zondag 19 juli 2015

5 – Donostia/San Sebastián: eigen wil



Nu weet ik het weer zeker: mijn pootjes zijn niet gemaakt om mee te lopen. Ze doen pijn en de pijn gaat niet meer weg. Ik vraag me af of ik ze thuis weer snel onder controle heb. Ik mis een fiets om toch fysiek bezig te zijn en me op te laden om een beetje opgewekt te zijn.

Op het strand van Donostia (laat ik de Baskische naam van de stad maar gebruiken) zwem ik weer een flink stuk. De zee aan de golf van Biskaje is heerlijk. De stad heeft een strand met een eigen wil. Als de vloed komt dan verdwijnt deel na deel. De overblijvende stukken worden voller.

De krant bericht over Angela en de positie van Duitsland als cipier van de burcht om de Europese regels te bewaken. Berlijn dat Griekenland afknijpt als straf voor het uit de band springen, maar toch – tegen het gesundes volksempfinden, opgestookt door Springer press – de derde trance van leningen goedkeurt.

Ik zie wel wanneer de volgende krant opduikt. Als we weer terug komen op het veldje moeten we over de en langs de dronken spaanse mannnen heen. Als we gaan slapen valt er een vlak naast ons tentje snurkend in slaap. Mooie plek met zicht op de vele vissersbootjes op zee,maar we besluiten toch verder te gaan.

“Je bent de wolken en je bent de hei,” J.A. Dèr Mouw (1863-1919). Ik las te snel en las je bent … de hel, maar zo erg was het zeker niet.


zaterdag 18 juli 2015

4 – Hondaribia: overvaren


De Vegetariër zit al weer in de koffer. Een boek over normen en waarden, zelfreflectie en de ruimhartige kijk op normaal en abnormaal, rede en onredelijkheid, weet ik nu. Ik ga weer verder met De zwarte met het witte hart. Daarin tot nu toe twee belangrijke vriendschappen tussen de hoofdpersoon en zijn neef en de kroonprinses (Sophia. Dochter van Willen II en Anna Pawlona).

“Iedere vriendschap is een onopvallend drama, een reeks subtiele verwondingen,” leert de kalender op 18 juli. Het is Emile Cioran die dit beweerde. De ontwikkelingen in het boek van Arthur Japin onderschrijven het. Het gebeurt daar met en zonder opzet.

Wij varen met de pont over de Rio Bidasoa naar Hendaye over de grens en zien dat het Franse strand met meer lawaai en sportgeweld bedeeld is dan het Spaanse. Geen krant. Wel onweer en opera zang uit het raam naast onze tent.

vrijdag 17 juli 2015

3 – Hondaribia: welvaart

Het begon vandaag laat. Heb je met een zeventienjarige zoon. Maar ook de Vlaming die naar de Middellandse Zee ging lopen en naast ons stond was nog niet op pad. De winkels waren grotendeels al dicht toen we in het dorp kwamen. Eerst moesten we goedkope klapstoeltjes kopen die meekunnen in onze huurauto, maar niet op de treinreis.

“Geloof, hoop, geld – alleen een heilige zou in staat zijn de eerste twee te kunnen koesteren zonder het derde te bezitten,” aldus George Orwell in Houd de Sanseferia hoog (1936). 't Valt me van hem tegen. Er zijn legio armen die er naar streven en weten dat een vrolijker en rechtvaardiger wereld mogelijk is. Dat betekent niet dat materiële welvaart niet belangrijk is, maar een gebrek er aan hoeft hoop en geloof niet dood te slaan.

“Je hoeft niet zo zuinig te doen,” werd me gezegd. Dus we aten een wafel op een terras, deden uitgebreid inkopen en aten op de camping worst. Veel worst. Dit alles onder het toeziend oog van onze oprukkende buren. Een territoriaal conflict in het klein. Rustig blijven. Maar weer geen krant vandaag.

donderdag 16 juli 2015

2 – Parijs – Irun – Hondaribia: eenvoudig maal

“Het slachtoffer vormt metaforisch de kern van het liberalisme. Wreedheid kan nooit gelegitimeerd worden,” aldus een spreuk van Hans Boutelier in Solidariteit en slachtofferschap (1993) op de WC-kalender (die ik ik meegenomen heb voor alle dagen dat we weg zijn). Misschien.

Op het internationale Estación de Irún zijn geen engelstalige kranten te koop. Ik kan niet lezen hoe arme Grieken verder worden uitgeknepen en waar Syriza staat. De auto was snel gehuurd. De camping gemakkelijk gevonden. En daar zit ik nu “met alles voor een eenvoudig maal in de campingwinkel,” zoals mijn jongste zoon zegt. Maar weer geen krant.

Ik heb geen fiets en kan niet naar het dorp lopen en voel me afhankelijk van een auto die ik zelf niet kan (en wil) besturen: een mislukkeling. Een fietsvakantie heb ik dit jaar al gehad. Laat ik niet klagen, maar me als een kundig tentjesopzetter en kokend pakketje mee laten voeren. Nee ik houd niet van auto's.