Posts tonen met het label Annejet van der Zijl. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Annejet van der Zijl. Alle posts tonen

vrijdag 21 februari 2025

Sonny Boy

(...) het eiland sprak er schande van:
wilde dansfeesten tot diep in de nacht, dat was wis
en waarachtig het werk van de duivel zelf.”
(p. 20)
Foto genomen: 19 juni 2012.



Sonny Boy van Annejet van der Zijl is een boek uit 2004 en is nooit eerder onder mijn kussen beland. Het verhaal kreeg ik destijds wel in grote lijnen mee. Het gaat over de jongen Waldy met de bijnaam 'Sonny Boy', de zoon van een zwarte Surinaamse man Waldemart Nods en een gescheiden levende witte vrouw, Rika van der Lans. Samen proberen ze in Den Haag de Tweede Wereldoorlog door te komen.

De Openbare Bibliotheek gaf het in 2023 uit in het kader van Heel Nederland Leest en zo kwam het niet alleen weer in de media (zoals met deze fragmenten), maar uiteindelijk toch bij mij terecht.

Het boek is geschreven in de vlot vloeiende stijl die Van der Zijl kenmerkt. Ze schreef sindsdien wel vaker op het ingewikkelde terrein van slavernij, kolonialisme, en zwart en wit. Ze sluit het boek af met een nawoord bij deze editie, waarin ze laat zien waarom ze woorden liet staan die omstreden zijn geraakt en waarom andere, zoals inboorling, toch sneuvelden (daarvoor is inheems een prima equivalent). Slaaf bleef wel staan. Een voorbeeld van haar motivatie:

“Wij slaaf gemaakten van Suriname, het meesterwerk van Anton de Kom. Ik vind het een titel die staat als een huis,” schrijft ze, “die kracht en strijdbaarheid uitstraalt, die je nooit meer vergeet. Verander je dit in: 'Wij tot slaaf gemaakten van Suriname', dan klinkt het niet meer en verliest daarmee precies wat het zo sterk maakt.”
Taal is het gereedschap van de schrijver en woorden dragen naast een letterlijke betekenis ook beweging, emotie en sfeer mee. De openingszin van het boek luidt: “Waldemar was een zwemmer.” Dat is niet alleen een zin die verschillende betekenissen zal krijgen in het boek, maar ook een zin die je bijna ziet golven, merkt Van der Zijl op. Ruil Waldemar in voor Jan en dat effect is weg.
         Ze schrijft met de gekozen woorden een verhaal met veel grijstinten. De generaties voor Waldemarts moeder hadden gestreeft naar nageslacht met een zo licht mogelijke huid. Bij het huwelijk tussen zijn ouders werd met dat streven gebroken. Zijn vader was wel een van de rijkste mannen van de kolonie. Maar ook een vader die later met een jongere vrouw naar Brazilië vertrok. Goed/fout, het onderscheid is doorgaans minder strikt dan gedacht.

Het boek heeft vaart. In de eerste veertig pagina's zijn al twee huwelijken stukgelopen; een in Nederland en het andere in Suriname. Een schare aan kinderen werd geboren. We belandden in Den Haag, het door het kanaal en papierindustrie opkomende Apeldoorn, het levendige Den Bosch, in het benauwende dorpse van Goedereede op het eiland Goeree-Overflakkee en in een volgend hoofdstuk aan de rivier in Paramaribo. De lezer belandt in de strenge protestante wereld en de vrijwel even benauwende katholieke, die bovendien niets van elkaar moeten hebben. Een kwestie van de bekende duivel op het kussen. We zien zelfs een meisjesinternaat in Moerdijk om dat samen slapen te voorkomen. Er is sprake van oorlog en griep, goudkoorts, slavernij en het afschaffen ervan, nieuwe technologie en het naar het moederland gaan om te studeren. Door de soepele schrijfstijl zit je al snel in het verhaal, in de geschiedenis. De crisisjaren zijn nabij. De oorlog ligt nog achter de drempel.

Het spaak lopen van Rika's huwelijk zorgt voor veel moederverdriet, maar maakt ook ruimte voor de relatie met Waldemart en de geboorte van Waldy. Met Sonny Boy kom ik terecht in katholiek milieu, waarvan ik de strengheid altijd associeerde met protestantisme. Rika was als klein katholiek meisje zwaar gelovig. “Het waren tijden dat Kerk en ouders eendrachtig samenzwoeren om kinderen ervan te doordringen hoeveel dankbaarheid ze hun opvoeders verschuldigd waren.” Het klinkt mij als protestants in de oren.
       Haar protestantse ex-echtgenoot zal haar het verbreken van de huwelijksband niet meer vergeven. Misschien zit hier het verschil tussen de twee Christelijke stromingen: het katholieke pragmatisme dat de kop op steekt en de koppige principes van de Calvinist. Rika is overigens niet de enige uit het katholieke middenstandsgezin die een relatie met een zwarte man uit Suriname kreeg. Ook haar zus Christien trouwde met een man die nog geen jaar eerder van de boot was gestapt.


“(...) liever nog noemde ze hem 'Sonny Boy' naar het
sentimentele, door Al Jolsom vertolkte liedje uit de film
The Singing Fool, dat die zomer [van 1929] populair
geworden was (…).” p. 56. 
Johson trad met en zwart gesmeerd gezicht op, 
een zogenaamde blackface.

Opmerkelijk is dat Van der Zijl nazi-Duitsland schildert al een Europees land dat onder nazi's de crisis weer onder controle heeft gekregen. Het is dan volgens haar dan ook begrijpelijk dat velen voor Hitler kozen. Ze haalt Sebastian Haffner aan* die schreef dat als Hitler in 1938 was gestorven hij ongetwijfeld als een geniaal politicus de geschiedenis was ingegaan. Er is meer dat opvalt aan haar constateringen:

“(…) de ontgoochelde Duitse kiezers hadden massaal hun heil gezocht bij de nationaalsocialistische leider, die als enig de energie en visie uitstraalde die nodig waren om hun verpauperde land uit het slop te trekken. En Hitler had ze niet teleurgesteld. Midden jaren dertig was de inflatie tot stilstand gebracht, de werkeloosheid grotendeels uitgebannen en de economie omgetoverd in een soepel lopend machine.
      Zelfs zijn grootste politieke tegenstanders konden niet anders dan bewondering hebben voor de man die deze ongekende prestatie tot stand had gebracht. Wellicht, zo hoopten velen, viel het toch wel mee met de gevaren van het nazistische gedachtegoed. Tenslotte waren de concentratiekampen waarin politieke tegenstanders werden opgesloten goeddeels alweer opgeheven en kwam ook openlijke straatterreur jegens joden en communisten nauwelijks meer voor. Het dagelijks leven was weer normaal, beter zelfs dan het in vele jaren was geweest. Menig Hollander wenste zich dan ook een Hollandse Hitler (...)”

Ze tovert met deze woorden een gevaar te voorschijn: als er voordelen zijn (reëel of imaginair) dan zijn mensen al snel bereid de nadelen te ontkennen of minimaliseren. Die manier van beschrijven maakt het resultaat niet minder vreselijk, maar maakt er ook iets van dat gemakkelijk gebeurt. Dat is een belangrijke waarschuwing, ook nog in onze tijd. Het laat ook zien hoe belangrijk sociaal economische rechtvaardigheid is binnen een inclusieve solidaire samenleving. Wrok uit achterstelling, vermeent of reëel, is gemakkelijk te richten op een groep en dat leidt als een haasje over dan weer af van strijd voor sociale rechtvaardigheid.

        Antisemitisme kroop als een worm door de appel, merkt Van der Zijl op. Aan buitenkant bleef de Duitse samenleving ogenschijnlijk gezond. Die appel was een vileine dictatuur en dat was aan de schil niet te zien. Achteraf kunnen we in ieder geval stellen dat de aanhangers ervan van een koude kermis thuiskwamen. Maar dat heeft wereldwijd buitensporig veel gekost in alle opzichten. Maar klopt het dat er geen beurse plekken op die appel zaten tot de Kristallnacht of de inval in buurlanden? Was er slechts overzienbare narigheid, met wetten die het leven van Joden onmogelijk maakten, en economisch prettig resultaat voor het gros van de Duitsers?
        Het verhaal van een Duitser 1914-1933 van Haffner maakte een diepe indruk op me. Allereerst vanwege zijn acceptatie van het nazisme in zijn leven tot het niet meer ging en de rottigheid zijn eigen bestaan en dat van de zijnen keihard raakte. Het beschrijft een praktijk en een denkkader dat niet verdwijnt als een regenbui in de wind.
        Wat waren die mooie jaren? Tussen '33 en '37? Of was het tot 1935 toen de Neurenbergerwetten werden aangenomen die van Joden tweederangs burgers maakte? Cognitieve dissonantie komt heersers wel vaker goed uit. Tal van artikelen lieten zien dat het niet mee viel, zoals deze kroniek over 't eerste jaar onder Hitler als kanselier. Het was een keuze voor de National Socialisten en tegen bijvoorbeeld de rechten van invaliden te kiezen, ook in die zogenaamde gematigde jaren.
'Weer een stap verder …' stond begin 1934 in de Nieuwe Harlinger Courant als reactie op een voorstel “halfbloed-negerkinderen” te laten steriliseren.
         Het
relativeren van keuzes door grijstinten te schilderen is toe te juichen. Maar is het ook altijd juist? Is dit niet een te groot optimisme? Nuances zijn mooi, maar is hier geen veroordeling op zijn plaats? Het was immers een keuze voor het zichtbaar foute; velen wisten dit en lieten zich bewust verleiden. Het willen begrijpen, laat een gevaar zien, maar is geen antwoord. Dat komt met een keihard NEIN of NEE (ook achteraf).

Van der Zijl schrijft onmiskenbaar op een bij mensen betrokken manier. Ze haalt ook Anton de Kom haar boek binnen. Hij wist vooral de Hindoestaanse contractarbeiders te organiseren en vond bij de gezagsgetrouwe Creolen weinig gehoor, aldus de schrijfster. (In een aantal andere bronnen wordt juist gewezen op de etnisch juist brede aanhang: Hij opent op het erf van zijn vader een adviesbureau. Honderden Hindoestanen, Javanen, Creolen, Inheemsen en Marrons komen vanuit het district naar de stad om met “Papa de Kom” te spreken.”)  De Kom komt vaker in het boek binnen. Hij schreef voor verschillende revolutionair socialistische verzetsbladen, zoals de Vonk; waaruit de vlam zal oplaaien, voordat hij werd opgepakt. Hij stierf op 24 april 1945 van honger in kamp Sandborstel, zo wordt in Sony Boy vermeld. Zijn kinderen horen een stuk geschiedenis uit het leven van Waldemar, omdat de brenger van dit nieuws Waldemart Nods verwarde met De Kom. Van der Zijl kan als ze dit hoort het bericht in het leven van Wally's vader puzzelen. Wat verteld werd laat ik hier weg. Een antwoord op die vraag zou een deel van de spanning uit het verhaal halen.

Uit Suriname komt ook Lodewijk Lichtveld voorbij. Hij was beter bekend onder zijn schrijvers naam Albert Helman. Helman is zo'n schrijver die je af-en-toe tegenkomt. Rika en Waldemart lazen zijn debuutroman Zuid-Zuid-West over het verlangen naar het land aan de andere kant van de Oceaan.

Sonny Boy leest als een goed geschreven roman. Helaas is het geen verzonnen verhaal, maar is grotendeels in de werkelijkheid gebeurd wat er beschreven is. Het is een geromantiseerd verslag waarvan het goed is dat het opgehaald werd en dat het waard is om te lezen. Maar hoewel met vederlichte pen beschreven, is het toch zwaar en donker.

Noot:
* Ze geeft zowel in de lijst met citaten als in de literatuurlijst geen bron voor deze uitspraak en het is dus onduidelijk in welk kader het gezegd werd.

Foto genomen: 25 mei 2018.

donderdag 20 april 2023

Fortunu's kinderen; een trans-Atlantische familiekroniek

 

Annejet van der Zijl kondigde Fortunu's kinderen; een trans-Atlantische familiekroniek, al aan in Leon & Juliette, het boekenweekgeschenk 2020.

Het geschenk ging indertijd over de Nederlandse ondernemer, die een tot slaaf gemaakte jonge vrouw vrijkocht. Juliette loodste hem eerder door een dodelijke ziekte. Hij werd verliefd op haar en leefde met haar samen in Charleston, het centrum van de slavenmaatschappij die het zuiden op dat moment was. Kinderen en Juliette werden naar Nederland gesmokkeld. Het is een prachtig verhaal, vol plezier, dapperheid en over de zwarte kanten van de Verenigde Staten.

Fortuna's kinderen begint met twee stambomen een van de familie Heckenrath, rond Leon en Juliette en een tweede van de familie Fremery, die toont de familie banden van Jacobus Jr. de Fremery. Deze familievriend trouwde met Virginie Heckenrath, de oudste dochter van Leon en Juliette die werd geboren in slavernij.

Het verhaal rond de eerste stamboom werd al beschreven in het boekenweekgeschenk. De tweede stamboom wordt daaraan toegevoegd. Terwijl het eerste deel over de liefde en ontsnapping aan de slavernij ging, gaat dit tweede deel over liefde en ontplooiing. Ko – of James in de Verenigde Staten – de Fremery is al vanaf het begin bij de ontwikkeling van de stad San Francisco betrokken. Hij is er een vooraanstaand bankier en bestuurder. Ook Virginie speelt een actieve rol in de liefdadigheid en het society leven in de stad aan de baai. Ze legde de weg af van tot slaaf gemaakte naar enorm rijke vrouw binnen de bestuurlijke elite.

Verweven met de familiekroniek is een ontwikkeling van de stad in de steeds meer door spoorwegen ook werkelijk Verenigde Staten. Voorspoed met mooie huizen, grootste plannen, branden, aardbevingen en financiële crises wisselen elkaar af. De familie geschiedenis kent veel tragiek, zoals vroeg overleden kinderen. Uiteindelijk zal er van de hele geschiedenis van de
Fremery's en Heckenraths weinig meer overblijven dan een straatnaam, oude boeken, en artikelen in kranten, foto's en een gerestaureerde graftombe in Monster en dit recente boek van Van der Zijl.

De verwikkelingen zijn gegrond op feiten. Hier en daar neemt Van der Zijl de vrijheid een gevoel of voorval zelf in te kleuren, maar meestal met een voorbehoud dat dit mogelijk zou zijn. Het is daarmee geen fictie. Toch leest het boek als een roman. Dat geldt zeker het 'Heckerath deel'. In het deel over de Fremery's heb je toch vaak het idee dat het hoofddoel is informatie te verwerken, de geschiedenis te boekstaven. Het verhaal blijft, maar minder aangenaam lichtvoetig.

Als Virginie overlijdt stort Ko zich op het publiceren over tal van onderwerpen: de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, de afschaffing van de slavernij, de kruistochten, de economische ontwikkeling van San Francisco en een bijdrage aan het
Oorkondenboek van Holland en Zeeland. Stukken voor dit laatste konden gekocht worden bij vaak buitenlandse particuliere verzamelaars. Maar een korte appreciatie of weergave van zijn visies mist in Fortuna's kinderen.

Wat was zijn visie op de Boerenoorlog bijvoorbeeld? Hoe zag de man – die met harde hand San Francisco tot orde bracht – de rol van de economie in de samenleving? (Het jaarboek Der Nederlandse Letterkunde
publiceerde in 1901 een overzicht van zijn werk.) Die leemte verbaast niet in een boek waar de afschaffing van de slavernij door het Noorden te makkelijk wordt beschreven als moreel en ethisch juist. Wel is er verbazing over hoe de Zuidelijke slavenhouders het systeem rechtvaardigen. En inderdaad er is geen geldig excuus voor. Het boek laat met enkele feiten de verschrikkingen zien. Maar die morele visie kan ook in een politiek-economische context worden geplaatst, waarbij slavernij in de weg stond van vooruitgang in de productie en organisatie van de maatschappij. Abolitionisten kregen ook daarom de wind mee.

“Ik schrijf nooit een boek om een punt te maken,” luidt de eerste zin in het nawoord. Al schrijvende weg ontstaat een verhaal aan de hand van het onderzoek, aldus Van der Zijl. Die verhalen zijn hier prachtig. Maar je krijgt toch ook het idee dat de ideeën van de persoon De Fremery nauwelijks van de oppervlakte los komen. Hij was serieus, gedreven, ambitieus, avontuurlijk, ondernemend en succesvol. Dat zijn oudste zoon en belangrijkste erfgenaam minder was toegerust met deze eigenschappen (en daarbij ook nog eens het tij tegen had), contrasteert daarmee. Iets meer inhoudelijke schaduwen in het leven van de vader zelf, de man aan het eind van zijn leven geportretteerd met een imposant uiterlijk, zouden het verhaal meer diepte hebben gegeven.

Dat veel nakomelingen het indringende leven van Leon en Juliette, van James en Virginie niet kenden of wilden kennen is met dit boek voorgoed onmogelijk geworden. Het is alleen daarom al een geweldig monument.
Het is nog prettig leesbaar ook (met de al aangestipte beperkingen) en vergroot en beschrijft het begrip van de 19e eeuw, de ontwikkeling van de Verenigde Staten, internationale handel en slavernij.




zaterdag 28 maart 2020

Boeken in maart

Laatst gelezen boek boven

Dr Jekill and Mr Hyde van Robert Louis Stevenson is een verhaal waarvan iedereen wel eens gehoord zal hebben. De goede lange Jekill en zijn door een drankje opgewekte gedrongen alter-ego Hyde, zijn spreekwoordelijk voor het goede dat in het kwade kan omslaan. De kwaadaardigheid kan in hetzelfde lijf huizen en daar de overhand krijgen.

De eerste keer dat ik nadrukkelijk van het boek hoorde was het gebruik door Ehito Kimura in een manuscript voor een boek waaraan ook ik meeschreef Europe-Asia Arms Trade Challenges; ASEM Security Dialogue. Ik heb het er nog eens bij gepakt, maar kan Jekill en Hyde er nergens meer in terugvinden. De boektitel is er blijkbaar uit geredigeerd.

Destijds nam ik me wel voor het te gaan lezen. Het is er pas 22 jaar later van gekomen. Had ik geweten dat het een dunne novelle was, dan had ik dat wel eerder gedaan. Het verhaal is bijzonder beeldend en vlot leesbaar geschreven. Je loopt door 19e eeuwse straten van Londen, waarover regelmatig de smog hangt, en ziet de emoties.

De versie die ik las was er een voor scholieren met een toelichting. Daaruit haal ik dat de schrijver was beïnvloed door een Calvinistische opvoeding, waarin het kwaad – en de hypocriete verhouding ermee van de bourgeois omgeving waar hij opgroeide – een grote rol speelde.

Ehito is nu verbonden als professor aan een universiteit op Hawaï en schreef, naast veel ander werk, een boek over de bestuurlijke veranderingen binnen Indonesië na de val van de Soeharto dictatuur (Political Change and Territoriality in Indonesia: Provincial Proliferation). Ben benieuwd of hij nog een keer heeft geprobeerd de Jekill and Hyde metafoor in een non-fictie werk te passen. Want goed én kwaad in mensen en systemen is algemeen aanwezig.

***

Ook het tweede boek van Elif Shafak dat ik deze maand lees, Het huis van de vier winden, is een boek dat speelt tussen de linies van landen op verschillende continenten. Dat zijn hier Turkije/Koerdistan. Abu Dhabi, een volkswijk in Londen en met een link naar Canada. Het gaat over de zoektocht van de migrant, de onwennigheid, de band met thuis en met vroeger, het remigreren, de traditie die het leven beknelt, maar ook over vormen van liefde over grenzen heen.

Het verschil tussen het dorpsleven in Mala Çar Bayan (vertaald Huis van de vier winden) en Hackney in Londen is kleiner dan verwacht. “Geheimen waren een luxe die alleen de rijken zich konden veroorloven, en in dit dorp (…) was niemand rijk.” Londen is groter en je kan er een poos aan de aandacht ontsnappen, maar er komt ergens een moment dat een toevallige ontmoeting met iemand uit de eigen gemeenschap of familie blootlegt wat verhuld had moeten blijven. De verhalen, of roddels, reizen zelfs de mensen achterna over de wereld.

Moeders of grote zussen zijn er in Koerdistan en Engeland om van te houden, maar ook om ze te bezitten. Traditie is er om dat systeem te handhaven. Zelfs een vreemde als vrouw je tassen laten dragen, gaat in de eigen buurt al te ver, je zou maar eens een uitweg zien. Pembe de gemigreerde tweelingzus weet er alles van. Ze verloor een zus die moest boeten voor een niet gewenste liefdesuitstap met een laffe man zodat ze terug moest keren naar huis, waar ze tot haar vader hertrouwde het huishouden had gerund. Die inzet gaf haar geen recht op leven. Toch neemt het boek nergens abrupt afstand van de traditie, wel van die uitwassen. Het stelt er vragen bij.

Het was nog nooit bij hem opgekomen dat je iemand van wie je hield kon misleiden (…) dat je met heel je hart van iemand kon houden, maar hem toch opzettelijk pijn kon doen.” Liefde is geen eenduidige en simpele emotie. En ridders op witte paarden zijn de boeken van Shafak uit gegaloppeerd of er zelfs nooit aanwezig geweest, dat is me inmiddels wel duidelijk. “Hij had gehoopt dat zijn liefde wonderen kon verrichten, maar misschien bracht die eigenlijk alleen maar ellende,” denkt Elias als zijn prille liefde tot de dood heeft geleid. Op zijn best is de liefde behelpen, al kan je meer geluk hebben dan je meent te verdienen en aan het begin van een relatie verwachtte.

In de woeste bergen van Koerdistan, met zijn smokkelaars, criminelen en conflict komt de vraag opborrelen of we bij geboorte al dan niet een kiem van slechtheid bevatten of dat alle mensen goed geboren worden en pas later slecht: “Als ze een manier wist om te voorspellen hoe ieder afzonderlijk kind zich zou ontwikkelen, zou ze er dan voor kiezen sommigen van hen niet ter wereld te brengen,” vraagt Jamila de in Koerdistan levende tweelingzus en vroedvrouw zich daarbij af. Het is een van die vragen die terloops, zonder opsmuk, aan de orde komen en die het boek leven geven.

Een ontmoeting na een racistisch incident in een bakkerij, heeft een doorslaggevende invloed op het verhaal. Het is moeilijk een boek over migranten in de samenleving te schrijver, zonder dit verziekende gedachtengoed. Met deze opmerking over de verhaallijn wordt weinig verraden, want de moord die het gevolg van het groeiende contact is, hangt het hele boek boven de markt.
Het verhaal heeft een nogal onverwachte plot die mij verraste, al had ook die zijn vooraankondigingen en – maar wat mij betreft net iets te magere – logica. 

Het was weer zo'n boek dat ruim twee weken als een vriendin op me lag te wachten om nog wat in te lezen voor het slapengaan. Ik zal ze missen die familie uit Hackney en de woorden van Shafak.

***
In het nawoord van Leon & Juliette schrijft Annejet van der Zijl dat ze zich er tijdens het schrijven van het boekenweekgeschenk van bewust was dat discussies gaande zijn van hoe en door wie het verhaal over slavernij kan en verteld mag worden.

Tijdens het lezen vroeg ik me af wat ik niet had opgemerkt op dit gebied en wel had willen zien. Google biedt (nog) geen soelaas op dit vlak. Wat geruststellend is. Alleen besprekingen met commentaar op stijl (proza voor toeristen gidsjes, slecht uitgewerkte fragmenten, opgesomde feiten en gedachten en nodeloos romantisch) kom ik tijdens een vluchtige tocht over het internet tegen.

Het boekenweekgeschenk 2020 is een verhaal over keuzes maken en uitvoeren, over mogelijkheden en onmogelijkheden, over goorheid van de ene naar de andere mens en over hoe de slavernij gerationaliseerd werd. Het is een verhaal waarin Duitse emigranten in Nederland, een Nederlandse
expat in Charleston, Monster in het Westland en de slavenopstand van de Dominicaanse Republiek bij elkaar komen; een verhaal uit de eerste helft van de 19e eeuw en met nog net een staartje 18e eeuw.

Aan het eind van het boek wordt de confederale vlag uitgelegd. Maar daarbij worden de Bonnie Blue en Stars and Bars verward. Een dergelijke fout kan niet in een boek dat een ware geschiedenis brengt als verhaal. Je gaat je afvragen wat er nog meer niet zal kloppen.* 

Inderdaad is het een romantisch verhaal, zoals internet critici schrijven, maar de suikertaartmomenten worden vooral als feit (daarvan staan er inderdaad veel van in het boek) opgediend en zijn daardoor niet zoetig. Het is een boek voor een paar uur leesplezier, waarin nog wat draadjes niet afgehecht zijn (er komt een uitgebreidere versie). Het maakt je wat wijzer over de wereld en de mensen die er wat dan ook van willen maken. Meeleven met de familie waarover het gaat is vanzelfsprekend, roert emotioneel bovendien en dat is geen kritiek. 

Fortuna's kinderen, de aangekondige uitbreiding, las ik in maart 2023. Daarin is de Bonnie Blue vervangen door de Stars and Bars. Op het internet vond ik een foto van het hijsen ervan (zie hierboven).

***
In Lied voor een koningszoon van Christa Ludwig (vertaler Dik Linthout) spelen paarden een belangrijke rol, met name het veulen Bucephalus. De overlevering gaat dat dit paard leefde van 339 tot 326 v. Chr. het was het rijdier van Alexander de Grote. Op de plaats waar het stierf is er een stad voor gesticht, waarschijnlijk het huidige Jhelum in de Punjab in Pakistan. De overlevering vertelt ook dat het paard als veulen bang was van schaduwen en daarom onberijdbaar. De jonge Alexander zag de angst en was vervolgens wel in staat het te berijden.

Bovenstaande komt ook terug in het kinderboek over het herderinnetje Phoebe dat paardenknecht werd aan het hof van Philippus van Macedonië (de vader van Alexander) en over haar maatje Endymion, Zij is een begenadigd fluitspeelster. Hij is de zoon van een rijke handelaar uit de door Phillippus verwoeste stad Olynthus.

Het boek zit vol met verwijzingen naar de Griekse mythologie, Goden, tempels en geschiedenis. Het verhaalt over liegen om bestwil, vriendschap, wraak, jaloezie, onmogelijke liefde, zelfs een poging tot zelfdoding. De aanbevolen leeftijd is 13-15 jaar. Vier keer zo oud, heb ik er toch ook plezier aan beleefd en er zullen ook 10 jarigen zijn die het boek met plezier kunnen lezen.

Wel jammer dat de merries bronstig worden en niet hengstig. Het is een detail waar je over kan vallen, zoals over spijkers bij laag water, maar nodig is dat niet.

***
Het luizenpaleis van Elif Shafak is een boek over gewone mensen in een appartementencomplex in Istanboel, het Zuurtjespaleis dat is gelegen aan de Klikspaanstraat. De appartementen zijn het eigendom van de in Parijs wonende dochter van de man die het neer liet zetten voor zijn vrouw. Het is er inmiddels vol stank en ongewenste insecten. Daarom komt Onrecht Öztürk er met zijn ongedierte bestrijdingsbusje naar toe.

De bewoners hebben banden met West en Oost-Europese landen, en zelfs tot in Australië. De drankzuchtige filosoof is de persoon met de hoogste maatschappelijke status. Hij is de verteller en zoon van een vader die zijn avonden verdronk in alcohol. De filosoof, doet het anders, hij verdrinkt zijn dagen. Hij ziet denkend aan die overleden vader een ander mens dan zijn moeder in diezelfde man ziet: “nu waren er twee graven voor een en dezelfde dode.”

Met zoveel levens, uit zoveel delen van de wereld zijn er voor een schrijver altijd wel stemmen om een verhaal te vertellen, echte verhalen over lijken in de Bosporus en meningen. Zo betoogt de altijd maar ratelende kapper Cemal (die samen met zijn tweelingbroer Celal, een kapperszaak bestiert): “En wat voeren wij [in Turkije] ondertussen uit? We ontdekken een heilige in onze tuin. Het lijkt verdraait wel een een plantje in plaats van een heilige, een beetje water en hij schiet de grond uit. En dan maar lopen klagen dat ze ons niet in de Europese Unie willen hebben.” Namen hebben een dubbele bodem, maar meningen ook, zo lijkt het.

Relaties met partners en familieleden van de bewoners van het Zuurtjespaleis zijn verwrongen, kapot of onmogelijk. “Iemand willen leren kennen, is een loze belofte en vraagt een grote inspanning! Het vraagt een dagenlang, nachtenlang, wekenlang, jarenlang, luisteren en observeren, uitpluizen en voelen, loswroeten en bijeengaren, om uiteindelijk wat van de laagjes op te kunnen lichten en dan moet je de aanblik van het bloed dat eronder vandaan kruipt – of misschien spuit – kunnen verdragen … Als die moeite je te veel is, kun je er maar beter helemaal niet aan beginnen,” bedenkt de bewoner van het souterrain zich.

De eigenaresse heeft besloten dat het souterrain voor de halve prijs moet worden verhuurd. Daar woont de door de dood geobsedeerde jongeman met zijn immer hongerige sint-bernardshond. Hij heeft van alles maar één exemplaar. Een meisje dat wil intrekken en haar tandenborstel, de tweede dus, meebrengt past er niet bij. Zo heeft iedereen in een van de tien appartementen wel wat. Fixaties op kleine dingen spelen een grote rol.

Eigen verdiensten toeschrijven aan wat goed gaat en aan het lot, 'die vrouwelijke slet', wat verkeerd gaat is bijvoorbeeld een geachte die als een insect rondkruipt in het brein. Het verhaal is geschreven om die in het hoofd woelende luizen te grijpen, zo wordt in het laatste hoofdstuk beweerd, want daar onder de schedel bevindt zich het grootste luizenpaleis. Ongedierte bestrijding is gewenst en verhalen helpen daarbij.

De hoofdstukken zijn in het begin van het boek lang en soms wat traag. Ze geven een gedetailleerde beschrijving van het leven van een bewoner. Ze worden allengs korter en de levens van de bewoners raken steeds meer verweven met elkaar. Pas dan grijpt het boek de lezer echt bij de lurven, want die wil weten hoe het 't personage of de personen verder zal vergaan in een volgend hoofdstuk.

Het verhaal gaat naar een clou of zelfs meerdere (filosofisch, verhaaltechnisch en de reden van de stank in het Zuurtjespaleis). Het zou jammer zijn deze plots te verraden in deze korte bespreking. Lees maar! Het boek is grappig en verdrietig en het legt wat laagjes van het leven (in Istanboel) bloot. Dan pak ik nog eens een ander boek van Shafak, de schrijfster die in 2006 hoogzwanger een proces werd aangedaan vanwege een on-Turkse roman.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.