geboren en opgegroeid met het aan de macht komen van de fascisten in Spanje. In zijn werk maakte hij mee dat Ciencia Nueva, een kleine uitgever waar hij bij betrokken was door de Minister voor Informatie en Toerisme Manuel Fraga verboden werd.
We lezen De blinde zonnebloemen. We vinden het literair geweldig. Maar tegelijkertijd gaan we door op de weg van dagmarsen naar de volgende overwinning, alsof niet al lang duidelijk is dat oorlog meer van mensen vraagt dan goed voor hen is; van oud en jong, van direct betrokkene tot nakomeling. De roep om oorlog, zelfs als dat zou zijn om contradictoir oorlog te voorkomen, klinkt te gemakkelijk, dat maakt dit boek duidelijk.
Het onderstreept ook dat het vinden van een verhouding met het verleden, ook als dat ongemakkelijk is, niet mag blijven liggen. Ook twintig jaar nadat het boek verschenen is, en een halve eeuw nadat de dictator stierf, is die roep in Spanje nog steeds nodig. Maar de woorden uit de opdracht gelden niet alleen Spanje vanwege zijn lange dictatuur, maar ook een groot aantal landen waar grote politieke wandaden plaatsvonden. Het is daarmee een belangrijk boek. Nog steeds.
Noten:
* Het verscheen in 2004 als Los Girasoles en werd in 2006 vertaald naar het Nederlands door Eugenie Schoolderman. Méndez kreeg er de Premio Setenil 2004, en postuum de Premio Nacional de Narrativa en de Premio de la Crítica voor.
** Het komt uit het voorwoord geschreven door Carlos Piera in En los ojos del día; antología poética van Tomás Segovia, de Mexicaanse dichter en schrijver van Spaans afkomst.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten