Mother
Mary Comes To Me
is een autobiografie van de Indiase schrijfster Arundathi
Roy.
Ze meent dat de menselijke geest niet zo heel goed is in het juist
weergeven van herinneringen en de lezer het boek dan ook beter als
roman kan lezen. Door de prettige en vloeiende schrijfstijl gaat dat
als vanzelf, maar de schokkende realiteit uit India komt toch wel
anders aan dan als in een fictieve beschrijving.
De relatie
met haar moeder is een rode lijn door het boek. Van begin tot eind is
bindt die band de levensloop tot samenhangende tekst. Een dergelijke
verhouding, zeker een zo stekelige als tussen deze twee generaties,
is daarbij een thema dat een roman zou passen als een bidi tussen
Indiase lippen.
Arundhati wordt door haar moeder de hoek
ingeschopt als die het moeilijk heeft met haar kinderen, familieleden
of anderen. Toch blijft ze volop achter Mevrouw Roy (zoals ook haar
kinderen moeder noemen) staan. Mevrouw Roy heeft een zware jeugd
achter de rug, ze had een gewelddadige vader, een – om het zachtjes
uit te drukken – lastige familie en is gescheiden van haar
drankzuchtige man, die ze een leeghoofd vindt. De onvoorwaardelijke
steun van Arundhati gaat zover dat ze meent voor haar astmatische
moeder te moeten ademen. Die opofferende relatievorm verzwakt
enigszins als ze in Delhi architectuur gaat studeren.
ArchitectuurZe komt op die opleiding de student JC tegen die in dienst van de architect Laurie Baker haar moeder rondleidde langs voorbeelden van zijn architectuur. Dit omdat de moeder een nieuwe school en bijgebouwen wilde laten neerzetten voor de onderwijs instelling die ze zelf opbouwde en waar ze tot het niet meer kan directrice van is. Arundhati was bij dat bezoek en zou getroffen door deze architectuur dat vak gaan studeren. Op deze opleiding zou haar eigenzinnige kritische houding al zichtbaar zijn. JC en Roy doen samen onderzoek in de sloppenwijken en wateren op de weg teug naar de universiteit op de oprijlanen van de villa's van de rijken. Met een sprong vooruit in de tijd, stelt ze dat dat tegenwoordig met alle bewakingscamera's niet meer mogelijk zou zijn.
MogelijkhedenDe twee krijgen een relatie die tussen de hippies van Calcutta en door de invloed van zijn moeder op haar vriend zou klappen. Haar reis terug naar Delhi is armetierig. Ze kwam in de hoofdstad terecht in een achterbuurt. De straatbewoners konden haar moeilijk plaatsen en bedachten dat ze wel lid van een criminele bende moest zijn; een status die ze zich graag liet aanleunen als bescherming. Intussen vond ze ook werk. Steeds beter werk, met steeds meer mogelijkheden, en onderdak, vrienden en een lief.
MannelijkheidsnormenDe school die moeder Mary in Kerala opzette werd geënt op kennis die ze leerde van Britse missionarissen. Die worden overigens wel fijntjes gefileerd: ze voerden innovatieve onderwijsmethoden in, maar ze hielden er ook een vriendelijk, goed bedoelend racisme op na naar India als geheel en haar bevolking.
De school van moeder Maria zou een succes worden. Jongens zou er aanschouwelijk afgeleerd worden neer te kijken op meisjes. Ze zouden daarmee bevrijd worden van de last die ze van de maatschappelijke mannelijkheidsnormen mee zouden krijgen. De school was wel veel meer haar levensvervulling dan zoon en dochter die op een tweede en derde plaats zouden komen.
RomanpersonagesInmiddels is Roy een gevestigde naam in de linkse Indiase scene en heeft werken geschreven over maatschappelijke thema's die onder haar pen technisch en toch goed leesbaar zijn. De kracht van haar taal, bekend uit haar twee literaire werken, werd ook ingezet voor maatschappijkritiek gericht op verbetering.
De biografie is bij haar fictie en non-fictie welkome achtergrond informatie. Regelmatig komt een personage voorbij waarvan ze noemt hoe die in een roman is verwerkt. Aan het eind van een deel dat gaat over hoe ze afstand nam van een, zogenaamd feministische, film voor het Britse Chanel 4 (daarin werd zonder toestemming van het slachtoffer van de misdaad een verkrachte vrouw zonder terughoudendheid herkenbaar wordt geportretteerd) merkt ze op dat ze in het laatste script dat ze schrijft voor de Britse zender een voormalige non opvoert die model stond voor Baby Kochamma uit de De God van kleine dingen. Dergelijke opmerkingen over romanpersonages komen wel vaker voor, ook met betrekking tot personages uit haar tweede roman Het ministerie van Opperst Geluk.
VerzetAl vroeg in het boek duikt het Maoïstische verzet op. Niets bedreigt de Indiase elite (ze noemt in deze context Hindoes, Christenen, Moslims, Sikhs en ook veel van de Communisten) meer dan als de onderdrukte kaste en arbeidersklasse hun woedde bundelen.
In het het hoofdstuk Naxalites geeft ze een definitie van deze politieke groepen: “uiterst linkse, radicale opstandelingen – Maoïsten – die waren afgescheurd van de belangrijkste Marxistische partijen.” De naam kent zijn oorsprong in Naxalbari (in West-Begalen) waar de opstand begon. De groepen kozen voor gewapende opstand. Haar moeder stond niet afwijzend naar het verzet. Revoluties zijn bedoeld de wereld eerlijker te maken, meende ze.
Het beschrijven van de Naxalites doet me denken aan hoe deze groepen in Het ministerie... voorkomen. Dat was geschreven kort nadat Roy weken met ze optrok door de jungle. Ze laat niet na om haar kritische positie tegenover de grote roerganger en de rode tsaar te benoemen, beide zijn prominenten in dit deel van de communistische beweging. Toch is ze welkom en gaat ze met hen mee. Ik was bijzonder geraakt bij het lezen van een brief in Het ministerie... (zie hier mijn signalering) van een moeder en guerilla. Zelf geeft ze in Moeder Mary... een personage uit De God van... als voorbeeld van het verwerken van de Naxalites in haar romans.
De gewapende strijd komt ook naar voren als ze twee Nepalezen in haar biografie beschrijft – haar kamergenote op de Universiteit en haar man – die in het noordelijke buurland ondergronds gingen in het gewapende verzet en later een positie kregen als respectievelijk minister en premier. Overigens zou die strijd ook getroffen worden door de linkse ziekte van fracties die elkaar bestrijden, wat tot de val leidt, zo merkt Roy op.
SchrijfsterZe wilde al vroeg schrijfster worden en deed er veel voor omdat te bereiken, zo kreeg haar collega en later lief Paradip iedere dag een brief van haar met de achterliggende wens dat hij ooit zou zeggen: “Heb je ooit overwogen schrijfster te worden.” En deed hij. Hij was de enige niet. John Berger stelde veel later in haar leven, tijdens een bezoek dat ze hem bracht dat ze haar boek af moest schrijven dat Het Ministerie van Opperst Geluk werd. Hij zou zelf als een olifant met wapperende oren achter haar staan om haar koelte toe te wapperen als ze moeilijk had, zo beloofde hij. Berger is ook de schrijver van de opdracht voorin de biografie (hij komt uit hoofdstuk 2 van zijn roman Pig earth) :
De vertrekkende gasten
kusten haar op de kruin van haar hoofd
en zij herkende hen
aan hun stemmen.
GeldZe beschrijft hoe het schrijven van De God van kleine dingen haar makkelijk afging nadat ze structuur ervan op de achterkrant van een enveloppe had gezet. In de biografi zit een hoofdstuk over het schrijven, onder de aandacht brengen ervan, en het publiceren inclusief de rompslomp eromheen – zoals de Booker Prize.
Als uitgever en doorzetter David Godwin zegt naar India te komen om een contract met haar te sluiten dan voelt ze een soort irreële antipathie bij zijn persoon. Als hij India op gaat hemelen dan laat ze hem meteen vallen, zo besluit ze. Maar de man laat al aan het begin van hun contact weten dat hij weinig van India weet en het ijs is dan gebroken. Met alle resultaten van dien. Al snel heeft ze een miljoen dollar verdiend met het internationaal verkopen van de rechten en met de verkoop van de boeken erbij zou haar meer inkomsten brengen dan ze voor zichzelf nodig had.
Ze verdeeld het geld over vrienden en bekenden en zet later een fonds op om kleine projecten te steunen die nodig zijn voor een betere wereld, maar niet gemakkelijk subsidies kunnen krijgen van grotere fondsen. Ze blijft ook mensen om haar heen steunen, zoals een oom die slachtoffer is van haar moeders strijd om als vrouw ook een deel van de familie erfenis te krijgen, waardoor hij veel kwijt raakt, onder andere zijn bedrijfsruimte. Want moeder wint van haar broer, dat verrast niet.
KernbomRoy zou weigeren om snel een contract te tekenen voor een volgend boek. Ze was bang dat ze dan meer van hetzelfde zou gaan schrijven. Eerst een boek. Dan verkopen. Voordat haar tweede roman zou verschijnen zou ze boeken, brochures en essays over politieke onderwerpen schrijven. Haar eerste essay ging over het conflict met Pakistan en het Hindoe nationalisme dat op een oorlog afstevende: The end of imagnation (de titel zou later gebruikt worden voor een bundeling van haar werk). Het stuk verscheen in Outlook en Frontline. Het eindigt met:
“De kernbom is het meest antidemocratische, antinationale, antihumane, ronduit kwaadaardige dat de mens ooit heeft gemaakt. Als u religieus bent,bedenk dan dat deze bom de uitdaging van de mens aan God is. Het is heel eenvoudig verwoord: Wij hebben de macht om alles te vernietigen wat U hebt geschapen. Als u niet religieus bent, bekijk het dan eens zo. Onze wereld is vier miljard zeshonderd miljoen jaar oud.
Het zou in een middag voorbij kunnen zijn.”
StuwdamHet zou leiden tot een zee aan kritiek. Ze hoorde nergens meer bij. Maar juist die positie maakte haar tot een vrije vrouw, een onafhankelijk schrijfster. Ze zou door het land trekken, lang rivieren en door dalen en India meer gaan begrijpen. Hoewel ik in 1998 zeer actief was rond de oorlog tussen Pakistan en India en daarbij horende nucleaire spanningen en Frontline regelmatig las, was deze uitgave niet mijn kennismaking met deze kant aan haar schrijverschap.
Mij is een brochure bijgebleven over de aanleg van de Narmada stuwdam en het effect van irrigatiewerken. Het was een technisch onderwerp, maar zo voortreffelijk geschreven dat je wist zo aantrekkeoijk kan politiekwerk ook zijn; het hoeft niet gortdroog. In Mother Mary... schrijft ze: “ik wilde mezelf testen, zien of een ik een taal kon vinden, de taal van een schrijver, om te schrijven over Narmada en de tragiek die het trof op een wijze waarin ik over Ayemenem en de Meenachil had geschreven” (de plaats en de rivier van haar jeugd en beschreven in De god...).
De biografie geeft veel achtergronden bij haar schrijven. Ze noemt een van haar eerste verhalen: Kerst in Ayemenem over een relatie tussen een vrouw als haar moeder en de vrouw die haar hielp en adoreerde, inclusief het bukken voor aanvliegende koppen en borden; ook dat smijtwerk was immers een teken van liefde. Maar er komt veel meer langs. Filmscripts, artikelen over het al genoemde verzet tegen de bouw van de Narmada dam die heel veel dorpen onder water zou zetten, het militaire spierballen vertoon, de onderdrukking in Kasjmir en het gewapende verzet in het Oosten van het land.
BJPRoy is uitgesproken kritisch ten opzichte van het land waar ze geboren en getogen is. Ze ziet radicale politici de bevolking opstoken tegen Sikhs, moslims en Christenen de groep waar ze zelf toe behoort. Tussen de haatzaaierij en het oplaaien van geweld zit vaak een lange lont, maar herhaaldelijk vermeld ze vrijwel terloops de duizenden doden die (soms veel later) het resultaat zijn van een aanval op niet Hindoeïstische groepen door de opgejutte bevolking. De leidende Bharatiya Janata Partij (BJP) wordt gekwalificeerd als extreem-rechtse Hindoe-nationalistische partij.
Dat India allerminst de vreedzame democratie is waar ze nog steeds voor wordt aangezien door velen, valt bij haar volledig in duigen. Het afslachten van duizenden moslims in de straten van India, live uitgzonden op TV, wordt zonder omhaal van woorden beschreven. Net als de politie die toekijkt hoe het script geschreven door het hindoe nationalisme wordt uitgevoerd. Niet alleen de politie kijkt toe, maar ook de nieuwe Eerste Minister van Gujarat, en dat was de huidige premier Narenda Modi.
Kasjmir
Kasjmir is een volgend onderwerp waar
ze niet omheen wil. “Niets dat je leest of ziet in de Indiase
kranten of op televisie zenders bereid voor op de werkelijkheid in
Kasjmir.” Ze gaat er heen. Ze is geschokt. Het noordelijke
gebied dat bij India is getrokken zal een rol spelen in Het
ministerie... Maar voordat dit
boek er is, zal ze een serie essays over Kasjmir schrijven.
Het
eerste krijgt een titel gebaseerd op een zin uit een rechterlijk
vonnis tegen een man die aangewreven wordt het brein achter een
aanslag op het Parlement te zijn: And
His Life Should Become Extinct. In de biografie beschrijft ze hoe
Afzal van een minimale rol opeens een hoofdrol kreeg in de aanslag
toen de eerder aangewezen breinen na twee jaar in de gevangenis
vrijgesproken werden van de aanklachten tegen hen. Een samenzwering
zonder leider dat kon niet en zo werd een volgende persoon deze rol
aangewreven. Niet omdat er directe bewijzen waren, maar omdat de
samenleving alleen tevreden zou zijn als er iemand veroordeeld werd,
zoals de veroordeling openlijk stelde.
Afzal zou door de destijds
regerende Congrespartij ter gedood worden om de kritiek op hen dat hij nog
leefde af te wenden. Roy moest het door haar steun zelf weer
ontgelden.
KastenstelselHaar roman De God.... is te groot om uit de geschiedenis van de Indiase literatuur te poetsen, maar wordt wel gedepolitiseerd en in de besprekingen wordt de erin verwerkte kritiek op het kastenstelsel veelal niet genoemd.
Dat de Congrespartij in India de Duivels Verzen (hier mijn wat rommelige bespreking) van Salman Rusdie als eerste land op de lijst van verboden boeken had gezet, zoals ze noemt, dat verraste me (Iran was immers de boosdoener) of was me inmiddels ontschoten.
Scherpe kritiek van Roy is er op schrijvers die bijeenkomen om eloquent en geroerd op een festival, dat werd georganiseerd door mijnbouwondernemingen, te spreken over de gevaren van censuur en het belang van vrijheid van meningsuiting. Het debat werd daarbij ook nog eens uitgezonden door een uiterst nationalistische Hindoe TV-kanaal.
Femisme
Roy verklaart dat ze het moeilijk vindt volledig voor het feminisme
te gaan (nadat ze zag hoe mannen erdoor getroffen kunnen worden),
maar wel komen regelmatig voorbeelden van de positie van vrouwen
terug de biografie. Dat gaat van opdringerige mannen op een
nachtelijke bushalte, politiemannen die haar wel willen helpen door
haar mee te nemen (hulp die ze weigert) tot het sprekende beeld van een
man die achterover geleund op zijn ossenkar in het buitengebied naar de sterren aan de
hemel kijkt. Dat zou een vrouw nooit kunnen doen, realiseert ze zich.
RondMoeder en dochter komen steeds dichter bij elkaar. En Mevrouw Roy blijft dan wel wie ze is, maar is af-en-toe ronduit vriendelijk tegen haar dochter. Ze vraagt haar ook nooit om in te binden. Ze legt de leerlingen op school wel uit wat ze doet en waarom. Daarbij trekt ze zich niets aan van de ouders die dit ongemakkelijk vinden. De moeilijke moeder staat achter haar kleintje.
Bovendien krijg je bewondering voor de kracht waarmee ze haar school en haar eigen leven vorm geeft. Ze heeft daarbij standpunten waarbij ze zich weinig gelegen laat liggen aan de verwachtingen, waar ze aldus de normen van haar omgeving en India als geheel moet voldoen.
De liefde van haar dochter voor haar moeder die ze nooit liet schieten, kan je aan het eind van de biografie begrijpen. Zo is het verhaal rond alsof het een roman is.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten