Samenvating en bespreking: Martin Broek
De inleiding op
The
Trillion Dollar War Machine van
William Hartung en
Ben Freeman begint met de vorige en huidige president van de
Verenigde Staten. Zowel Biden als Trump zijn presidenten van de
oorlog. De eerste steunde zonder veel terughoudendheid de Israëlische
militaire slachting in Gaza. De ander had er niet veel tijd voor
nodig om het Pentagon een biljoen dollar te beloven; in een klap 100
miljard erbij (en daarmee naar de trillion uit de titel).
Nu al wordt meer aan de krijgsmacht besteed dan aan de departementen
van
Homeland Security, Veteranen Zaken, Buitenlandse Zaken,
Justitie, Handel, Onderwijs en Arbeid samen.
“Buitensporige
uitgaven voor de oorlogsmachine vergroten niet de veiligheid, maar
het ondergraven de fundamenten van onze democratie, veiligheid,
welvaart en verrijken grote wapenfabrikanten en hun bondgenoten,”
merken de schrijvers op en dat is tevens een belangrijke boodschap
van het boek.
Ze voegen daar de visie van de Poor Peoples
Campaign (een organisatie die armoede en onrecht bestrijd) aan toe:
“De kwestie is niet het uitgeven van geld …. het is het bouwen
van een samenleving die we nodig hebben.”
De
schrijvers zijn niet naïef. Het is niet zo dat een verschuiving van
de Pentagon gelden naar maatschappelijke programma's een toverformule
zijn voor het oplossen van de sociaaleconomische problemen van de Verenigde Staten (de infrastructurele verwaarlozing wordt niet eens genoemd). Er
is ook een inzet nodig om meer gelden binnen te krijgen, om
verspilling, fraude en misbruik tegen te gaan en een actieve
financiële bijdrage van de overheid aan noodzakelijke publieke
projecten op te zetten. Ze voegen er verduidelijkend aan toe: “Wat
nodig is, is vergelijkbaar met de aandacht en gerichtheid die er nu
is voor het plannen van oorlog.”
Niet meer, niet minder.
Velen zeggen voor verhoogde militaire
uitgaven te zijn, omdat wapenproductie banen oplevert en de armen
daar baat bij hebben. Toch is al vaak aangetoond dat dit niet klopt.
Maar onderzoek negeren hoort blijkbaar bij de militaire stiel. Ook
dit boek komt vanuit verschillende invalshoeken op het banenargument terug,
zoals deze: halverwege de jaren tachtig werkten 3 miljoen mensen in
de wapenindustrie. Nu zijn dat er 1 miljoen bij enorm gegroeide
militaire uitgaven. Als banenmotor dus niet erg efficiënt. Het
boek laat zien hoe de militaire kostenpost in de VS groeit, zowel de
uitgaven voor de krijgsmacht als de kosten voor de samenleving in
brede zin. Er is aandacht voor de honderdduizenden veteranen
die lijden aan lichamelijke en geestelijke kwalen en waarvan velen de
hand aan zichzelf slaan. De hulp aan hen – hoewel er een bedrag van
$ 360 miljard per jaar beschikbaar is voor veteranen – blijft
onvoldoende. Onder de menselijke kosten vallen ook die van de
mislukte oorlogen met een miljoen doden (inclusief 400.000 burgers)
sinds 2001. Oorlogen brengen niet – zoals meestal beloofd – vrede
en stabiliteit, maar geweld en winst voor de militaire industrie.
De tekst werpt ook de vraag op waarom kunnen 'zij' zich zo
organiseren om dit mogelijk te maken en blijven 'wij' die naar vrede
streven achter? De schrijvers sluiten dan ook af met een hoofdstuk
met een voorstel over hoe het apparaat voor oorlog te vervangen door
een apparaat voor vrede. Daarover later.
Broken War
Machine
Het boek is verdeeld in vier delen. Het eerste
The
Broken War Machine begint met een hoofdstuk over wapenhandel. De
laatste hand is aan het boek gelegd in het voorjaar van 2025 en het
was onvermijdelijk dat dit voor een deel over de democratie,
diplomatieke geloofwaardigheid en positie van burgers ondermijnende
wapenleveranties door de VS aan Israël ging. Om die buiten de
controle om te kunnen verzenden, werden ze bijvoorbeeld door de
Regering Biden opgesplitst in pakketten die een dusdanige waarde
hadden dat ze niet aan het Congres hoefden te worden gerapporteerd.
Een voorbeeld van een geitenpaadje, waar men blijkbaar ook Washington
graag over wandelt.
De Verenigde Staten heeft 107 landen als
klant voor zijn wapenindustrie. Dat zijn stabiele landen, landen met
dictators en 34 van de 46 landen die in 2022 in een conflict
betrokken waren. Er wordt stilgestaan bij wapenleveranties aan de
Filipijnen van de moordlustige Rodrigo Duerte en het Egypte onder de
bruut el-Sisi, maar ook aan de VAE. De Emiraten haalden toen het boek
al in de winkels lag de krantenkoppen en journaals wegens
wapenleveranties aan de rebellen in Soedan, naar verluidt in ruil
voor goud. Hier wordt de 'voorname defensie partner' van de VS al
uitgebreid genoemd als wapenleverancier
“aan extremisten in het
Midden-Oosten, Noord-Afrika, en van Jemen tot Sudan en Libië.”
Het nieuws uit november 2025 was niet echt nieuws, we wisten het al jaren,
maar het sluiten van de ogen en pas reageren als het niet meer anders
kan, als weer eens feiten onweerlegbaar op tafel komen, is de
gewoonte. Als de storm weer ligt gaan de leveringen weer door alsof
er niets gebeurt is. Het idee dat de VS een wereld schraagt die is
gebouwd op regels is dan ook lachwekkend.
Het leek er bij zijn aantreden op alsof Trump de macht van de
wapenfabrikanten zou inperken. Hij stelde dat ze hun inkomsten stalen
van de belastingbetaler. Maar na een paar maanden omarmde hij
diezelfde bedrijven al weer. (Wat dit vooral liet zien was het
sentiment bij een deel van zijn kiezers. Ook aan de rechtse kant is de visie niet onverdeeld positief
met betrekking tot de wapenfabrikanten. De schrijvers nemen deze
notie later in het boek mee in een pleidooi om zowel vanuit rechts
als links de strijd met de oorlogsmachine aan te gaan.)
Kernwapens
De
nieuwe kernwapens worden in alle ernst neergezet: negentig miljoen
doden in de eerste paar dagen als een nucleair conflict uitbreekt en
mogelijk 5 miljard doden door de effecten van de vrijkomende
radioactiviteit. Daarover hebben we het. Het is bijna niet te vatten.
Dat hier zo gemakkelijk overheen wordt gestapt, heeft alles te maken
met de worteling van het militaire establishment in de maatschappij, van het Congres tot Hollywood en tot in de Game industrie. De
schrijvers spreken in plaats een Militair Industrieel Complex (MIC)
dan ook liever over een Oorlogsmachine.
Een overzichtsbegrip
rond kernwapens is de zogenaamde 'nucleaire driepoot'. Dat wil zeggen
kernwapens op onderzeeërs, in bommenwerpers en als intercontinentale
raketten (ICBM) in silo's op land. De auteurs nemen de positie in dat
die laatste kernwapentaak niet nodig is en alleen veel, heel veel,
geld kost en daarbij het gevaar juist vergroot. Ze citeren in dit
verband Ellsberg en Solomon die stellen dat
“de
beste optie om het risico van een nucleaire oorlog te verminderen”
is om de ICBM's af te schaffen.
De nieuwe –
nu in ontwikkeling zijnde –
raket van
Northrop-Gruman, de
Sentinel, zal gedurende zijn hele levensduur $315 miljard
kosten.
De kosten van kernwapens in de Verenigde Staten zijn per jaar
zo'n 50 miljard. De grootste belanghebbenden zijn Northrop-Gruman,
RTX (voorheen Raytheon) en Lockheed Martin. Hartung en Freeman vinden
dat nucleaire politiek uit de greep van belanghebbende bureaucraten
en wapenindustrie moet worden gehaald.
De Verenigde Staten moeten
de ICBM-taak niet moderniseren. Ze moeten van deze derde poot af. Dat de raketten er wel lijken te komen, heeft alles te maken met een goed
georkestreerde pr-campagne. De auteurs beschrijven de geschiedenis
daarachter op een overzichtelijke wijze. Maar kiezen opvallend genoeg
wel voor een doelgerichte campagne, en niet volmondig voor alle kernwapens
de wereld uit. Dat pragmatisme zit ook op andere onderwerpen in het
boek.
Nutteloos
Ze
beschrijven ook de nadelen voor een Pentagon dat onder druk staat van
de wapenindustrie om hun producten te kopen. Congresleden voor Staten
met militaire productie staan vooral achter het Pentagon met het oog
op meer investeringen in hun regio. Ze krijgen in ruil daarvoor
stemmen en fondsen van de bedrijven. De wapenfabrikanten worden zo
gesteund en vergroten hun greep. De F-35 productie is bijvoorbeeld
verdeeld
over 46 Staten en zo is steun gegarandeerd. Dat het met het oog
op productieprocessen een nogal onhandige constructie is, wordt goed
gemaakt door de ermee verworven positie in het Congres waardoor de
miljarden voor dit steeds weer falende wapen binnen blijven stromen.
President Biden zocht zogenaamde
swing
states uit om militaire productie aan
te geven, daarmee poogde hij zijn kansen in de verkiezingen te
vergroten. Je kan reageren met: 'Ja zo werkt dat nou eenmaal.' Maar
hier worden particuliere politieke belangen gefinancierd met
belastinggelden en gesteund met militaire programma's, en als dit dan
bovendien voor het Pentagon niet onverdeeld gunstig is? Een
van de voorbeelden van misinvestering is de aanschaf van de V-22
Osprey een apparaat dat kan vliegen als een vliegtuig en stil hangen
als een helikopter. Het wapentuig – dat ik tijdens het schrijven
nog zag vliegen voor de kust van Venezuela – mag dan wel genoemd
zijn naar een sierlijke roofvogel, maar het is een gevaarlijk
apparaat. Bij ongelukken ermee zijn al 64 mensen omgekomen. Het
Pentagon vond het te duur en onnodig, maar vanuit het Congres werd
een lobby opgezet om de Osprey te behouden vanwege electorale
overwegingen met dus voor velen fatale gevolgen.
Bij dit deel
moest ik ook aan het boek van Andrew Cockburn The
spoils of war denken (ik
besprak het begin dit jaar). Hij haalt ook alles uit de kast om
duidelijk te maken hoe andere dan militaire belangen het
materieelbeleid van het Pentagon bwepalen. Dit wordt op kosten gejaagd
en daarbij ontstaan regelmatig gevaarlijke situaties voor de eigen
militairen. De V-22 komt ook bij hem in die zin aan de orde.
Invloed
Hartung en
Freeman pleiten voor eenvoudiger, goedkopere en betrouwbaarder
wapens. Vooral de F-35 moet het in die zin ontgelden (eerder schreef
Hartung al een boek over Lockheed Martin de hoofdaannemer ervan, mijn
bespreking
hier).
Ook deze kritiek op het duurste en vol mankementen zittende
wapensysteem van de VS delen ze met Cockburn. Maar ze leveren ook een
duidelijke uitbreiding van zijn betoog. Er zijn ook
constructies die de macht en invloed op de samenleving mogelijk
maken. Als die mechanismen niet bestreden worden dan kan een
kleinere, gerichter en meer verantwoorde wapenindustrie vergeten
worden en daarmee ook een effectieve krijgsmacht die gevoed wordt met
veel minder dollars.
Die invloed en
positie komt aan de orde in een serie hoofdstukken in deel 3. Daarin
wordt vooral beschreven hoe de wapenindustrie en het Pentagon hun
oorlogsapparaat vergroten en door de hele samenleving heen uitrollen.
Het valt uiteen in hoofdstukken over de lobbyisten in Washington, de
vele denktanks, de invloed in de wetenschap, de rol van de media, de greep op
Hollywood en op de game industrie.
Er is reden te over om
kritiek te leveren op het oorlogsapparaat en toch wordt dit maar
zelden krachtig gehoord. Een stoet veteranen kijkt terug op een
levensveranderende inzet in Irak en Afghanistan en vraagt zich af
waarom ze daar geweest zijn. Er is een leger aan lobbyisten (950 in 2024 met een lobbybudget van
$148 miljoen) dat ervoor zorgt dat de geluiden bovendrijven die in
het belang van Pentagon zijn, en oorlog hoort daar bij. Meer nog hameren ze op het belang van de
wapenindustrie, ook als dat betekent dat de krijgsmacht met wapens
wordt uitgerust die ze niet nodig heeft, die niet voldoen, veel
duurder zijn dan gepland of ronduit gevaarlijk. Als de wapenindustrie
maar door kan draaien en geld kan innen, dan werkt de oorlogsmachine
die ervoor moet zorgen dat er ieder jaar $ 400 miljard en steeds een
beetje meer, naar de militaire industrie gaat. Meer dan de helft van
de senators en congresleden die vertrekken, wordt lobbyist. Er zijn
op zijn minst 15 Congresleden in het comité voor de Krijgsmacht met
aandelen in wapenindustrie. Een duidelijker belangen verstrengeling
is niet te bedenken.
De lobby activiteiten kunnen ook ten
goede komen aan Europese bedrijven met een een tak in de VS, zoals
MBDA Incorporated dat in het boek wordt genoemd.
Het lobby apparaat heeft het geld, de specifieke kennis en
toegang tot de macht. Als zij niet gehoord worden dan zijn het wel de
voormalige generaals, admiraals en draaideur industriëlen die een
functie hebben in de denktanks en die uitleggen waarom de producten van
hun broodheren moeten worden aangekocht.
Het Quincy Instituut waar de
schrijvers werkzaam zijn, heeft een Think
Tank Fundig Tracker opgezet. Er is veel informatie die daarin
mist, omdat ze gewoonweg niet verstrekt wordt, maar om te weten wiens
woord de deskundigen spreken is informatie over financiering
onmisbaar.
“Het systeem is
ontworpen om een groter deel van de belastinggelden naar de militaire
sector te laten vloeien en de levens van hen die daar mee verboden
zijn financieel te verrijken, of ze nu de CEO van Lockheed Martin
zijn of een lobbyist die werkt op K-Street [waar die lobbyisten
kantoor houden] in Washington. Het systeem beloont niet de kennis en
kunde van bedrijven....” aldus de
schrijvers.
Nieuwe oorlog

Het
is niet alleen de Verenigde Staten dat de nadelen ondervindt van de opdringerige wapenindustrie. In de
tekst wordt beschreven hoe een lobby voor de export van M1 Abrams main battle tanks (MBT) naar Oekraïne werd opgezet, waarbij denktanks een belangrijke
rol speelden.
Denktank klinkt objectief of op zijn minst analytisch, maar de best in de markt
liggende instituten op het gebied van militaire buitenlandse politiek
worden vaak gesponsord door de wapenindustrie.
De campagne heeft
succes gehad en de tanks gingen. Tweederde werd echter binnen de kortste keren uitgeschakeld door Russische aanvallen, vooral met op afstand bestuurde drones. De tanks die aan Oekraïne zijn geleverd zijn niet
geschikt in de 'oorlog van de drones'. Voor de producent General
Dynamics was de export financieel echter goed nieuws. Dat de $ 10 miloen per stuk kostende MBT's een makkelijk doelwit werden voor de $ 500 kostende drones is niet mooi, maar de levering doet wel de kassa rinkelen.
Toch wordt dit punt teveel
in zwart-wit geschilderd in het boek. Dit vanuit de visie: de industrie levert slechte producten. De voorstanders van de tanks doen dan weer alsof het de normaalse zaak is dat ze een voor een worden uitgeschakeld.
Toch hoe gaat dit verhaal verder? In Duitsland is net een nieuwe
loot aan de MBT-productie toegevoegde, de Leopard 2A8 van KNDS.
Ministeries
van Defensie uit Litouwen,
Nederland en Tsjechië en Noorwegen staan klaar ze aan te
schaffen. Hebben die niet gezien wat er met de Abrams gebeurde?
Zijn ze verblind door de lobby? Denken ze vroeger
voldeed de tank, dan nu nog steeds?
De nieuwe Leopards
worden wel uitgerust met verdediging, juist tegen drones. Die technologie
komt van de
Israëlische firma Rafael. Dus uit een land dat bekend is met de
kwetsbaarheid van tanks na de oorlog in Libanon in 2006 (dit verband
tussen West-Europa en Israël noopt weer tot een hele andere tekst en
kritiek). De leveringen van de GD-tanks aan Oekraïne gaan ook door,
zoals een
Australische Abrams levering. Intussen
test de landmacht van de VS een anti-drone systeem dat werkt met
kunstmatige intelligentie voor de tanks en pantservoertuigen en dat
lijkt dan weer op een versie van dergelijke technologie uit Oekraïne (Sky
Sentinel).
Het is duidelijk dat de tanks zoals oorspronkelijk
geleverd in de veranderde oorlogsomgeving een gemakkelijk doelwit
werden en de denktank voorstanders van de levering hebben vast niet
op dit gevaar gewezen. De geleverde Abrams was wel een verouderde versie en ging bovendien naar Oekraïne zonder het Verarmd Uranium (DU) pantser, waardoor ze nog kwetsbaarder werden. Oekraïne
improviseerde echter een eigen pantser om dit wapen toch in te zetten
en de technologische ontwikkelingen staan niet stil.
Verder
ontbreekt Oekraïne grotendeels in het boek. De schrijvers pleiten
ervoor om het land defensieve wapens te leveren. Zijn dat ook drones
en raketten om olie installaties in Rusland aan te vallen? Dat lijkt
mij ook te vallen onder een proactieve vorm van het (verre van
eenduidige) begrip defensief. En hoe ver mogen die aanvallen binnen
Rusland dan uitgevoerd worden om nog onder dit stempel te vallen? Of
als die defensieve systemen worden gebruikt om vanuit de dekking een inval uit te voeren, kan het dan? Eenvoudig is het vraagstuk
offensief-defensief nooit (je zou zelfs kunnen zeggen dat dit doorgaans een kunstmatig onderscheid is). Het ene type wapen dat geleverd wordt escaleert de situatie wel meer dan het andere.
Er is nog een criterium dat
de schrijvers met betrekking tot Oekraïne hanteren: De geleverde
wapens moeten voldoen. Dat was de maatstaf waaraan de Abrams levering werd gemeten. Maar binnen welke beperkingen moet dat voldoen
vallen? Als je dergelijke zaken aan de orde gaat stellen, kom je
terecht in een mijnenveld van vragen, opties, voor- en nadelen,
wensen en beperkingen en voor iedere positie een voor- of tegenstem.
Geen wonder dat Oekraïne en ook Rusland (samen met China, het
centrale onderwerp binnen veel Westerse militaire programma's) verder vrijwel ontbreken.
Wat hier het gevaar van de
denktanks is, is niet de aansporing tot levering van onbruikbaar
materieel dat nog moet evalueren om te opereren op het huidige
slagveld, maar de nadruk op militaire middelen die deze door
vlagofficieren bevolkte en door de wapenindustrie en buitenlandse
overheden gefinancierde instituten uitdragen. Ze creëeren een omgeving die niet naar
diplomatie en vrede neigt, maar naar oorlog.
Freeman en Hartung
halen een Frans rapport aan dat ze kwalificeren als de beste
academische analyse over hoe denktankfinanciering de uitkomsten van
het onderzoek beïnvloed: No
Such Thing as a Free Donation? Daarin komt een voormalige
denktank medewerker aan het woord die stelt dat ze geen onderzoek
publiceerden, maar propaganda. Toch wordt dit volop geslikt door
politici en media.
Universiteiten
Ook de
wetenschap ontkomt niet aan de opdringerige militaire industrie. Dat
is altijd al zo geweest, maar met wapens die steeds meer technologie
bevatten is dit verschijnsel toegenomen.
Tijdens de
Gazaoorlog waren er veel studentenprotesten tegen de bijdragen vanuit
universiteiten in de VS aan de Israëlische krijgsmacht en
wapenindustrie. Dit versterkte ook het inzicht hoe de universiteiten
de oorlogsinspanningen van de Verenigde Staten zelf voorzien van
technologische
knowhow.
De oorlogsmachine stelt dat
die bijdrage valt onder de academische vrijheid en daarom werden
protesten ertegen vaak verboden. De schrijvers stellen
dat deze vrijheid blijkbaar een nieuwe invulling heeft
gekregen, namelijk het creëren van middelen die kunnen worden
gebruikt voor het massaal afslachten van burgers. De universiteiten werden door het Pentagon in 2022 (het laatste jaar waarvoor
cijfers beschikbaar zijn) voorzien van $ 8 miljard dollar voor
militair onderzoek.
Er wordt stuk-voor-stuk een aantal
universiteiten beschreven die militair onderzoek doen, zoals John
Hopkins (de grootste ontvanger van militaire fondsen), MIT, de
universiteit van Texas in Austin, Texas A&M, de Universiteit van
Alabama, Indiana, Carnegie Mellon, en de Howard Universiteit. Bij die
universiteiten worden kernwapens en onderdelen daarvoor,
kruisvluchtwapens, of raketschildtechnologie ontworpen dan wel
verbeterd. En er wordt gewerkt voor dubieuze bestemmingen.
Deze militaire
invloed beperkt zich niet tot techniek, ook sociale wetenschap wordt
ingezet voor de krijgsmacht. Dit leidde bijvoorbeeld al in 1946 tot
het opzetten van RAND en wie weet beter hoe je gevangenen moet
martelen dan een psycholoog? Die werden na 9/11 dan ook ingezet om
programma's daarvoor te ontwikkelen.
Maar er is ook protest
en de roep om niet meer te beleggen in wapenfabrikanten. Vaak worden
die protesten hard bestreden, maar er zijn ook universiteiten die
ervoor openstaan, die voor een wapenstilstand in Gaza pleitten, of
meer openheid willen geven rond hun financiële beleid. Of de
protesten van de afgelopen jaren gaan leiden tot beperking van de
invloed van de wapenindustrie in de huizen van de wetenschap moet
worden afgewacht, zo stellen de auteurs.
Media
Hoe krijg je de
media mee met de militaire benadering van veiligheidsproblemen en de
zogenaamde oplossing door meer geld uit te geven aan wapens? Of
liever: hoe stop je dit? Allereerst moet de VS dan af van het idee dat
het een buitengewoon land is dat de leiding heeft bij het promoten
van een vreedzame, stabiele wereld, waarbij de terugkerende oorlogen
nodig zijn om dat doel te bereiken. Die aannames en houding staan het
beperken van de invloed van de oorlogsmachine in de weg.
In dit deel
word de
“Norm en Colin show” opgevoerd. Norm was de
mediagenieke generaal Norman 'Stormin' Schwarzkopf. Ouderen kennen
hem nog wel van TV-optredens tijdens de Golfoorlog 1990-91. Colin
Powell was de welbespraakte voorzitter van
Joint Chiefs of Staf. Zo eloquent dat hij voor de Veiligheidsraad een toespraak hield die
werd geloofd door pers en politici, maar die vol halve waarheden en
regelrechte leugens zat. Hiermee werd afgestevend op de oorlog van
2003 tegen Irak. Grote delen van de pers zeiden achteraf dat ze in de
val waren getrapt. Maar dergelijke zelfkritiek was niet voor het
eerst, en vermoedelijk ook niet voor het laatst.
Zelfs de
snelle overwinning op Irak van 1991 is alleen waar als je niet wilt
zien wat volgde, dat is meer dan dertig jaar oorlog, destabilisatie en ellende
in het land.
De pers heeft een probleem: ze gaat niet gemakkelijk
mee met verhalen die niet stroken met het dominante vertoog in de
samenleving. In dit boek wordt de invloed van Ahmed Chalabi
aangehaald bij het creëren van het wmd-in-Irak verhaal. Hij haalde
er de voorpagina's mee. Onderzoeken om aan te tonen dat er het een
en ander aan dat verhaal rammelde, kwamen van vele kanten. Hier wordt
die kritiek vanuit een kleine genegeerde uitgave beschreven. Toen deze
visie niet gevolgd werd door de gevestigde media, zoals de New York
Times en Washington Post, bleef het overgrote deel van het journaille
stil. Kennelijk hebben journalisten niet de tijd, middelen of moed om
zelf een verhaal te controleren, zeker als het op het terrein van
buitenlandse zaken en defensie ligt.
Films en games
Om
goed propaganda te bedrijven moet je ervoor zorgen dat de consumenten
ervan niet door hebben dat het propaganda is en dat kan door
vermaakproducten als film in te zetten. De film
Top
Gun in de jaren tachtig kon in de vorm
die ze kreeg niet gemaakt worden zonder ondersteuning vanuit
Pentagon. Anderzijds hadden militairen baat bij de productie ervan om steun te
verwerven voor hogere militaire uitgaven. Een win-win situatie dus,
waarbij de verliezers weer eens buiten beeld bleven. Het gebruik van
wapens voor het schieten van beelden hoefde door de producent niet
betaald te worden. De marine wilde wel controle over het script. Dat
was voor hen veel waardevoller.
In Hollywood zit de
Entertainment Liason
Office van het Pentagon. Over die instelling maakte Roger Stahl
een film. Hij was al schrijver van het boek Militainment Inc., dat
systematisch analyseerde hoe de militairen en Hollywood, de game
industrie, en andere vermaaksindustrieën samenwerkten. In het boek
National Security Cinema
door Mathew Alford en Tom Secker wordt nog dieper ingegaan op die
band en daarin wordt gesteld dat het Pentagon invloed had op 2.500
films.
De F-35 kan niet vliegen als het onweert, maar heeft wel
een rol gespeeld in meer dan 20 films. Tot aan twee Superman films
aan toe. Zo versterkt het gevechtsvliegtuig zijn imago. Soms komt de
bijdrage van het Pentagon aan een film in de aftiteling te staan. Dus
tussen de enorme lijst kleine lettertjes die door weinigen gelezen
worden. Je zou die bijdrage dan ook duidelijk aan het beginmoeten
vertonen om duidelijk te maken dat de krijgsmacht baat heeft bij de
beelden en het verhaal dat vertoond wordt.
De schrijvers schieten wel een beetje
door in hun kritiek met het stellen dat er bij films miljarden aan
steun is, omdat de vertoonde wapens zoveel kosten. Alsof
vliegdekschepen gemaakt zijn voor die film en na gebruik worden
afgedankt. Nee de krijgsmacht heeft ze, ze spelen een rol in de beelden, om
vervolgens als betaling het verhaal van de krijgsmacht beter voor de
dag te laten komen. Laten kritische schrijvers niet gaan overdrijven.
Dan lijkt het alsof je zelf propaganda bedrijft. Huren of lenen is geen kopen.
Een volgend hoofdstuk gaat over de game industrie. Die keek
neer op de visuals
bij militaire toepassingen. Dat konden zij beter. Er kwam een
uitnodiging. Ze zijn ook interessant, omdat sommige oorlogstaken
(drones besturen op grote afstand bijvoorbeeld) lijken op de
kwaliteiten waarmee een game gewonnen wordt en dus ook voor inzet bij drones tegen tanks en hightech wapens kan worden gebruikt. Daarbij gaat het niet alleen
over de games waarin de speler zich verplaatst naar een persoon met
een wapen, maar om de hele techniek van interactie tussen mens en
computer. De jonge gamer is daarmee een welkome rekruut. De
VS-krijgsmacht heeft om de contacten te vergemakkelijken een team dat
mee kan doen aan gamewedstrijden. Werven op de populaire gamebeurzen is gewoon aan het worden. Verder kan je de kennis rond gamen ook
inzetten voor training van militairen.
Het hoofdstuk viel me
wat tegen. Er zullen jongeren in de game industrie zijn die hier
alleen of in een groep een sterkere tekst over kunnen schrijven.
Goeroes
Voordat het boek
afsluit met een hoofdstuk over hoe de oorlogsmachine te stoppen is er
eerst nog een hoofdstuk over big tech
en de wapenindustrie. Iedereen zal ze nog zien staan Musk, Bezos en
Zuckerberg naast Trump tijdens zijn inauguratie als president. Maar
er zijn ook nog bedrijven die net iets meer op de achtergrond
opereren als Anduril, Palantir etc. Silicon Valley heeft niet alleen
IT-technologie voor consumenten en bedrijven te bieden. Ze wil ook
graag snoepen op de grazige en goed bemeste militaire weiden om zo
“de globale dominantie van de VS te
herstellen
en militaire doorslaggevende militaire voorsprong op China te
verwerven.”
Volgens de schrijvers is
het budget voorlopig zo ruim dat beiden sectoren er hun voordeel mee kunnen
doen. De Chinese concurrent is daarbij de drijvende kracht. Al onder Biden liet staatssecretaris
van Defensie Kathleen Hicks daarover geen twijfel bestaan. Ook zij
wilde het nieuwste van het nieuwste voor alle delen van de
krijgsmacht om China te verslaan.
Dat daarbij een
gevaarlijke kant wordt opgegaan, kan niet worden uitgesloten. Als je
de mens mee laat beslissen in de toepassing van AI bij wapens dan zal
je verliezen, zei de staatssecretaris voor de luchtmacht van de Biden
regering, Frank Kendall (volgens
mij klopt dat militair gezien).
De komende mirakelwapens
jagen een ontwikkeling aan waarin een in eerste plaats militaire
buitenlandse politiek wordt versterkt. Daarmee komt ook een heel
ander soort financiering, een waarin de private sector een grote rol
speelt. Dat levert snelheid op. In 2022 stroomde er volgens de
Financial Times $33 miljard naar de de militaire en
ruimtevaartsector. De New York Times schatte het bedrag dat naar
start-ups die militaire technologie maakten in 2023 de
voorgaande vier jaar op $ 125 miljard.
Michael Klare –
een academicus die al decennia lang interessante boeken en artikelen
publiceert – vreest dat de kunstmatige intelligentie vermoedelijk
een weg zal vinden naar het nucleaire domein, zo ontlenen de auteurs
aan zijn werk. De vraag is wie deze gevaarlijke ontwikkeling gaat
controleren en beheersen. Gaat de toekomst van de planeet naar de
messiaans denkende new-age goeroes, die de CEO's zijn in de tech
wereld? Naar personen die hun geld al inzetten op de rechter vleugel van
de Republikeinse partij? (De oude wapenindustrie probeerde beide
grote politieke fracties in de VS te vriend te houden, Republikeinen
en Democraten.)
Tot nu toe is er steeds weer een groep
medewerkers die weigert mee te gaan in deze ontwikkelingen.
De
schrijvers volgen niet de standaard NGO aanpak van zorgen voor mooie
regeltjes die de gevaren moeten beheersen. Zo gauw de nieuwe wapens
mogelijk zijn zullen die immers “niet
echt voorkomen dat je alles kan doen.”
Dat brengt het vraagstuk van macht terug naar de kritiek op deze militaire
ontwikkelingen.
Hand in hand
Als je
niet wilt dat het gebeurt zal je die macht zelf ook moeten
ontwikkelen om krachtige tegenzetten te doen. De schrijvers stellen
dat om de techbaronnen en hun handlangers onder controle te brengen
een georganiseerde kritiek nodig is op hun ideologie en de groeiende
economische en politieke macht van de wapenindustrie. Civiele
organisaties moeten hand in hand optrekken om de opkomst tegen te
gaan van een door AI opgevoerde, zwaar gemilitariseerde,
antidemocratische garnizoenstaat die elke stap van
zijn burgers zal controleren. Een groot deel van de zittende macht in
de VS zal je daarbij niet aan je zijde vinden, niet binnen de
Republikeinen, maar ook niet binnen de Democraten (dat hebben
achtereenvolgens Clinton – die niet veel wordt genoemd in het boek
–, Obama en Biden wel laten zien).
Het betekent niet dat er
geen regels moeten komen, zoals bijvoorbeeld het Internationale
Comité voor Robot Wapen Controle (ICRAC) bepleit, maar met
die regels alleen red je het niet in een steeds verder militariserende
wereld.
Aanpak
Om dit op
te zetten is samenwerking nodig tussen verschillende vredesgroepen op
diverse terreinen. Dat draait om onderwerpen als de hightech grensbewaking in
uniform, het beperken van de militaire ontwikkeling van de politie,
de groei van de militaire budgetten, de inzet van Hollywood als
militair beïnvloedingskanaal, de onderzoeken door de universiteiten
voor de krijgsmacht, de aanpak van de klimaatcrisis (waar het
Pentagon een grote rol speelt als uitstoter en verdediger van
oliestaten). De auteurs komen met een voorlopig lijstje punten van
aanpak voor die beweging:
- aanpassen van de campagne financiering,
- beperkingen op de draaideur carrières tussen Pentagon, Congres,
wapenindustrie en lobbyactiviteiten,
- meer inzicht in de
activiteiten van de wapenlobby,
- inzicht in Pentagon betrokkenheid
bij speelfilms, Tv-shows, video games e.d.,
- investeren daar waar
andere dan militaire behoeften bestaan,
- en vooral een nieuwe visie
op de rol van de VS in de wereld die uitgaat van dialoog en
diplomatie, boven oorlog en oorlogsvoorbereiding.
Om dit
alles te bereiken is macht nodig en kritiek op beide kanten van het
politiek spectrum en zelfs optrekken met de oppositie aan de
rechterzijde als dat mogelijk is (al denken de auteurs dat dit niet zo
vaak voor zal komen). Voorlopig zien de schrijvers echter geen
systematische samenwerking op vredesgebied.
Opvallend is dat
wapenhandel als onderwerp binnen die aanpak samenwerking niet genoemd wordt (ze wordt wel inhoudelijk in het boek behandeld).
Terwijl dit onderwerp een belangrijk solidariteitsdeel bevat waardoor
andere organisaties en groepen aangesproken kunnen worden. Verder is
de in het boek wel ruimschoots genoemde buitenlandse basisproblematiek er een van neokolonialisme en racisme. Deze kwestie sluit daarmee aan op de Black Lives Matter beweging. Door
dergelijke onderwerpen wel mee te nemen zou een beweging uiteindelijk
wel eens sterker en diverser kunnen worden.
Niet al de
genoemde onderwerpen zijn van even groot belang voor Nederland of
zelfs Europa, m.n. de rol van de politie is in de VS standaard veel verder
gemilitariseerd, een Hollywood is er hier niet en de omvang van de
schuldenproblematiek die voortvloeit uit de militaire uitgaven is in
de VS door zijn omvang onvergelijkbaar. Maar draaideuren zijn er ook
hier, en een gemilitariseerde enorm
dodelijke grens, universiteiten schromen niet om hun onderzoeken
te militariseren, de klimaatcrisis (en militaire uitstoot) is wereldwijd een
punt van zorg dat roept om serieuze aanpak. Wat ook een zorg is aan
beide zijden van de Atlantische Oceaan, is de constatering dat de
groeiende militaire uitgaven ten koste gaan van al het andere dat we
nodig hebben als samenleving.
Een aantal pagina's eerder werd de opmerking
gemaakt dat een betere positie in de media essentiële is om
duidelijk te maken wat de kosten en gevolgen zijn van het onderhouden van
een kolossaal oorlogsapparaat en een militaire buitenlandse politiek. Dat inzicht is nodig voor een democratische tegenkracht om de
oorlogsmachine te controleren.
Drones, speciale troepen & bases
Het is zo'n boek wat iedereen kan lezen. Het is
eenvoudig en toch niet simpel, omdat het vol met feiten en ideeën
zit. Je moet blijven
beseffen dat dit boek niet over West-Europa gaat, maar over de
Verenigde Staten, waar de rol van de overheid en politiek al meer is
vervangen door de macht van de markt. Er is alleen geld voor
gevangenissen en Pentagon, merkt een veteraan op.
Het boek zit
vol met onderwerpen en voorbeelden van
onbegrijpelijke investeringen, belangenverstrengeling en corruptie,
draaideur lobbyisten, de reorganisatie van de wapenindustrie in de
jaren negentig etc. Veel van die informatie heeft deze bespreking
niet gehaald, maar zijn zeker van belang. De militarisering van de
politie is een ontwikkeling die leidt tot meer geweld (en niet los
kan worden gezien van de Black Lives Matter beweging) en die politie
“dood in een alarmerend tempo”,
interventies met troepenmachten zijn verruild voor ingrepen met
speciale troepen en drones, dat zijn methodes van militaire inzet die tot minder protesst aan het thuisfront leiden. President Obama
was een voorname voorvechter van deze stille manier van militaire
inzet. Hij stelde zelf, cynisch grappend “dat
duidelijk is geworden dat ik goed ben geworden in het doden van
mensen. Ik wist niet dat dit een sterke kant van me was.”
Pas onder Biden liep die inzet weer terug. Die president versterkte dan weer de VS-invloed door wapenleveranties. Voor inzet
van Speciale troepen en drones – 'duurzame militaire inzet' – is
een wereldwijd basesnetwerk nodig, liefst met zo weinig mogelijk
beperkingen. De bevolking van eilanden in de Stille Oceaan wordt
daarbij imperialistisch en koloniaal behandeld. De staatkundige
positie van de bevolking van Guam wordt beschreven en die is
abominabel. Diego Garcia ligt midden in de Indische Oceaan op een
strategische positie. Een groot deel van de bevolking is gedwongen
afgevoerd naar Mauritius of de Seychellen (beide op zo'n 1.800 km
afstand, iets minder dan de afstand Groningen-Moskou). Het is een
vorm van racistisch kolonialisme dat is ingebakken in de machtsontplooiing.
Die bases samen kosten $ 55 miljard per jaar. Veel
ervan worden aangepast in de opmaat naar het dreigende conflict met
China (de Filipijnen, Guam, stille oceaan eilanden en Australië).
Dichterbij wordt Ramstein in Duitsland genoemd. Die basis is belangrijk in de drone
oorlogsvoering en militaire beheersing van Afrika en bij transporten naar
het Midden-Oosten. De bases zijn onderdeel van een cover-the-globe militaire strategie. Ze kunnen alleen gesloten worden als er een
meer terughoudende buitenlandse politieke koers gevolgd gaat worden.
Belangen
De schrijvers stellen dat de politiek
van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten niet bijster succesvol
is. Daar kan je weinig tegenin brengen. Ze vervolgen echter dat je
beter naar China kan kijken dat de spanningen tussen Iran en de
Saoedi Arabië verminderde en daartoe niet militaire middelen inzette. Dat is
effectiever en betaalbaarder dan de regio vol wapens en troepen stoppen. Hiermee wordt sterk gesuggereerd dat China dat niet doet.
Dit hoewel er juist
steeds
meer voorbeelden zijn dat Beijing met het leveren van wapens zijn
invloed vergroot. Zonder die link naar China stond de opmerking
als een huis. Door de uitbreiding om het argument sterker te maken,
zagen de auteurs juist aan hun eigen poten. China heeft een eigen
buitenlandse militaire politiek, die een stuk minder expansionistisch
is dan die van de VS, maar in Beijing zetelen geen degelijke bondgenoten voor vrede.
Opvallend is ook dat de bestaansreden voor het Pentagon in het boek bijna
wordt beperkt tot flappentapper voor de wapenindustrie. Het begrip
'belangen verdedigen' komt maar sporadisch voor en wordt niet coûte
que coûte afgewezen, zoals hier:
“De waarheid is dat terwijl, ja, 'n bekwame krijgsmacht nodig is om het land en haar belangen te verdedigen, een kleinere en betere geoefende, weerbaarder macht aan die behoefte kan voldoen, en tegelijk honderden miljarden dollars kunnen worden bezuinigd om te worden gebruikt voor andere wenselijke publieke investeeringen.” (p. 266, onderstreping, MB)
Dat is de taak van de afgeslankte
krijgsmacht die de schrijvers voor zich zien. Maar wat is dat dan?
Als je door overleg geen toegang krijgt tot zeldzame mineralen –
noodzakelijk voor de nieuwe industrie – is dan militair optreden
onder deze formulering toegestaan? Of als scheepvaartroutes worden
gehinderd? Als er regionale lastposten zijn die die belangen in de weg staan, mogen die dan militair verwijderd worden als dat met woorden niet lukt? En wat is er nodig om indien de belangen hiertoe nopen China of Europa opzij te zetten? Het zijn vragen die opgeroepen worden door deze wooorden, maar die over de in het boek gelegde horizon liggen. Een antwoord erop wordt gemist. Die uitleg blijft nu vaak steken in de startblokken, zoals: de VS moet niet de politieagent van de wereld willen zijn. Los van deze kanttekeningn is het een prettig leesbaar boek dat ook veel inzicht geeft.
De militair-industriële ontwikkelingen gaan zo snel dat wat het boek voorspelt nu al uitgevoerd wordt: het stroomlijnen van
wapenexporten, de regels versoepelen en controle op de acties van
wapenproducten verkleinen. De
drone
wetgeving is bijvoorbeeld AL aangepast om export makkelijker te
maken, dat hiervoor een internationaal verdrag (MTCR) enigszins moest
worden ontweken, doet er blijkbaar nier meer toe in de huidige
situatie, waar de zogenaamde beschermer van het internationale recht
dit zelf net zo gemakkelijk aan de eigen wensen aanpast en negeert.
Noten: