De
vertelster is de zwangere vrouw Marjolein van Heemstra. Voordat ze
haar kind (de scan liet zien een zoon) naar Frans zal vernoemen wil
ze eerst het verhaal over hem rond hebben. Dat afronden heeft een
duidelijke deadline,
al botst dat woord hier op nieuw leven. Zo lopen een moeizame
zoektocht en een zwangerschap samen op. Onderweg zijn er ook hindernissen
die te maken hebben met de komende geboorte (zoals
hypertensie/zwangerschapsvergiftiging) en met een muggenplaag in het huis
waar zij en haar man D wonen.
BeeldspraakVan Heemstra is naast romancier ook dichteres en met een poëtisch oog kijkt ze naar de wereld. Zelfs het doen van onderzoek wordt beeldend gekoppeld aan een metafoor. Slakken glijden van tegels naar planten en verder over aarde en gras. Die tocht zag je onder een bewolkte hemel niet, “maar als de zon doorbrak glinsterde er plotseling een slijmerig spoor dat de dingen verbond die ze op hun lange trektocht hadden aangedaan.” Zelf stelt ze onderweg intelligente vragen en zoekt verschillende invalshoeken om haar verhaal rond te krijgen.
De familie tamtam werkt in eerste instantie om meer en minder waardevolle informatie te krijgen: “Er tekenden zich langzaam maar zeker details af op de witte kaart.” Die kaart is overigens ook beeldspraak en verwijst naar de witte kaart van Antarctica die ze kreeg van een vriend. Op die kaart staat alleen de naam van het gebied en de schaalverdeling. Verder is hij wit, leeg. Na de informatie die zich aandient wordt het ouderen in verzorgingsflats en hun kinderen bezoeken om informatie lost te weken, archieven bezoeken, hulp bij het onderzoek vragen en boeken lezen.
KrantendatabaseZe haalt een deel van haar verhaal uit Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (1995) van schrijver en onderzoeker Dick Engelen. Het boek wordt genoemd in de tekst, maar ook in het dankwoord achterin. Hoewel niet alles precies is gegaan zoals in deze roman wordt beschreven, geeft alleen dit al aan dat de gebeurtenissen in de roman geen fictie zijn, maar dat oom Frans echt heeft bestaan. De feiten worden gekneed en gevormd voor een literair werk, maar zijn hoewel enigszins aangepast, niet verzonnen. Pas als ze in een online krantendatabase zoekt, blijkt hoe groot het verhaal van de Sinterklaasaanslag op 5 december 1946 was. Ik kan het niet laten om wat trefwoorden in Delpher in te typen om te kijken of het verhaal daarin voorkomt. Inderdaad: groot nieuws. Bommenneef blijkt de aanslag echt te hebben uitgevoerd. Marjolein Heemstra zet haar onderzoek dan ook voort. Dat loopt tot aan contacten met nabestaanden van de slachtoffers in Zuid-Afrika.
AfbrokkelenHoe dieper ze er induikt hoe meer de heldenstatus van oom Frans afbrokkelt en het leed van de slachtoffers op de voorgrond treedt. Of het vangen van duiven voor de Duitsers een onschuldige jacht was of bedoeld om zo de berichten die zij het verzet brachten voor de Duitsers te onderscheppen, is onduidelijk, maar dat de aanslag met de bom verpakt in een surprise veel leed veroorzaakte staat wél als paal boven water. Overigens vraagt de onderzoekster, als ze hoort over de rol die duiven speelden (“de vergeten helden van de Tweede Wereldoorlog”), hoeveel moet je eigenlijk weten om te begrijpen wat er gebeurde. “Alles,” zegt een man die onderzoek doet naar de oorlogsgechiedenis bij het Nationaal Archief.
Loslaten
Er
waren ook aanslagen die bommenneef had voorbereid en die niet
doorgingen, daaronder zaten zelfs afrekeningen met mensen die oom
zakelijk in de weg zaten. Maar ook zijn gelukte aanslag werd na de
oorlog niet meer als verzetsdaad gezien, maar als misdaad. Hij had
het recht niet meer de gang van zaken zelf te bepalen. De oorlog was
afgelopen.
De zwangere Marjolein wil haar held niet loslaten. Die
heeft zich door de ring om haar vinger al vele jaren in haar leven geëtst: “Nu afhaken betekent bommenneef voor altijd verliezen.”
Dat wil ze niet en dus gaat ze door met het zoeken naar het
verhaal: “Het juiste verhaal.” Onderweg blijkt dat dit zich door families heen heeft gefluisterd en veranderd is naar verschillende versies of elders helemaal verdwenen is.
Grens
Een
belangrijk thema in het boek is de diffuse grens tussen oorlog en
vrede. Wanneer eindigt een oorlog en begint de vrede? Mensen die in
het verzet hebben gezeten, hebben daar vaak jarenlang hun identiteit aan ontleend.
Ze leggen die niet af als in Hotel de Wereld wordt ondertekend dat
het vrede is, voor sommigen van hen gaat de oorlog door. Het verschijnsel wordt
hier op de Nederlandse situatie losgelaten, die relatief gering in
omvang was, en gediagnosticeerd als illegaliteitspsychose. Ze neemt
daarvan een beschrijving over uit de roman Bevrijdingsfeest
van Simon Vestdijk (pp.
149-150): “door die angst, en door alles wat daar nog bijkwam,
hebben we ons tenminste niet verveeld. We hadden een doel (…).”
Die verbondenheid met de spanning in tijden van oorlog en conflict
speelt ook in situaties elders in de wereld. Als straks in Birma het
dictatoriale bewind is gevallen dan is het zaak om voor de
verzetsgroepen emplooi te ontwikkelen om hen in de civiele
maatschappij te krijgen. Dat is niet alleen nodig voor hun
economische positie, maar ook omdat ze gewend zijn geraakt aan
geweld. Je moet ze de middelen bieden hieruit te komen. Overigens
speelde bij oom Frans ook een kwalijke rechtse (gewelddadig) anti-linkse
politieke oriëntatie een rol die je in het naoorlogse Nederland wel
meer tegenkwam.
NaamVan een heel andere orde is dat de hoogzwangere vrouw merkt dat het kind van haar en haar partner is, maar dat de zwangerschap en alles daaromheen van en voor haar alleen is. Waarom belt hij niet met de kraamzorg? Waarom moet haar leven overgenomen worden door het kind in haar buik? Als hij zich zorgen gaat maken over haar gezondheid is ze tevreden dat haar lichaam nu ook zijn probleem is geworden. Ze laat zich echter niet aan bed kluisteren, zoals hij wil. Ze blijft zoeken naar het verhaal en reist daarvoor zelfs hoogzwanger naar Spanje, want voordat het kind geboren wordt moet duidelijk zijn waarom Frans Frans zal heten. Het boek sluit af met haar woorden en de reactie van de verpleegster:
“Hij heeft een naam,'
'Net op tijd,' lacht ze. 'Ik kom zo met pen en papier.'”
Verbanden
De
muggenplaag blijkt veroorzaakt door water in de kruipruimte, zo
vinden bestrijders van ongedierte uit. Dat is ook zinvol onderzoek. Zo haken
wel meer zaken onverwacht in andere delen van het verhaal.
Maar welke naam,
dat weten we niet. Dat hoeven we ook niet te weten. (Al legt de
opdracht vooraan in het boek dit – net als de volle naam van D – bloot voordat de lezer aan de tekst begint.)
VertellenMaar we noemen hem heeft de lezer veel te bieden. Niet alleen een verhaal over hoe de zwangerschap niet het bejubelde leven op een roze wolk is, een nuancering bij het heldhaftige verzet, of hoe een onderzoek kan verlopen, maar het is ook een manier om een familiegeschiedenis te beschrijven en hoe je daarbij onderweg vragen kan stellen en invalshoeken vinden, waarbij je open moet staan voor alle kanten (een kunde die ook elders van pas komt).
Maar het gaat hier niet over de zwart-wit vraag rond goed of fout, zoals veel wordt gesteld in verband met deze roman. Wel over hoe moeilijk het is om het verkeerde te zien van iemand die je lang als held hebt gezien. Bovendien kan de schrijfster geen eenduidig oordeel vellen, zo merkte ze in 2018 op in een tweegesprek in de Volkskrant; oom Frans had nogal wat meegemaakt dat als verzachtende omstandigheid kan gelden.
Een vlotte pen, zoals die van Heemstra, is zeldzaam en het verhaal van bommenneef extreem, maar vrijwel alle families hebben verhalen die verteld mogen worden, en als dat maar half zo kundig gebeurt als hier dan zullen vele daarvan het waard zijn gelezen te worden.
Eerder besprak ik de dichtbundel REIS BED IJS TIJD TIJD TIJD



Geen opmerkingen:
Een reactie posten