De golven van Virgina Woolf is een boek over het leven van zes mensen die samen op een kostschool zaten. Ze blijven elkaar een leven lang ontmoeten. De lezer kruipt in hun hoofden en daarmee in de onderlinge relaties en gedachten over de ander. Zo simpel en tegelijk zo ingewikkeld is het boek. Doe het maar eens: zes levenslopen in 280 pagina's tekst.
De golven is een voorbeeld van de stream of consciousness literatuur die begin vorige eeuw ontstond en zijn naam kreeg toen May Sinclair het met een term van psycholoog William James in verband met literair voor 't eerst zo noemde. Die kennis haal ik bij Bernard Benstock die het nawoord schreef bij de versie die is uitgegeven door De Bezige Bij. Een uitgave die overigens opvalt door zijn prachtige kaft (bijna zo mooi als die van de Engelse.versie hieronder).
Eigenlijk staat in deze inleiding al het hele verhaal. Veel actie en plotwendingen zijn er niet. Tegelijkertijd gebeurt er heel veel. Het boek is strak gecomponeerd om te beschrijven hoe deze mensen met elkaar omgaan en zich tot elkaar verhouden in een gewone dagelijkse wereld.
Ook vormvast is dat elk van de negen hoofdstukken begint met een cursief gezette tekst van een of meer pagina's die vooral gaat over de natuur, waarbij zee en golven en de zon een voorname rol spelen. Daarmee zijn zowel grootse aardse natuurverschijnselen als het heelal tot context voor het verhaal gemaakt. Dat komt ook terug in de daarop volgende tekst. In de stilte hoort Louis de aarde zelfs bewegen door de afgronden van de oneindige ruimte. Maar dit grootse is zeker niet het enige dat deze inleidende teksten vult. Er zijn tuinen met vogels en planten, weides, heuvels, zelfs keukendampen en door vogels geslachte slakken, schaduwen en bomen zo zwart als ijzer en kaal gewaaid staan ze overeind. Het leven wordt immers niet alleen gevormd door het enorme, maar ook door de directe omgeving. Deze poëtische preludes zijn meer dan natuurbeschrijvingen die de zee in woorden willen vatten. Ze zijn ook de bedding waarin het verhaal zich kan bewegen.
“Langzamerhand terwijl de lucht verwitte vertoonde zich een donkere lijn aan de horizon die zee en zwerk van elkander scheidde en de grijze doek werd doorstreept met dikke zwarte halen die, een voor een, achter elkaar, onder het oppervlak bewogen, elkaar volgend, elkaar achtervolgend, in eindeloze gang.Dit is de derde zin van de roman en komt uit zo'n inleidende tekst. In de eerste twee zinnen moet de zon nog opkomen, het beeld helder worden en de omgeving kleur krijgen. Dat gebeurt al enigszins in de geciteerde woorden. Sterker nog ze laten het verhaal, en de levens als golven beginnen en de zon verlicht als een lamp huizen, bomen en tuinen. Daarmee wordt ook de omgeving waarain de roman personages leven zichtbaar.
Er is veel natuur in De Golven. Naast planten ook vogels. Over de torenuil struikel ik, omdat ik hem niet ken. Het blijkt de kerkuil te zijn, die nog meer regionale of minder gangbare namen kent (volgens Zien is kennen!: krans-, lijk-, kat-, oranje-, slot-, en sluieruil). Het roept de vraag op welke naam er voor de barn owl in het origineel is gebruikt. Ook een streeknaam?*
De golven begint in een tuin bij het huis Elvedon. Het is daar waar Louis, Neville, Bernard, Jinny. Rohda en Susan les krijgen. De zes komen zo'n beetje om de beurt aan het woord. Zo leer je ze allen kennen. Naast hen is er later op de vervolgopleiding nog de populaire Percival, waar medestudenten achter aan lopen, als de kinderen van Hamelen achter de fluitspeler. Hij blijft desondanks altijd op afstand. Hij zegt niets. Een mythische figuur.
Percival vertrekt voor een functie in India. Hij verongelukt daar door een val van zijn paard (hoe anders sterf je met zo'n naam), maar blijft voor altijd als herinnering sterk aanwezig. Ook na zijn dood is hij iemand om zaken aan voor te leggen, om iets aan te vragen. Zoals Rhoda er na haar zelf verkozen dood nog is om een arm door de hare te kunnen steken en haar tegen onvoorzichtigheid te waarschuwen. Vriendschap is er tot over de dood heen.
Percival, de stille zevende, is deel van de zes geworden. Zoals door het samen optrekken de zes deel van elkaar worden. Bernard stelt dat hij een ieder van hen is. Dat betekent niet dat ze een amorfe eenheid zijn. Nee door de verteltechniek wordt juist duidelijk gemaakt dat dit niet zo is. Levens overlappen én verschillen, blijkt als een zelfde situatie door verschillende van hen net anders worden beschreven. Maar het leven van de een wordt gekend door de ander. Bernard verwoord aan het slot van De golven dat ervaringen in het leven ieder van hen anders heeft getekend: “Louis vond al het lijfelijke weerzinwekkend; Rhoda onze wreedheid; Susan kon niet met een ander delen; Neville wilde orde en netheid; Jinny liefde; enzovoorts.” Maar ze trekken wel een leven lang met elkaar op, zodat hun levens verstrengeld zijn geraakt en bijna niet uit elkaar konden worden gehaald: “Wij hebben vreselijk geleden toen wij afzonderlijke lichamen werden,” voegt hij aan deze observatie toe. Het doet denken aan de klimop strengen tegen een boomstam.
Bernard zelf is voor buitensporigheden bewaard gebleven, zo meldt hij zelf. Maar ook uit emotionele reacties wordt duidelijk dat het binnen hun groep om individuen gaat. Terwijl Bernard zich het huilen van Susan aantrekt, laat het Neville onverschillig. De eerst leert daardoor dat hij iemand is en ook anders is dan Neville.
In het verhaal is dat een derde stap het leven in. De eerste twee zijn geboren worden en als persoon los van de moeder komen (als een soort tweede geboorte), maar ook daarna volgen fase na fase, waaraan geen einde lijkt te komen. Onderweg wordt kennis opgedaan door ervaringen, maar ook door bijvoorbeeld Horatius, Tennyson, Keats en Mathew Arnold te lezen.
Er zijn veel metaforen gevormd rond golven. Sterker nog water is het meest dominant gebruikte begrip in de beeldspraak van het boek. Het leven start er immers mee. Het komt steeds terug. Niet alleen in de preludes, maar ook in de daarop volgende teksten. Sommige keuzes liggen voor de hand, zoals het golvende haar, maar er zijn ook de beschermende golven van het alledaagse, of Jinny die door het leven rijdt als een meeuw op een golf, de golf die verheft wat te zwaar is, en de golven die het schuim tot in de uiterste hoeken van de aarde werpen. Iets voor de golven uit zijn er de krabben die voort krabbelen over het zand, als vaste metgezellen die de afgunst, jaloezie, haat en venijn verbeelden. Voor wie van golven houdt, is het boek een eldorado, een paradijs (elvedon/elf-eden) aan beschrijvingen ervan.
Maar er zijn ook andere metaforen, zoals de ster in een ingeslagen ruit waarom alles en iedereen stil blijft staan (zoals rond Jinny en Percival), of het aansprekende beeld van de boomstam waarin de ringen staan voor nieuwe ervaringen in het leven. Of de bijl die een boom tot in de warme kern klooft, terwijl klanken vibreren in de schors. Mooi gevonden beelden, maar vaak schijnbaar gemakkelijk en terloops gebruikt.
De
laatste cursieve opening begint met het zakken van de zon achter de
kim. Zwerk en zee waren zoals in de vroege ochtend ook in de avond
weer niet van elkaar te onderscheiden. Nu komt er niet steeds meer
kleur, maar komt de nacht met schaduwen. Het einde van het verhaal
wordt ingeleid. De boom laat de bladeren vallen en die zouden gaan
ontbinden, waarmee het einde ook een nieuw begin inluidt.
Met: “De
golven braken op het strand,” eindigt
de roman en daarmee komt een eind aan alles, zo lijkt het even. Toch
al eerder stond er dat de golf zich terugtrekt de zee. De verwachting
dat dit zelfde water weer komt aanrollen, eerst als een streep in de
verte en die vervolgens met stuifwater op het strand valt, is
onvermijdelijk. Deze cyclus past het boek, waarin natuur en leven zo
centraal staan. Niets laat die herhaalde terugkeer zo helder zien als de aanrollende
golven. Die zich alleen kunnen vormen door het weerkeren van het
water in de zee. Water dat leven brengt en weer meeneemt. De kringloop van het
leven is duidelijk aanwezig in de wegstervende vriendschap (eerst abstract bij Percival als idee van de onvermijdelijkheid, later concreet, zoals bij Rhoda) zoals vallende bladeren, opduikende
paddenstoelen en de ontbinding in het algemeen die voeding
creëert voor het leven daarna.
De golven lezen en herlezen is de aanbeveling, want dat is de dunne, en tegelijk volle roman waard.
Noot:






Geen opmerkingen:
Een reactie posten