Posts tonen met het label Toon Tellegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toon Tellegen. Alle posts tonen

vrijdag 7 november 2025

De liefste wens



De liefste wens is een boek van Toon Tellegen, de schrijver van autobiografische boeken en vooral van dierenverhalen. Wie kent Eekhoorn niet die altijd zoekt naar de invulling van het leven, of de olifant die boven in de boom een pirouette probeert te draaien en dan met donderend geraas naar beneden stort en het later gewoon opnieuw probeert?

In dit boek komt op alfabetische volgorde een hele stoet aan dieren voorbij. Van het aardvarken tot de zwaan, geven 63 dieren antwoord op de vraag uit de titel. Een enkele keer is dat buiten de gewone orde, zoals de mossel die zich in een flits verplaatst uit zee naar de tafel van de eekhoorn en daar een thee visite brengt. De moerhaas wenste dat alles anders zou zijn en ook al 
valt dit onder de onmogelijke wensen, je zou het soms met hem mee wensen. Voor hem betekent het bijvoorbeeld dat niet de lijster, maar de inktvis in de top van een linde mooi zou zingen. De egel die besluit zijn liefste wens te zingen doet dat zo mooi dat zijn stekels ervan trillen. Een heel eigen invulling geeft de kreeft. Hij heeft geen liefste wens, maar wilde dat hem iets overkwam dat hij minder wilde dan wat dan ook. De kwal verlangde altijd deining. De secretarisvogel wilde dat het leven voortaan schriftelijk wordt geleefd, droogstoppelig en ambtelijk, zonder kraak noch smaak. De voorspelbaarheid is in dit laatste geval wel heel sterk aanwezig, maar ook bij het typeren van andere dieren denk je regelmatig: Inderdaad! Zo! De eendagsvlieg denkt goed na over zijn liefste wens en zei uiteindelijk: “Mijn liefste wens? Die vertel ik morgen wel.”

Veelal gaat het om van die kleine dingen uit het leven. Schaamte, dingen niet meer erg vinden, je wel of niet uitsloven, onzekerheid e.d. Als de das merkt dat zijn huis om hem heen zo is uitgedijd dat het hem te ruim zit, besluit hij te verhuizen. Op de nieuwe plek kwam er eerst een logeerkamer bij, daarna een schuurtje, tot er weer 100 ruimtes waren. Vervallen in gewoontes die je juist achter je wilt laten is een herkenbaar verschijnsel. De inzet is er wel, maar de zuigkracht van hoe het ging ook. Hij geeft echter niet op en begint opnieuw op de steppe, waar hij ging liggen en keek naar de witte wolken aan de hemel.
    Het stekelvarken is zo angstig dat hij niet weet wat hij wenst.
    De bekende eekhoorn peinst dat hij niet aardig is en schreeuwt dat buiten het bos in. Het idee knaagt aan hem en hij besluit dat hij voortaan alleen nog maar aan andere dingen zal denken, zoals de lente en zomer. De horzel wil geen horzel meer heten, maar liever morzel of korzel. Zijn naam doet denken aan de gemene beet van een steekvlieg (dit terwijl een horzel niet kan bijten). Als de
h verandert in m of k dan klinkt het meteen minder pijnlijk. Dat heeft het morzeltje goed gezien.
    Als je niet opvalt en daar geen talent of aanleg voor hebt, kan je je daar maar beter bij neerleggen en een eindje gaan wandelen. Tenminste zo verging het de hagedis. De onbeduidende grijze muis verricht 'n heldendaad. Hij vertelt dit aan niemand, maar beseft dat hij niet onbeduidend meer is. De spin wil een hoog, gecompliceerd en avontuurlijk web. De termiet zit midden in de woestijn en telt zandkorrels.
“En hij was niet ongelukkig,” merkt Tellegen op.

Soms zijn er ook van die opmerkingen rond taal waar je gewoonlijk gemakkelijk aan voorbij gaat. Wat is bijvoorbeeld het tegenovergestelde van duizelig. De moerhaas wist het niet. Of waar is elders? Niemand weet waar elders is. Waarom is er wel een hazenslaapje en geen zwanenslaapje. Of waarom ligt een dag in de toekomst ook nog eens in het verschiet. Zo is er veel meer taal die de dieren tegenkomen. Vaak weet mier een verklaring en geeft hij raad.

De liefste wens is een prachtig thema voor een Tellegen boek. Je kan er veel kleine zaken in kwijt die het dagelijks leven veraangenamen. Je kan ook gewoon niets wensen, en hopen dat de omgeving daar genoegen mee neemt, zoals het everzwijn doet. De tor wenst meer somberheid onder de dieren, maar wel zo dat hij de somberste blijft. Ook daarvoor is plaats in die dierenwereld.

De verhaaltjes zijn ideaal om voor te lezen, aan kinderen, maar ook aan volwassenen. Dat deed ik al decennia geleden uit een andere Tellegen aan mijn partner. Op die manier komt de kleine hint of twist bovendien beter aan dan als je een serie van de verhaaltjes achter elkaar voor jezelf leest. Het is is ook niet voor niets dat Tellegen zelf de boer op ging met jazz enverhalen. Deze vorm past zijn teksten als een al lang gedragen jas. Kleine hapjes bereid uit tekst zijn het, en zo moet je ze ook genieten, ook al om je te blijven verwonderen en niet te missen wat de dieren tegenkomen en bedenken.

zondag 11 juni 2023

Mijn avonturen door V. Swchwrm

Mijn avonturen door V. Swchwrm is een boek geschreven door Toon Tellegen voor de Kinderboekenweek 1998. Dat maakt het nog geen boek alleen voor kinderen. Het gaat over een schrijver die geen letter op papier krijgt, een voorlopige schrijver. We volgen zijn belevenissen en avonturen. De Koningin speelt een prominente rol, de afkeer van oorlog, maar ook de angst om anders te zijn en er niet bij te horen.

Toen iemand vroeg of een nijlpaard ook een insect kon zijn zei hij: 'Misschien wel. Maar ik acht dat wel minder
    waarschijnlijk.'
'Wat is een kraai?' vroeg de meester.
'Ik vermoed een vogel,' zei een meisje.
'Ja,' zei de meester. 'Dat vermoed ik ook.'

Wat later in het verhaal over deze twijfelende onderwijzer wordt de vraag gesteld, wat nog wel vaststaat als alles op losse schroeven staat? 'Het leven misschien,' antwoordde de meester en vermoedelijk dwaalde zijn gedachten af naar zijn leven buiten de school.

Om te schrijven moet je het niet bij gemeenplaatsen en effectbejag houden. Liefde werkt wel. De avonturen gaan daarover en laten de lezer net een beetje anders naar de wereld kijken. Het is wat dat betreft een echte Tellegen, maar inderdaad toch net weer een beetje anders.

woensdag 31 juli 2019

Boeken in juli


De trein naar Pavlosk en Oostvoorne is een verhalenbundel van Toon Tellegen over zijn opa. De verhalen zijn met zijn bekende vederlichte handen geschreven. Hij verbindt waarheid en fantasie; in Oostvoorne is immers in de verste verte geen trein te vinden. In Pavlovsk (bij St. Petersburg) wel, maar daarvandaan zijn opa en oma gevlucht naar Nederland en het zal geen reisdoel meer zijn.

Toon Tellegen, schrijver van Nederlandse pareltjes, is het kleinkind van een vluchteling voor de revolutie van begin vorige eeuw. Die komst verrijkt Nederland nu met verhalen uit St. Petersburg en met petit histoire over de tsaar die in een van de verhalen in zijn been wordt gebeten door een hond, waarop de tsaar alle honden uit het hele land laat afmaken.

Tellegens verhalen in dit boek beschrijven een man die in zijn hoofd leeft met daar waar hij vandaan komt en met wie en wat hij daar kende. Zo schildert Tellegen een man die handelaar was in huiden en levensmiddelen met een blik op het Rusland van voor de revolutie. Opa vertelt verhalen over de dood. Vertel die jongen toch mooie verhalen en niet zulke sombere, zegt zijn oma dan. Nederland was eerst zijn markt en later zijn toevluchts- en verbanningsoord.

Zo ontstaat ook een beeld van de jongen die luisterde, opschreef en uit die verhalen een aangenaam leesbaar tijdsbeeld creëerde. Bovendien maken ze duidelijk van wie de schrijver zijn rijke fantasie erfde.

Slot van het eerste en tevens titelhoofdstuk:

Zo rijden wij door de nacht – mijn grootvader, mijn moeder
en ik,
en praten zachtjes met elkaar
over dingen die we nauwelijks weten
en wat wij wel en wat wij nooit moeten vrezen,
en over later praten wij
en over vroeger
en de geur van oude boekenweekgeschenken over de zomer en de verte
en het verschil tussen zachte en ruwe berken
en over het geruis van de zee
en het land om ons heen
tot wij alleen de wielen nog horen,
de wielen van de trein naar Pavlovsk en Oostvoorne.

***

Op de kaft van de versie die ik lees zijn afgebeeld een bord witte bonen in tomatensaus, een indianentooi, een vogel, de stars and stripes, poolbiljartballen en naast nog wat kleinigheden een reclame bordje met Brown's Beans Best By Test. Al die attributen komen terug in het verhaal en Brown's eettentje speelt er een centrale rol in. De locaties: spoorlijn, pompenfabriek, en bar achter een luik bovenop een hooizolder, ontbreken op die cover van The torrents of Spring door Ernest Hemingway. Zoals er in het verhaal ook delen zijn weggelaten die wel gebeurd zijn.

Het boek is gepubliceerd in 1926 en bedoeld als parodie op werk van tijdsgenoten (met name het boek
Dark Laughter van Sherwood Anderson). Om te kunnen beoordelen wie en wat precies op de hak genomen wordt, in de nogal typische stijl die Hemingway hanteert en die kunstmatig gewicht geeft aan minder gewichtige zaken, is kennis van de Amerikaanse literatuur uit begin vorige eeuw nodig. Maar een goede parodie is meer dan alleen dat. Het boek kan ook op zichzelf staan.

Er passeren belangrijke thema's zoals het effect van de gevechten in de Eerste Wereldoorlog op personen, de onhandigheid om te gaan met relaties, en de afstand tussen wit en zwart (waarbij ook de 'indianen' horen). Het is een hallucinant boek en om dat te smaken hoef je Hemingway's tijdgenoten niet te kennen.

     Een passage waarin tijd en stijl een nadrukkelijke rol spelen. “Obviously, walking was not the solution of their problem. Walking was alright in its way. Coxey's army. A horde of man, seeking work, pressing on towards Washington. Marching man, Yogi [een van de hoofdpersonen uit het boek] thought. Marching on and on and where were they getting? Nowhere. Yogi knew it only too well. Nowhere. No damn where at all.” Op het moment dat Yogi dit denkt, loopt hij op met twee 'indianen' die in hetzelfde wrakke schuitje zitten als hij.

Als Hemingway niet zo'n groot schrijver zou zijn geworden dan was de novelle vast vergeten. Nu is het een onderdeel van een groot oeuvre. In het voorwoord staat dat, door zich af te zetten tegen pretentieuze schrijvers uit zijn tijd, hij met het scheppen van die afstand een weg voor zijn eigen schrijverschap open legde. Andere schrijvers die wél vergeten zijn.

***

Weken heb ik in het boek gelezen, iedere dag een of twee hoofdstukken. Blij was ik dat ik er wat zinnige woorden over kon schrijven. Maar als ik het document met besprekingen van in juli gelezen boeken weer open, zie ik dat er niets van die wijze woorden over is: ze zijn niet bewaard. In eerste instantie kan ik zelfs niet meer bedenken welk boek het was. Het was al weer naar de bibliotheek. Een foto van de cover had ik nog niet bewaard. Geen tekst, geen vouw in een pagina om me te helpen. Ik wordt verplicht om te graven in mijn geheugen.

Dat graven brengt boven dat het
Er is in Rome iets gebeurd van Sándor Márai was. Een boek over gewone mensen (maar toch veelal uit de gegoede kringen) op de dag dat Julius Ceasar is vermoord. Ieder uur zijn, per hoofdstuk, anderen aan het woord die rondhangen of werken in de badplaats Baiae bij Napels. Het begint met slaven die het nauwelijks kunnen geloven dat de keizer verdwenen is en bijna aan het slot bespreken een uitgever en een schrijver hoe ze de brieven die Cicero aan de schrijver stuurde zo kunnen redigeren dat niet de dictatuur, maar de dictator de reden is voor zijn kritiek op Rome.
     Zo stelt die schrijver zich meteen al in dienst van de nieuwe heerser. In datzelfde gesprek wordt ook de opzet voor Er is in Rome iets gebeurd bedacht. Een boek dat twee millennia later wordt geschreven. Veel van de kritiek die Márai er in verwoord kan dan ook gelezen worden als verwijzing naar recente misstanden, die van alle tijden zijn of die verwijzen naar zijn geboorteland Hongarije.

Op de achtergrond van het gesprek tussen schrijver en uitgever is een bacchanaal gaande compleet met dobbelpartij die uitmond in de dood van een van de twee spelers. Een advocaat maakt een opmerking dat alles om geld draait dat naar pis stinkt; een courtisane waterde inderdaad over de op de speeltafel achtergebleven goudstukken. Cicero komt eraf als een ijdeltuit en op de dag dat Ceasar – die overigens nergens in het boek bij naam wordt genoemd – vermoord wordt, zijn de meesten al weer bezig met hoe de dood van de keizer hun leven kan beïnvloeden en zoeken naar mogelijkheden om daar zo voordelig mogelijk uit te springen. Cynisme voert in het boek de boventoon.

De woorden van advocaat Gaius over de aard van de mens, de visie op de burgeroorlog en de dictatuur van Sulla zijn me een beetje ontschoten, maar het verbaast me hoeveel weer boven komt tijdens dit gespit onder mijn hersenpan, terwijl er echt niets meer over was.
     Mijn verdwenen bespreking eindigde met een opmerking over de doornappel herinner ik me weer. Die plant wordt in het boek genoemd als ingrediënt voor een tegengif dat de aanwezige medicus in zijn koffer heeft. De doornappel kwam ik eerder al tegen als drug voor jongeren op Java in de roman
Man Tiger van Eka Kurniawan. Hier thuis bloeide hij op het balkon. Tussen alle cynisme van de wereld, kon de mooie lila bloem ervan me verheugen. Zo is deze bespreking meer een zoektocht in mijn eigen brein dan in het boek van Márai geworden. De vraag welt op wat de lezer van deze bespreking aan dat graven heeft.

***

Kamel Daoud gaat in Moussa of de dood van een Arabier een pennenstrijd aan met De Vreemdeling van Albert Camus. De vermoorde Arabier in het boek van de Franse schrijver is nauwelijks een personage. “Het woord Arabier werd 25 keer gebruikt, in het boek, maar nooit een naam.” Alsof hij er niet toe deed. Dat zet Daoud recht door, Haroen, de broer van het in 1942 vermoorde romanpersonage twintig jaar later te laten vertellen: “mijn broer had beroemd kunnen zijn als jouw schrijver zich alleen maar verwaardigd had om hem een voornaam te geven.”

Het verhaal wordt verteld kort na de bevrijdingsoorlog die het land in een slagveld had veranderd. Na die oorlog “vrat de rest van het land de aarde en het restant van de hemel op, evenals de huizen, de palen, de vogels en alle diersoorten die zich niet konden verweren.”

Zijn moeder zoekt al jaren naar de moordenaar. Alle straten van Algiers doorkruist ze, ook die waar de Franse vreemdelingen wonen. Pas veel later komen Haroen en zijn moeder erachter dat er een boek bestaat over de moordenaar van Moussa, ene Meursault. “De hele wereld kende de moordenaar, zijn gezicht, zijn blik, zijn portret en zelfs zijn kleren … behalve wij tweeën.” Het is de studente Meriem, die een scriptie over De Vreemdeling wil schrijven en naar zijn familie heeft gezocht die hen informeerde. Zij geeft Haroen een versie van het boek.

Hij vindt het verhaal absurd. Zijn broer wordt niet alleen naamloos maar ook leugenachtig weggezet omringt door mensen die niet in staat zijn meer dan twee zinnen te formuleren en meer dan vier woorden achter elkaar te zeggen. De in De Vreemdeling opgevoerde zus bestaat niet en is een allegorie of een walgelijk in elkaar geflanst excuus. Het strand waar zijn broer is vermoord bestaat ook al niet echt.

Haroen heeft Frans geleerd om een paar artikeltjes over de moord op zijn broer te kunnen lezen. Het heeft hem ontwikkeld tot een man die nergens bij hoort. Hij sloot zich niet aan bij het verzet en zat als jongen in de klas als een van de twee zonder schoenen. Hij gelooft niet in God. Wat is een Arabier, vraagt hij zich af. Waar is het land waar ze wonen? Haroen voelt zich geen Arabier, “zoals ook het negerdom alleen bestaat in de blik van de blanke.” In zijn wijk was je moslim, verder niets. En zelfs dat is Haroen niet. Zijn moeder houdt hem kort. Voor haar is hij niet meer dan een middel in functie van het bestaan van zijn broer.

Haroen vermoordt op zijn beurt een Fransman, die ook niet erg gekleed wordt neergezet. De man wordt bekneld tussen twee verhalen en door Haroen neergeschoten met twee kogels uit een toevallig gevonden revolver. Haroen zoekt meteen naar rechtvaardigingen. Het was geen moord maar een teruggave. Dat de man geen moslim was, maakte dat hij gedood mocht worden. Dat is een zwakte bod, begrijpt Haroen onmiddellijk, want hij is zelf ook geen gelovige.

Door de pennenstrijd komt Moussa niet echt tot leven, veel is er niet meer om over hem te vertellen, maar datdoet wel Haroen wiens leven kapot werd gemaakt door de moord op zijn broer en verbetenheid van zijn moeder hem in te zetten om Moussa weer tot leven te wekken.




Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.