zondag 3 september 2017

Opperst geluk



Wat een lange brief. Moet dat, vroeg ik me af bij het naar het einde bladeren van de inspringende tekst. Als ik de brief van Comrade Maase Revathy uit heb, staan de tranen in mijn ogen. Waarom? De brief beschrijft het leven van een moeder letterlijk tegen-wil-en-dank in de bossen van oostelijk India.

De ontwikkelingen daar had ik slechts op afstand gevolgd en zonder ze echt tot me door te laten dringen. De personages in het boek The Ministry of Utmost Happiness zijn geraakt, omdat er voor iedereen wel iets in de brief zit.

Hij speelt voor mij op een moment dat ik India wel noemde als een land dat meer solidaire aandacht verdiende, maar die opmerking liet wegwuiven: “India is een opkomende economische macht en rijk genoeg om daar zelf voor te zorgen.” Hoe ben ik ooit in een dergelijk socialisme verzeild geraakt? Daar raakt die fictieve brief van ver weg mij.

Het hele boek maakt indruk op me. Het is het boek van een intellectueel met veel bagage, een ijzersterke pen en ordening van woorden en een zeer lange nek. Daarover wilde ik alleen iets schrijven met een paar korte citaten. Totdat die brief ook in deze tekst wilde. Laat ik daarnaast mijn oorspronkelijk plan maar uitvoeren.

As always, everybody believed what they wanted to believe.” p. 61

Like cities. Fizzy, effervecent, stimulating the illusion of life while the planet they had plundered died around them.” p. 214

... pretending to be hopeful is the only grace we have ...” p. 268

This is the trouble with you youngsters, you have absolutely no idea how wars are fought.” p. 311.

Tell me a story, and can we cut the crap about the witch and the jungle? Can you tell me a real story.” p. 316

Dit is een lange, maar wel bijzonder mooi. Waar sta ik? “She had always loved that about him, the way he belonged so completely to a people whom he loved and laughed at, complained about and swore at, but never seperated himself from.” Hier kan ik stoppen, maar beter van niet. “Maybe she loved it because she herself didn't – couldn't – think of anybody as 'her people'.”pp. 358-359

Het boek staat vol parels. Deze haalde ik eruit. Uitleggen waarom? Nee. Die neiging onderdruk ik. Het Ministerie van Opperst Geluk bevindt zich op het kerkhof tussen buitenissige mensen. Veranderingen vallen pas te verwachten als doordringt welke misstanden gepleegd worden.

Het is een boek dat de hopeloosheid probeert te bezweren. Zelfs de kever op zijn rug – met zijn pootjes in de lucht om de hemel op te vangen als die naar beneden komt zeilen –, weet dat het goed komt, omdat dat wel moet.

Geen opmerkingen: