woensdag 10 juni 2020

Vla


Het leven is als zwemmen door vanillevla. Je zinkt niet, gaat traag voorwaarts en het voelt wel prettig, terwijl je weet dat je ooit toch echt het water weer in moet (minder gladjes en met minder opwaartse druk) om echt verder te komen.

In België zal de komende jaren in totaal € 50 miljard aan welvaartsverlies verdampen. De ontwikkeling van economie zal sterk negatief zijn en dan weer even snel stijgen, maar de groei zal afzwakken en lange tijd niet op het oude niveau terug komen. Het enorme bedrag is het verschil tussen in februari en juni verwachte groei tot eind 2022. In Nederland krimpt de economie ook ongekend en verloren sinds het begin van de COVID-19 crisis 372 duizend personen hun baan.

De afgelopen periode heb ik nogal wat mensen gehoord die lak aan de overheidsmaatregelen hadden en uit hun eigen kleine persoontje dachten. Ik ben niet bang of ik ga voor kwaliteit van leven, en meer van dat soort oogkleppenpraat met een hypotheek op het leven van anderen en toekomst van ons allen. En dan heb ik het nog niet eens over de duizenden extra doden in die paar maanden en de doden die door beleid zijn voorkomen. Opvallend dat de liberaal Rutte minder problemen met restricties leek te hebben (zelfs van De Markt) dan sommige mensen die zich progressief of links noemen.

Door dit soort onverantwoordelijke prietpraat werd de vla nog net iets dikker en mijn vertrouwen in de toekomst minder. O ja en ik besteed heus een groter deel van mijn energie aan het me druk maken over de militaire industrie die een Keynesiaans slaatje uit de crisis wil slaan. Alsof er geen urgenter deel van de economie is dat op de schop moet, om de bijvoorbeeld het verdrogen van de samenleving tegen te gaan.

***

De fiets op. Eigenlijk zou ik vandaag samen gaan fietsen, maar werk van mijn fietspartner hield dit tegen. Ze zou de E-bike nemen. Ik ernaast voortgedreven door havermout en boterhammen. De ijscoplek bij Duin en Kruidberg is flink verbouwd en nu met eenrichtingsinstructies weer open. Alleen sloeg ik hem over.

Er hangt een natte stilte voor de storm sfeer. Ik hoor zelfs een man tegen zijn vrouw zeggen dat hij al druppels voelt, maar hij is vast de enige. De stilte wordt doorbroken door een gezin met jonge kinderen die de duinen over trokken. Die van een jaar of vijf wordt nageroepen: “boven wachten!” In de verte klinkt nog steeds de koekoek. Aan de strandkant van het duin hoor ik de jongen tegen zijn vader zeggen: “wat een rust hier.” Zou hij zien dat het naast zijn zitplek wemelt van de torren?

***
Ooit danste ik op Barbados op Me mind on fire/Me soul on fire/Feeling hot hot hot/Party people/All around me feeling/hot hot hot etc.

Onlangs las ik een boek dat begon op een slavenplantage op datzelfde eiland. Onlangs hoorde ik voor het eerst de naam George Floyd. Onlangs hoorde ik een tekst van een liedje met de naam van dat eiland waar ik als jongen feestte:

For how could we do without sugar and rum?
Especially sugar, so needful we see?
What? Give up our desserts, our coffee, and tea?!

Besides, if we do, the French, Dutch, and Danes
Will heartily thank us, no doubt, for our pains
If we do not buy the poor creatures, they will
And tortures and groans will be multiplied still


Nu maakt zelfs mooie muziek dit amper behapbaar.








































Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén of meer daarvan plaats ik hier. Steeds vaker schrijf ik mijn tekst (gedeeltelijk) al voor die tocht en voeg er achteraf nog wat zinnen en/of gedachten aan toe.

maandag 8 juni 2020

Bus

Vrijdag voor het eerst weer eens een ander rondje gefietst. Het leven krijgt langzaam weer meer vorm. Maar of het zo slim was met die hevige wind en veel regen mijn jaarlijkse rondje Marker- en IJsselmeer te fietsen?

Behalve dat ik dacht dat de laatste bus over de voor fietsers afgesloten dijk om 16.30 zou gaan (en ik me dus tegen de wind in nodeloos het ongans trapte om hem te halen, terwijl ik op een print met de winterdinestregeling had gekeken) was het vaak genoeg droog om het leuk te houden. 


Die busdienst is erg goed verzorgd. De buschauffeuse gaf bovendien tekst en uitleg bij de veranderingen aan de dijk: nieuwe gemalen, fietspad, getijdestroomcentrale, bruggen en fabriek om betonblokken te maken.

Door het weer en de haast, maar een foto dit keer. Wel heb ik een collage met mijn coronarondje van de afgelopen 10 weken.

Wat als je een CD van De Kift bestelt? Dan komt er niet een kartonnen envelopje in je bus, nee dan komt er een paketbezorgdienst aan je deur, met een waar kunstproduct, dat op je bureau ligt als je terug komt van je rondje:

teksten met bronvermelding in kleur; eigen tekeningen; knipsels (uit oude tijdschriften, wat elk exemplaar uniek maakt); vertalingen; en een overzicht van werk van de Kift dat nog te koop is (een vorm van stijlvolle verkooptactiek).

Paha Vaani van Marko Haavisto & Poutahaukat is bewerkt tot Engelenkoor. Zowel de Finse als Nederlandstalige tekst zitten in de ordner (en natuurlijk de Engelse vertaling). Ik las ergens dat iemand vond dat de kift versie niet kon tippen aan het origineel. Wat mij betreft is het net andersom.


woensdag 3 juni 2020

twijgen

De wereld valt over me heen. Mischa Wertheim mag ruim twee uur lang vertellen wat ik grotendeels zelf ook al bedacht, maar hij doet dat wel met veel meer humor, soms keihard.
Militarisme steekt de kop op in de Verenigde Staten om een protest tegen racisme, dat wordt gevoed door decennia lange verwaarlozing en repressie, juist de kop in te drukken. Om de inzet van het leger en Nationale Garde te verklaren, worden rellen liever terrorisme genoemd. 
Het biljart is opeens weg uit het buurtcafé, zo blijkt nu dat weer open is. Gelukkig mogen de ballen in een andere buurt nog wel klotsen. 's Avonds heb ik niet eens spijt. Pas de andere dag wellen tranen op als ik bedenk dat dit vermaak me zoveel kost en dat ik vooruit vallend aan de eindstreep van 50 caramboles kom

***

De fiets op. Fijn dat je altijd kan trappen, zonder dat het iemand of iets pijn doet. Ik nam een mondmasker mee, voor het geval dat ik ergens zou stranden. Het gebeurt nooit, en ook nu niet, maar altijd had ik een sleutel 15" bij me en nooit nodig, totdat ik hem een paar weken geleden niet bij me had. Gelukkig was er een garage vlakbij.

Heel abnormaal en schijnbaar dood neergestort lag langs het Brettenpad een vrouw in het gras; alsof ze zo pardoes van haar fiets was gevallen die een eindje verder ook plat lag. Een gemeente karretje stond er met groenverzorger al bij.
“Ze zegt zelf dat ze uitrust,” zei de man, “maar heeft U misschien wat water?” (In deze tijd een dokter bellen zou ook niet verkeerd zijn, dacht ik, maar hij was er al mee bezig.)

Langs het pad in duinen stond een lijster met een snavel vol wormen. Een nest vol jongen zou wel ergens aan het piepen zijn en wachten. Kuikens in een van twijgen gevlochten mandje. De blauwe zeedistel belooft ook al nieuw leven.

Bij de duinen doen we een praatje vogel. Over leeuweriken, nachtegalen en de sprinkhaanzanger. Het geluid van die laatste vergeet ik niet meer.

***
Zo vader zo zoon. Woody Guthrie zong in de jaren vijftig een liedje met Fred Trump, de vader van, als hoofdpersonage: Old Man Trump. Het was uit Woody's leven gegrepen. In december 1950 verhuisde hij naar een appartementsgebouw in Brooklyn – Beach Haven Apartments. Zijn huisbaas: Fred Trump is een man met bijna even beroerde geschiedenis als zijn zoon. Hij werd niet zo rijk door vriendelijk te zijn, to say the least. Het is die rijkdom die hij naliet aan de huidige ellendeling in het Witte Huis.


































Beech Haven Ain't My Home
(aka. "Old Man Trump")

Words by Woody Guthrie Adapted by Ryan Harvey, Music by Johnny Irion
 
I suppose that Old Man Trump knows just how much racial hate
He stirred up in that bloodpot of human hearts
When he drawed that color line
Here at his Beach Haven family project

Beach Haven ain't my home!
No, I just can't pay this rent!
My money's down the drain,
And my soul is badly bent!
Beach Haven is Trump’s Tower
Where no black folks come to roam,
No, no, Old Man Trump!
Old Beach Haven ain't my home!

I'm calling out my welcome to you and your man both
Welcoming you here to Beach Haven
To love in any way you please and to have some kind of a decent place
To have your kids raised up in.
   
Beach Haven ain't my home!
No, I just can't pay this rent!
My money's down the drain,
And my soul is badly bent!
Beach Haven is Trump’s Tower
Where no black folks come to roam,
No, no, Old Man Trump!
Old Beach Haven ain't my home!

Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén of meer daarvan plaats ik hier. Steeds vaker schrijf ik mijn tekst (gedeeltelijk) al voor die tocht en voeg er achteraf nog wat zinnen en/of gedachten aan toe.

maandag 1 juni 2020

Boeken in mei


Laatst gelezen boek boven

De moeder van marathonloper, BN'er en cabaretierDolf Jansen is in Ierland geboren. In het programma Verborgen Verleden gaat hij opzoek naar de Ierse Roots. Opa verzette zich tegen de Engelsen op het eiland en was in dat verzet een hele meneer die een serie gevangenissen van binnen 'mocht' bekijken, zo blijkt uit een dagboek. Dolf is er trots op en put inspiratie uit dit verzet, want wat hadden die Engelsen in Ierland te zoeken? Niets. Helemaal eens.

Maar daar komt geen punt, maar een komma, want na het verdrag tussen Ierse Republiek en Engelsen van 1921 was de strijd immers niet beslecht. De Engelsen behielden het economische belangrijke Noord-Ierland en het verzet leefde in de jaren zestig in Noord-Ierland weer op. Maar zo'n komma betekent ook ruimte voor vragen als: Wat betekende het verzet voor de inwoners; Welk verzet was wel en welk niet geoorloofd; en Hoe raakte mensen in de Ierse strijd betrokken en hoe kwamen ze er uit?

De door Bernard MacLaverty beschreven Cal is een jongeman die zich in de jaren tachtig laat zich inzetten bij republikeinse acties. Het gaat niet van harte, maar hij komt er ook niet onderuit en wordt als aansporing bedreigd met geweld. In die context en met een pijnlijke romance gaat het boek over mooi en lelijk, nieuwsgierigheid en privacy, werk en werkeloosheid, vertrouwen en beschamen, misdaad en straf, liefde en haat, teder en bruut, katholiek en protestant, en over de diffuse situatie waarin een mens, en zeker de mens in een conflictsituatie, kan belanden. Dit alles in fijn geschreven zinnen.

Matthias Grünewald: De kruisiging 1510-1515.
De negen jaar oudere Marcella, waarop Cal verliefd wordt, werkt in de plaatselijke bibliotheek en geeft hem Misdaad en Straf van Dostojevski mee. Het is een boek met parallellen met de roman Cal. Een veertiende eeuws schilderij van Matthias Grünewald met Jezus aan het kruis is een andere kunstuiting die nadrukkelijk aan bod komt. Pijn en straf als verlossing van de zonden, het is een catharsis die  ook door Cal gezocht wordt. (Dat kerstmorgen zo'n belangrijke rol speelt in het verhaal, geeft gezien vanuit de Christelijke leer hoop.) Verder is een bom verstopt in het boek Middlemarch van George Elliot, een roman die gaat over het Engelse conservatieve plattelandsleven.

De roman laat vooral zien dat keuzes maken binnen een maatschappij waar de tegenstelling zo scherp is, minder gemakkelijk is dan de buitenstaander kan denken. De in Schotland woonachtige Noord-Ier MacLaverty is niet over de keuzes van het groepje rond Cal te spreken. Verzet moet immers ook zijn grenzen kennen en niet het verleden, maar de toekomst als horizon zien. Dolf zal het daar vast mee eens zijn en Verborgen Verleden was ook gewoon een mooie tocht langs de archieven, kroegen en kerken binnen zijn Ierse familiegeschiedenis. Wat hij zegt klopt, verzet inspireert, maar de worsteling is ook hoopgevend en een noodzakelijk deel ervan.

***


Gekke Mustafa en andere verhalen van Halil Gür bevat geen datum van uitgave. De verhalen spelen half jaren zeventig, rond en na de Turkse staatsgreep van 1971. Die gespannen situatie komt een aantal malen terug. Het Nederland dat hij beschrijft is dat van eind jaren zeventig tot halverwege de jaren tachtig. Op de wiki pagina over Gür staat dat het boek in 1984 is gepubliceerd; als eerste van een hele reeks.

De verhalen spelen in Turkije, met name Istanboel en kleine dorpen in het Turkse deel van Koerdistan. Een groot aantal bevat autobiografische elementen, zoals hij was ook student architectuur die niet rond kon komen, zijn kost moeizaam verdiende en in Nederland zijn plaats vond door te fietsen, turkse koffie met Nederlandse cake verorberen, werk voor koppelbazen en het gele papier kreeg na het gebruik maken van de regeling uit mei 1975 voor het legaliseren van illegale gastarbeiders die voor 1 november 1974 het land waren binnengekomen. Dit boek fungeert als een blik over de schouder en laat zien hoe moeizaam het inburgeren in Nederland ging, zelfs met de beste bedoelingen van de immigrant.

De verhalen in Gekke Mustafa zijn vooral sterk doordat ze levendig met met liefde mensen beschrijven die het niet zo getroffen hebben, zowel in Turkije als Nederland. Ze koesteren wrok, blijven ondanks alle inspanningen arm of zijn aan de drank. Er is ook een aardig verhaal hoe te ontsnappen aan de vreemdelingenpolitie en een ander hoe een zigeunerin (de benamingen Sinti en Roma waren destijds nog niet ingeburgerd) de hongerige student helpt met wat bij elkaar gebedeld kleingeld.

*** 

In grote lijnen kende ik het verhaal dat Conny Braam in het schandaal vertelt. Al voordat het boek geschreven werd, sprak ik er in de jaren tachtig met mijn collega antimilitaristen uit Haarlem en Velsen over. Het verhaal hoe notabelen en politie in de regio Kennemerland tegen linkse elementen in het verzet opereerden, haalde destijds weer eens de krant. Braam schreef het boek 16 jaar geleden. Het stond al lang op mijn lijstje, maar ik las de geromantiseerde reconstructie van dit verhaal pas onlangs.

Het is een van de vele zwarte bladzijden in de geschiedenis van de bezettingsjaren. Wie in de kanten databank Delpher zoekt op 'Velser Affaire' vind meer dan 130 treffers. Een van die artikelen heeft als onderkop “Wie aan de Velser Affaire komt breekt zijn nek”. Een citaat dat ook Braam in het schandaal optekende. En nog steeds haalt de zaak ieder jaar de krant.

Connie Braam dient de feiten niet gortdroog op. Ze houdt de grote structuren aan, maar vertelt ook het verhaal van Susan Boerhave, die als tiener binnen het verzet tal van activiteiten voor haar rekening nam, zoals koerierswerk, het ophalen van vrijgekomen gevangenen, en het liquideren van gevaarlijke personen. Na het samenvoegen van de verschillende verzetsgroepen onder één leiding, bepaalde een immorele en reactionaire leiding
wie gevaarlijk was en uit de weg moest worden geruimd (MB: het verzet in de regio had aan de top Mr. Sikkel afkomstige uit de Orde Dienst (OD), een anti-linkse verzetsorganisatie, die de plannen voor een autoritair bestuurd Nederland na de bevrijding klaar had liggen. In het boek wordt hij Sikkink genoemd). Dat jonge linkse verzetsmensen bij die liquidaties omkwamen – met Hannie Schaft (in de roman Anna genoemd) als bekendste –, was een bijkomend en bedoeld voordeel, aldus de roman. Welke invloed dit cynisme heeft op het leven van de jonge Susan en haar gezin is het belangrijkste thema van het boek.

Geschreven in de stijl van de betere streekroman, gebouwd op grondig onderzoek en met een politieke boodschap, zo zou je het boek samen kunnen vatten. Wat mij het meeste trof was de beschreven naïviteit in het vertrouwen van personen die de touwtjes in handen namen. Anderzijds een houding gebouwd op louter wantrouwen leidt tot niet tot effectief verzet. Je moet bovendien wel keihard en gestaald zijn om niet ook te gaan twijfelen in de de zin van: ben ik gek met mijn wantrouwen? Dat er bescherming tot op het hoogste niveau was (de Haarlemse officier van justitie in oorlogstijd, de hierboven al genoemde Mr. Sikkel, was zwager van oorlogspremier Gerbrandy), heeft recht doen buigen en onrecht opgericht. De Velser Affaire heeft nog jaren lang zijn sporen nagelaten op mensen die beter hadden verdiend.

De roman zou in 2013 leiden tot een 'definitief' onderzoek naar de Velser Affaire door Bas von Benda-Beckmann van het NIOD, waarin wordt gesteld dat voor opdracht uit Londen om communisten om te brengen geen bewijs is te vinden. Een recensent stelt: “De Velser Affaire” roept wel de vraag op of von Benda- Beckmann van koers veranderd is, omdat de beschikbare bronnen geen nieuwe informatie bevatten. Of dat het hem bij nader inzien verstandiger leek om geen confrontatie aan te gaan het hogere gezag, want die tentakels reiken immers ver. Zelfs nog zoveel jaar na de oorlog.” Naïviteit is veel mensen nog steeds een brug te ver. Dat Gerbrandy in 1947 betrokken was bij de plannen tot een coup, zal ook niet helpen bij het gladstrijken van de donkere plooien.

Braam heeft inmiddels heel wat volgende boeken geschreven. Onlangs kreeg ik een mail met de aankondiging van de
nieuwste roman Wij zijn de wrekers over dit alles. Deze vertelt het verhaal van Jakob Witbooi, Jantjie Jafta, Moritz Rabinowitz en Koos Abrahams en de tienduizenden zwarte, bruine en witte Zuid-Afrikaanse soldaten die vochten tegen het nazisme. De oorlog blijft een bron voor verhalen.

***

Barkskins van Annie Proulx begint met het leven van twee Franse jongemannen uit de achterbuurten van Parijs die naar Canada trekken om daar als houthakker te gaan werken: Charles Duquet en René Sel, die tweede trouwde met Mari een Mi'kmaw.

Sel

René Sel is een man die de wereld op zich af laat komen; hij ziet zichzelf als een stofje in de wind. Zo'n stofje is kwetsbaar. Hij wordt vermoord in het bos en de vermoedelijke dader neemt op grond van haar zogenaamde rechten als zijn pleegkind en vooral als blanke de eigendommen in. De familie Sel zal daardoor het verhaal beginnen zonder veel bezittingen. Die achterstand is een constante in het boek. De oorspronkelijke bewoners worden veracht, zijn vrijwel rechteloos en hebben te maken met racisme. De Sels verhuren zich als houthakkers of leven in tanende Mi'kmaw dorpen van jacht en visvangst. Een deel van hen zal leren van de blanke kennis die nuttig is. “Veel Mi'kmaw zijn gestorven met hun kennis opgesloten in het hoofd,” zegt de dochter van een Sel en een regelrechte Duke. Zij leert hen ter compensatie Westerse kennis.

Duke & sons

Charles Duguet, die zich al snel om laat dopen tot Charles Duke, neemt het leven zonder veel scrupules wel in eigen hand. Hij wordt eigenaar van een omvangrijke houthandel. Zijn leven staat in dienst van zijn zakelijk succes of dat nu gaat om het vinden van een echtgenote, het krijgen of hebben van kinderen en het binnenhalen van orders en wingebieden. Echter niet alles is te koop of te bedisselen, zo blijkt. Zijn zoon danst niet naar vaders pijpen. Ook vader Duke komt door moord aan zijn einde, maar laat een florissant bedrijf achter aan zijn geadopteerde zoons. Dat bedrijf staat mede aan de wieg van het verdwijnen van de boreale bossen van het continent. Met het verdwijnen van die bossen, verdween ook de bestaande leefwereld van mens, dier en plant. Dat is het centrale thema van het boek. De Dukes en Sels staan symbool voor dit verhaal. De Mi'kmaw worden daarbij letterlijk uit het het verhaal van de Dukes gewist en gemoord. De firma in hout gaat tenslotte over naar de Breitsprechers, een geslacht van bosbouwers met Duitse wortels dat zich de familie in trouwt.

Tijdsspanne

Het verhaal begint in 1693 en loopt tot 2013. Het omspant zo de geschiedenis waarin de blanke meende de bossen te mogen omkappen en platbranden, omdat God een dergelijke woestheid niet kon verdragen tot aan milieuactivisten die door het planten van jonge boompjes en het zoeken naar de beste plantmethode iets van de verdwenen natuurlijke rijkdom proberen terug te winnen. Het spreekt vanzelf dat het lang wachten is na het omkappen van duizenden jaren oude reuzensequoia's tot je weer hebt wat je had. Maar niets doen is geen optie.

Structuur en boodschap

In die geschiedenis speelt Amsterdam een rol, er is een link met Leiden en de Nederlandse vaart op de Oost. In Nieuw-Zeeland is het latere Duke Logging and Lumber – inmiddels onder controle van een vrouw – betrokken bij de kap van de kuari bommen. Een type boom dat goed te bewerken is, maar waarvan door de kap 95% is verdwenen.

Je zou kunnen zeggen dat het boek de continenten omspant, zoals veel recensenten doen, maar dat doet volgens mij geen recht aan het gegeven dat het vooral over activiteiten en gevolgen in Noord-Amerika gaat. Wat niet Amerikaanse couleur locale, met zelfs een aantal Nederlandse woorden zoals snoezepoes, en een verblijf in een Zuid-Amerikaans regenwoud, handel in China, en koppensnellers in Nieuw Zeeland geven leven aan het boek, maar het blijven zijstraten.

Barkskins is geen opgewekte kost, maar wel een boek dat geschreven is met aandacht voor tijd en mens. De ruim 700 pagina's zijn een leesreis tussen boomstronken door. Om en om komen beide families in een deel aan bod. Pas in het laatste deel, nadat in het eerste Charles Duquet het houthakkerskamp verlaat, wordt aan beide weer een aantal hoofdstukken in het zelfde deel gewijd. Goed dat er een levendige stamboom van 300 jaar oud opgenomen is van beide families, zodat je de personen nog eens kan natrekken als je even de draad verloren bent in de eeuwen.

Verleden en toekomst

Voor de optimist is het een boek met goede afloop, milieuactivisten gaan aan de slag. Voor de pessimisten is de afloop niet erg bevredigend, maar het waarom van die conclusie laat ik in het midden; dat is aan de lezer zelf om te oordelen. Mijn maand voor het slapen
dwalen door de toch niet eindeloze bossen zit erop.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken. De omslag is gelijk aan die van het boek dat ik las.