De bloei van het leven is een vervolg op Een wel opgevoed meisje, het eerste deel van de autobiografie van Simone de Beauvoir. Hierna volgden nog een derde en vierde deel verschijnen: De druk der omstandigheden en Alles wel beschouwd.
In het tweede deel beschrijft ze de jaren dertig, de oorlogsjaren en ze eindigt in 1944 als Parijs bevrijd wordt. Daarmee bestrijkt het boek haar 21e tot 34e levensjaar. Dat betekent dat het gaatvan individualistische moraal naar een beeld waarin ze zich niet los kon zien van de omstandigheden waarin ze opgroeide.
Het leven werd een compromis tussen haar en de wereld. Ze meende eerder dat de onrechtvaardigheden in dat leven verdragen en vermeden moesten worden; je ertegen verzetten had immers geen zin.
De bloei... is het verslag van de zoektocht van en zelfreflectie door een jonge, en bekende Franse intellectuele die tot ze ging werken in onmin met zichzelf leefde.
Achteraf verklaart ze dat ze in haar jonge jaren op een verschrikkelijke manier abstract dacht.
Driehoeksverhouding
Het
boek is verschenen in 1960. De Nederlandse vertaling door Jan
Hardenberg kwam er pas in 1968. Aandacht ervoor in de pers spitste zich
op de beschrijving van de afspraak die de basis vormde voor de relatie
tussen De Beauvoir en Sartre en de driehoeksverhouding
met daarin de jongere Olga, en haar babbelzucht
waarin zij vertelt welke uitgevers ze bezoekt, in welke hotels ze
verblijft en de cafés die ze frequenteert.
Ze beschrijft in het boek ook over
het existentialisme, de verhouding tot Rusland en reizen naar met
name Zuid-Europa. Op een zeer groot deel van de pagina's wordt Sartre
genoemd alsof ze zich in de open relatie zo vaster aan hem bindt.
'Wij' en 'onze' wordt veelvuldig gebruikt om hun samenzijn en
gedeelde meningen en ervaringen te benadrukken.
Het is een
boek met zoveel feiten, geschiedenis, ideeën en visies, dat het
onmogelijk is die in een korte bespreking recht te doen. Daarom
wordt er hieronder een paar punten uitgehaald.
DokwerkerZe gaat samen met Sartre naar Italië, omdat het kan, ook met een krappe beurs. Het reizen is door Mussolini goedkoop gemaakt; wie in de Rome een 'fascistische tentoonstelling' bezoekt, kreeg een flinke reductie op de reiskosten.
Soms blijken de twee niet te begrijpen wat ze in het buitenland meemaken. Ze leren in Napels wel dat als het voedsel uitbundig uitgestald ligt dat misleid; vermoedelijk sterven er dan juist mensen van de honger. Ze zien in Spanje een arrestatie, maar horen pas later wie waarom gearresteerd werd.
Feministe is De Beauvoir nog niet. Toch duiken al vroeg voorbeelden op waardoor de ontwikkeling die kant uit niet verbaast.
Tijdens een politieke bijeenkomst over abortus, waar vooral jonge vrouwen en meisjes aanwezig zijn, maakt een lid van de rechtse Camelots du Roi, met zwierig vlinderdasje, een onbeschofte opmerking. Een dokwerker van de ordedienst stapte eropaf en zegt: “Ik heb dan wel niet uw opvoeding, mijnheer, maar in het bijzijn van dames sla ik dergelijke taal niet uit.” Het beschreven beeld van die scene voor je zien, doet nog steeds goed.
AntimilitarismeAls Sartre voor zijn dienstlicht op moet komen, schrijft ze dat beiden antimilitaristen zijn. Sartre noemt die dienstplicht stompzinnig en zij vindt het uniform lijken op de uitrusting van een dwangarbeider. Op de kermis smeten ze met plezier de poppen omver met gezichten van bekende generaals. Half jaren dertig spraken de twee een Duitse veteraan uit de oorlog van 1914-18 die meende dat bij een volgende oorlog Duitsland zijn eer terug zou krijgen. Als Sartre zegt dat zo'n oorlog niet nodig is, komt als repliek “de eer gaat voor alles.” Het is een variant op de bekende dolkstootklacht, maar ze wordt hier gebruikt om de zin van het antimilitarisme te onderstrepen.
SpanjeDe jaren dertig vormden de opmaat naar Tweede Wereldoorlog. Voor De Beauvoir is de oorlog in Spanje tussen Republiek en opstandelingen onder leiding van Generaal Franco wat op het vlak van internationale politiek het meest dichtbij komt. Het zou tweeënhalf jaar haar leven beheersen. Ze vond dat de Republiek bewapend moest worden, dat er kanonnen, mitrailleurs, geweren en vliegtuigen vanuit Frankrijk geleverd moesten worden. Pacifisme en antimilitarisme waren duidelijk geen synoniemen binnen haar denkkader. De Franse regering weigerde. Ook de Franse socialisten waren verdeeld. Er waren er ook die “banger waren voor het revolutionaire elan”dan voor het fascisme. Ze wilden daarom liever de vrede met Duitsland behouden. Er werd aldus de schrijfster Franco geen strobreed in de weg gelegd, waardoor de As-mogendheden meer moraal kregen. Italië en Duitsland steunden wel openlijk Franco en zijn troepen.
Het is verleidelijk hier een uitstapje naar 2022-heden in Oekraïne te maken, maar de situatie is alleen oppervlakkig vergelijkbaar, en het zou een korte bespreking te buitengaan om de verschillen, overeenkomsten, de toen en nu gewenste politiek en mogelijke gevolgen te beschrijven.
De Beauvoir komt enige pagina's na haar verontwaardigde oproep met de opmerking: “Het enige land dat in staat was de opmars van het fascisme te stuiten, en ook de oprechte wens had dat te doen, was de Sovjet Unie.” Maar een paar regels verderop verwoord ze haar twijfels over Moskou en noemt het verdriet dat er geen enkel hoekje in de wereld was waarop je je hoop richten kon. Weer later ziet ze de strijd tussen Stalinisten aan de ene kant en de Trotskisten van de P.O.U.M., de Socialisten van Negrín en anarchisten aan de andere. De tweede groep beschuldigde de eerste ervan zowel de volksbeweging als de republiek te vermoorden. Hoewel ze later twijfelt aan de rol van Moskou, neemt ze geen positie in en wijdt geen woord aan de politiek van Negrin om naar steun aan de Stalinisten te neigen, om zo de hulp vanuit Moskou te garanderen.
Pas als duidelijk wordt dat Rusland en Duitsland een verdrag hebben getekend dat Hitler de vrije hand gaf in de rest van Europa (het Molotov von Ribbentrop Pact (23 augustus 1939), dat door de schrijfster meer algemeen een verdrag tussen Rusland en Duitsland wordt genoemd) is er een grote schok en wordt de visie onderschreven dat Rusland een imperialistische mogendheid was geworden met geen enkel ander doel dan het nastreven van eigenbelang.
WegkijkenWat opvallend is in het boek is dat De Beauvoir zich vooral afzijdig houdt van de internationale ontwikkelingen; er haar ogen bewust voor sluit. Ze ziet dat de wereld op meer dan een strovuurtje afstevent, maar kijkt toch weg. Het begin van de Jodenvervolging wordt kalm opgenomen. De kranten worden lichtzinnig gelezen. De ontwikkelingen in Spanje, in de Franse binnenlandse politiek en alle ellende in de wereld gaven haar een gevoel van machteloosheid en ze wilde dit eigenlijk alleen maar vergeten. Ze doet dit door wandelingen en reizen als afleiding. In die houding volhard ze vrijwel tot aan de verovering door de Duitsers van Frankrijk.
De strijdbare feministe van na de oorlog was een individualiste die vooral met haar persoonlijke ontwikkeling, werk, vriendschappen en schrijversloopbaan bezig was. Ze beschreef zichzelf begin jaren dertig als realiste, en verbeelde zich daarmee representatief te zijn voor de hele mensheid, achteraf zegt ze dat daaruit juist bleek dat ze behoorde tot de bevoorrechte klasse die ze meende af te wijzen.
FeitenDe laatste twee hoofdstukken gaan over de oorlogsjaren. Ze verwerkt daarin integraal dagboekaantekeningen en beschrijft nauwkeurig wat ze in die jaren meemaakte (waar ongetwijfeld ook bronnen materiaal bij is gebruikt). Het maakt de oorlogsjaren in Parijs en Frankrijk in het algemeen voelbaar. Toch gaat het ook wel eens mis met ophalen van de geschiedenis. Op 10 juli 1944 werden 13.000 mensen “voor het merendeel vrouwen en kinderen” levend verbrand in hun huizen en de kerk waar ze heen waren gevlucht in het dorp Oradour-sur-Glane, schrijft ze. Bij het zoeken naar achtergronden, blijkt dat het dorp in 1939 1.574 inwoners kende en in 1946 1.145. Er werd door de Duitsers wel een slachting aangericht, maar het betrof 648 mensen – nog steeds enorm veel, gezien de omvang van de bevolking – en niet in juli, maar op 10 juni (vier dagen na de landing in Normandië).
Het getal 13.000 dat in ruim verband het meest opduikt als je zoekt op Frankrijk en Tweede Wereldoorlog kent ook een zeer wrange achtergrond, maar dat ging om het samendrijven van Joden op de wielerbaan van Hiver in Parijs door de Franse politie om ze vervolgens af te voeren naar een concentratiekamp. Mogelijk is het cijfer blijven hangen. (Enige maanden na het lezen van De bloei... kwam ik het cijfer tegen om de de jacht op migranten in de VS te illustreren met een zeer wrangcitaat.)
Twee gruwelen lijken door De Beauvoir elkaar gehaald te zijn. Feiten worden wel vaker losjes gebruikt, maar hier was het wel heel duidelijk fouttief. De lezer is gewaarschuwd, maar de sfeerbeschrijving blijft – al kan je dat laten meeleven ook als babbelzucht beleven. Mij beviel het.
Boeken
In
De
bloei van het leven
bespreekt ze het schrijven van de boeken in de jaren tot aan 1945 en
soms ook later werk, haar aanpak, overwegingen, maar ook wat ze
anders had moeten doen. Uit die besprekingen haal ik een zin die ze
licht gewijzigd vaker heeft gebruikt, vermoedelijk omdat ze hem mooi
vond: “Hoe
kun je het gewicht van een traan vergelijken met het gewicht van een
druppel bloed.”
Hij wordt door roman personage Jean
Blomart
uitgesproken om de keuze voor maatschappelijke afzijdigheid te verklaren; het is immers toch onmogelijk je zo te gedragen dat je aan alle mensen recht doet.
Bijna Tien jaar later zal Anne Dubreuil in De
Mandarijnen
(een boek dat herhaaldelijk wordt genoemd in De
bloei...)
hem herhalen, maar dan zonder een oordelende betekenis. Maar de metafoor spreekt ook los van deze werken van De Beauvoir tot de verbeelding.
Naast eigen werk komen ook boeken van anderen aan de orde
die verschenen in de beschreven jaren. Daarmee is de biografie
ook een overzicht van literatuur die de schrijfster het waard vond om
te vermelden. Zo wordt Russische literatuur genoemd van Babel,
Ehrenburg, Olecha, Pilnyak, Panferov, Shokolov en Leonide Leonov en
Duitse romans van Wassermann en Döblin. Toch is het vooral de
Amerikaanse literatuur die de meeste aandacht krijgt, met name
Faulkner waarvan o.a. As
I lay dying
wordt genoemd, “de
epische, wrede schelmenroman”
en Light
in August.
Celines Reis naar het einde van de nacht wordt lof toegezwaaid als
tekst die onder meer de oorlog en het kolonialisme aanvalt. (Dood
op krediet
zorgt voor zijn val in hun ogen – je krijgt ook bij haar beoordelingen van boeken Sartre er gratis bij
– door de neerbuigendheid en de
fascistische neiging die er uit spreekt. Inmiddels heeft dat boek voor velen ook de Reis naar... neergehaald).
Kafka komt als iets nieuws
in het boek naar voren. Zo nieuw dat hem in een rijtje met Proust en
Joyce zetten, zoals wel gebeurde, niet serieus genomen kon worden. Sartre en De Beauvoir
lachten om die naam: “Als
die Kafka werkelijk een groot schrijver was konden wij hem immers
niet hebben gemist….”
Al snel zouden ze de fout van hun beoordeling inzien en gaan ze hem
intens bewonderen.
Ook schilderkunst, theater en vooral films passseren, waardoor het boek een waardevolle staalkaart geeft van
verschenen kunsten.
Haar schizofrene vervoering die
jarenlang bedrieglijk haar wereld dienstbaar had gemaakt aan haar
eigen plannen zou ze laten varen. “Handelen,
verbonden met alle mensen, strijden, de dood aanvaarden opdat het
leven zijn waarde zou behouden: als ik me aan die voorschriften hield
zou ik het duister, waaruit de klacht van de mensheid opsteeg, de
baas kunnen worden,” zo schrijft ze gedragen aan het slot van de biografie. Het leven was
daarmee geen spel meer, maar werd geleefd in een werkelijkheid met
een zwaar gewicht, die soms afschuwelijk was en nog altijd is. Haar door de jaren verworven ernst is ook nu geen luxe artikel.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten