zondag 8 mei 2016
Abstractie als je niet weet wat je ziet
Het zijn de belletjes van heerlijk helder IJsselmeerwater. Dat stroomt met 800 liter per seconde door 'de kwal' bij Castricum de duinen in.
zaterdag 7 mei 2016
Mooie vuiligheid
Waarom is dit mooi? De hoogovens van Tata-steel braken stoom, rook en vuur uit. De grond wordt omgeploegd voor erts en de kustlijn onderbroken door zware industrie. Maar die kritiek wordt een beetje gerelativeerd, aangezien dat geldt voor de hele kustlijn van Borsele tot Den Helder; zelfs op de Vliehors staat wat niet aangenaam is. Genieten we daarom minder zee en strand?Ten eerste omdat ik de vormen mooi vindt. Het schip Frej vol containers – slecht voor werkgelegenheid van havenarbeiders, maar goed voor snel transport – voegt een vleugje tegen-beter-weten-in romantiek toe.
Ten tweede omdat ik van natuurlijke, maar ook door mensen gecreërde vormen houd. Zelfs petrochemische industrie kent wonderlijke vormen.
Ten derde is ijzer en staal nodig in onze maatschappij. Misschien minder dan we verbruiken door het snel afdanken van spullen, de grote hoeveelheden die we kunnen kopen en onze handremmen blijkbaar niet werken. Maar zonder zal moeilijk zijn. Voor aan- en afvoer is de nabijheid van de zee essentieel. Daar kan ik mee leven.
Als er dan ook nog dat tegenlicht over je foto gaat hangen. Met die zon die aan de kust altijd net wat wat meer kan dan in het binnenland, dan ben ik tevreden en zie dat het mooi is.
donderdag 5 mei 2016
Rammelende put

Op die dag in februari was ik hoopvol dat de put op zou houden met rammelen. Het werkte zeven auto's lang. Daarna lag hij weer los en een dag werk van twee man aan barrels. Het werd zelfs erger dan ervoor.
Tek de kleermaker klaagde, Marie-José klaagde, voorbijgangers keken op. Door het afsluiten van de Houtmankade is het drukker in de Barentszstraat; dag en nacht bloink-bloink of één bloink als een auto met een bocht over de put reed.
Mensen legden kleedjes over de put, er werden lapjes tussen gestopt. Ik deed maar weer eens een melding bij overlast. Na drie weken kreeg ik antwoord van de gemeente. De put is niet van ons maar van Waternet, we hebben het aan hen doorgegeven. Leve de verkokerde en geprivatiseerde overheid. We zien wel wat er van komt.
Of laat ze maar wegblijven. Op 2 mei hoorde ik hameren in de straat. Bij de put zat een buurman met hamer en vulling. Ook hij had dus last. Het was een heel karwei. Tot nu toe werkt het. De overheid treedt langzaam terug en bewoners mogen zelf hun straatmeubilair gaan bijhouden. Is dat het?
woensdag 4 mei 2016
4 mei
Voor het eerst sinds jaren niet naar de verjaardag van mijn schoonvader. Er is teveel werk rond het Nederlandse wapenexportbeleid om een paar dagen weg te gaan. Wel ben ik vanmiddag nog even naar het strand gegaan. Op tijd weer thuis voor de dodenherdenking. Gek het werkt, meer dan dat schrijf en leeswerk van het moment.
Ik denk nu over oorlog, verzet, slachtoffers en een familielid dat ik niet kende en waar ik ooit toch nog eens over wil schrijven.
Ik denk over de man die tot het einde een prettig en actief sociaal democraat bleef en vertelde hoe hij zijn geweer richtte over de aan de Handelskade gevangenzittende NSB'ers. Op mijn reactie, “dat kan toch niet,” reageerde hij ietwat verbaasd. Kennelijk werd hem dat nooit gezegd. Daarna hadden we goed en lang gesprek.
Ik denk over de doden in Libië die vallen omdat wij zo nodig het land moesten helpen.
Ik denk over Koerden die door onze Turkse bondgenoot omkomen.
Ik denk dat oorlog mijn leven vult en dan toch vooral de hoop en inzet – tegen beter weten in misschien – dat het ooit anders kan. Dat men de misère eerlijk gaat verdelen en het mooie en het nodige en de luxe die het leven net wat aangenamer maakt.
Ik kijk naar de herdenking op de Waalsdorpervlakte; minder militair en grootschalig dan die op de Dam. De vogeltjes die ik net zelf in de duinen hoorde, zingen nog steeds. Twee minuten; het lijkt zo lang, maar het is zo voorbij. Niet meer dan een aanzet voor het denken. Het Wilhelmus zet ik zacht.
Ik denk nu over oorlog, verzet, slachtoffers en een familielid dat ik niet kende en waar ik ooit toch nog eens over wil schrijven.
Ik denk over de man die tot het einde een prettig en actief sociaal democraat bleef en vertelde hoe hij zijn geweer richtte over de aan de Handelskade gevangenzittende NSB'ers. Op mijn reactie, “dat kan toch niet,” reageerde hij ietwat verbaasd. Kennelijk werd hem dat nooit gezegd. Daarna hadden we goed en lang gesprek.
Ik denk over de doden in Libië die vallen omdat wij zo nodig het land moesten helpen.
Ik denk over Koerden die door onze Turkse bondgenoot omkomen.
Ik denk dat oorlog mijn leven vult en dan toch vooral de hoop en inzet – tegen beter weten in misschien – dat het ooit anders kan. Dat men de misère eerlijk gaat verdelen en het mooie en het nodige en de luxe die het leven net wat aangenamer maakt.
Ik kijk naar de herdenking op de Waalsdorpervlakte; minder militair en grootschalig dan die op de Dam. De vogeltjes die ik net zelf in de duinen hoorde, zingen nog steeds. Twee minuten; het lijkt zo lang, maar het is zo voorbij. Niet meer dan een aanzet voor het denken. Het Wilhelmus zet ik zacht.
Abonneren op:
Posts (Atom)


