Posts tonen met het label 1968. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1968. Alle posts tonen

vrijdag 25 juli 2025

de goden moeten hun getal hebben

Hubert Lampo schreef in 1969 het boekenweekgeschenk de goden moeten hun getal hebben. Aan het slot van de roman is een pagina lange uitleg en samenvatting opgenomen. Waarom kan je er Euridice en Orpheus in de onderwereld in herkennen, wordt daarin gevraagd, zoals ook anderen dedenI. 
    Gaat het over een andere werkelijkheid of is Kasper, het hoofdpersonage, een geesteszieke man? “De nuchtere lezer zal er vrede mee hebben, Kasper als een geestelijk gestoorde te beschouwen,” merkt wordt gesteld. Het nawoord sluit af met een opmerking over het stadje GeelII, waar psychiatrische patiënten in de samenleving zijn opgenomen, en geeft daarmee een duidelijke vingerwijzing. Maar ook voor wie wel wil dwalen van hier naar gene zijde en omgekeerd is het boek een traktatie.

Nog niet gelezen en wil je het nog lezen. Stop hier dan en lees de volgende opmerkingen pas nadat je het uit hebt. Een aantal clous heb ik buiten deze tekst gehouden, maar mogelijk worden toch zaken verklapt die de spanning uit het verhaal halen.
1 Magisch realisme
Om bij het begin te beginnen. Het is opvallend dat er uitleg bij het geschenk is opgnomen. Lampo kreeg nogal wat kritiek op zijn magisch-realisme. Die kritiek is “ieders goed recht, (…) maar het getuigt van grote hoogmoed de eigen afwijzende houding te vertalen in wrevel tegen de persoon van de auteur,” reageerde resencent G.J. Oevering op de aantijgingen, in een artikel over het genre en meer specifiek over de uitleg die Lampo er aan gaf. In relatie met Kasper in de goden moeten hun getal hebben merkte Oevering op:
“vanaf het begin rijst bij de lezer de twijfel aan de geestesgesteldheid van de hoofdfiguur. Er zijn tekenen die erop wijzen dat Kasper meer dan een geesteszieke is, dat hij een gedrevene, een zoeker naar zowel zichzelf is, als een zoeker naar een gebied waarvan hij in zijn door geheugenverlies gekwelde geest zo nu en dan weet heeft: die paradijselijke door hem vergeten wereld. Hij wacht op tekenen, op het sleutelwoord, het wachtwoord dat hem toegang zal verschaffen.”
2 Omslag
De prachtige omslag is van Mart Kempers en laat de man zien die zorgt dat bouwverkeer het juiste traject volgt en niet in de diepte stort. Je kan in de man in blauwe overall met plastic helm een Hades zien en in de graafmachines (waarvan er ook een getekend is) monsters die op ingenieus bedachte tuigen leken, zoals Kasper ze beoordeelde.
3 Titel
De titel spreekt tot de verbeelding. Ze is verbonden met de geestelijke situatie van Kasper. Het gezegde werd in Oost- en West-Vlaanderen gebruikt voor iemand die dement was. Kasper was zo iemand, zegt de schrijver. Hij heeft het vooral over zijn geheugenverlies in een interview door Henk Egbers (1 maart 1969).
    Lampo heeft zich bij het verhaal zelf laten inspireren door een man die hij kent. De Kasper uit het verhaal leidt aan aan een complex van stoornissen: hij heeft wanen, is paranoïde en heeft grote gaten in zijn geheugen.
4 Havenaanleg
Kasper Bentheim wandelt een gebied bij Antwerpen binnen waar de haven wordt uitgebreid. Net als hij aankomt breekt er een staking uit. Het werk wordt platgelegd en de haven wordt stilte gebied met hier en daar een café, club, begraafplaats of een vrijwel geheel vernield dorp (er werden er drie “volledig met bulldozers met de grond gelijk gemaakt”).
      Kasper wordt opgevangen door een kroegbaas en ondergebracht op een aftands, maar goed schoongehouden schip waar hij wordt verzorgd door dochter Heleen (ook wel Leentje genoemd).III Hij  hoort door de gaten in de wand het water van de Westerschelde bij eb verdwijnen en bij vloed de waterloop binnenstromen.
     De sfeer van het gebied is prachtig beschreven en behandelt terloops ook de havenuitbreiding uit de jaren zestig. Kasper komt er in een andere wereld en merkt dat de wereldvreemde sfeer in de afgelegen hoek bij de stroom zich volop meester van hem maakt.
5 Staking
De strijd van de havenwerkers veranderde de lotsbestemming van mensen, zo bedenkt hij. De Marechaussee in het gebied was bewapend en uitgerust om de stakers met geweerkolven “op de kop te timmeren.”
    De huidige stakers weten niet goed meer waarom ze het doen, meent Jonathan de kroegbaas echter. Dat was volgens hem vroeger wel anders:
“Op zekere dag had men er de buik van vol zich nog langer als beesten af te slaven voor een hongerloon. Of op een andere keer, nu ruim dertig jaar geleden, was men bezig een Panamese rotschuit met machine-onderdelen voor Argentinië vol te laden. Tot men, misschien wel opzettelijk, een kist liet vallen, en men ontdekte,dat het wapens waren voor de fascisten aan het front in Spanje. (..) Men legde er het blok op en daarmee uit.”IV
6 Muziek
Er zijn verschillende voorbeelden waar Kasper met zijn mondharmonica tovert. Hij trekt er de aandacht van een zeehond mee, krijgt een zieke circustijger stil, een verwaarloosde hond Loebas (verwijst naar CerberusV) rustig, en laat door de muziek eruit de stakers doorleefd de internationale zingen. Muziek speelt een belangrijke rol in zijn leven. Dat is al snel duidelijk. Niet gek dat hij door de gesjeesde pater wordt gevraagd te helpen bij het uit een geruïneerde kerk halen van het orgel.
6 Verfilming
de goden... werd verfilmd en de derde druk van het boek kreeg alvast de titel van de film, en daarmee een nieuwe titel: Kasper in de onderwereld. De verfilming kwam er na wat hobbels. Een Belgische filmploeg kwam er niet uit, meldde Henk Egbers in dagblad De Stem van 17 december 1974. Die ploeg werd vervangen door de regisseur Jef van der Meyden, schreef de journalist al eerder dat jaar. Verwacht werd dat de film in het najaar uit zou komen. Dat lukt niet, maar in 1979 zou hij uiteindelijk toch verschijnen. 
     Het boek zou het goed doen in Rusland, zo berichtte De Stem op 5 juli 1980. Het kost mij niet veel moeite dit boekenweekgeschenk in mijn hoofd te vertalen naar een Russische film, zoals een Tarkovsky of een product van Andrey Zvyagintsev.

Noten:

I Annie Verhaeghe pluist er in het artikel 'Kaspar Bentheim of Orpheus moet zijn navolgers hebben,' het hele boek op door. De naam Euridike/Euridice komt er vier maal in voor en met heldere verwijzingen naar de Griekse mythe op de pagina's 145 en 146. Op die pagina's wordt een deel van Kaspers identiteit benoemd. Opvallend is dat ze de afloop, kort daarna, hetzelfde leest als ik, terwijl recensent Oevering in zijn artikel tot een andere lezing komt. Een onacceptabele dood bij de een of  'gewoon' een arrestatie bij de ander. Het maakt nogal een verschil.

II Ook in Brandlucht door Eric Vlaminck kwam het stadje in de Kempen, met zijn geschiedenis van zachte psychiatrie door patiënten op te nemen in de samenleving, al aan de orde.

III De dochter van de schrijver heet Hélène. De Helena uit de goden.... wordt door recensent Oevering een puur, ongerept meisje genoemd; “een typische Lampovrouw: blond, slank, erudiet, rustig karakter, volmaakte aanvulling van de man die haar ontmoet (...)”.

IV Onlangs beschreef ik deze actievorm in recente situaties nog een korte bespreking en langere samenvatting van 'De wapens zijn monsterlijk gewelddadig. De wapenindustrie vernield de wereld. & Wat we er tegen kunnen doen.'. Nog recenter gingen Belgische organisaties het misbruik van de haven tegen en kregen gelijk van de rechter.

V Dat verband haal ik uit een boekverslag van een scholier uit 5 VWO. Het ontbreekt in het artikel van Verhaeghe.

woensdag 15 januari 2025

Kom eens om een keizer

Kom eens om een keizer* van Max Dendermonde is het boekenweekgeschenk voor 1968. Het boek begint met een soort verantwoording:

Uit de nagelaten papieren van een zanger
Eric Auer, 1958-19??
Met gerechtvaardigde twijfel bewerkt,
aanzienlijk bekort
en van toelichting vooraf en tussenin voorzien
door Max Dendermonde

Door deze woorden zou je denken een bewerking van een boek te gaan lezen. In het voorwoord wordt ook nog omstandig uit de doeken gedaan waarom en deze autobiografie is gekozen uit een verzameling aan het Letterkundig en Documentatiecentrum in Den Haag nagelaten werk. Dat versterkt die indruk nog.

Vervolgens komen we met de verteller Eric Auer in een steeds grauwer wordend Duitsland van de Eerste Wereldoorlog terecht. Auer is een tenor die er zijn geld verdient in het achterland. Hij heeft collega's die als impresario of begeleidend pianist optreden. Er zijn andere gezelschappen die hij tegenkomt en zo ontmoet hij ook anderen. Al met al maakt de sfeer rond de optredens een troebele indruk en zo leest het ook. Het nagelaten werk zou door Dendermonde wel gemoderniseerd zijn, maar een archaïsche toon is gebleven (of er juist met opzet ingeschreven). Het maakt het moeilijk om echt in het verhaal te komen. Bij mij duurde dat tientallen pagina's en ik vreesde al dat het 't eerste geschenk zou worden dat ik niet uit zou lezen.

Voor de hoofdstukken en ook tussendoor plaatst Dendermonde een commentaar op het werk van Eric Auer of een opmerking wat hij heeft weggehaald en waarom. Die cursieve teksten staan tussen horizontale accolades
met de breedte van de zetspiegel. Hij merkt daartussen op waar de schrijver kansen mist om spanning op te bouwen of hoe al dan niet geloofwaardig een bepaalde tekst van de autobiograaf is. Naast deze commentaren heeft het boek ook nog voetnoten over genoemde historische personages of onduidelijkheden, maar ook zoiets als de keuze voor nationalisme en oorlogsvoorbereiding boven internationalisme binnen de Tweede Internationale wordt kort uiteengezet in een noot. In het geschenk komt Rosa Luxemburg een paar maal aan de orde en net als de eveneens vermoorde Jean Jaurés krijgt ook deze socialistische theoretica aandacht in een noot (ze werd vermoord op 15 januari 1919).

In het tweede deel van het boek speelt Auer, gestuurd door de geheime dienst, voor de in de titel genoemde keizer. In dit geval Keizer Willem II die dan in kasteel Amerongen verblijft. Het bedrog begint op 1 januari 1919 (dus zo'n veertig dagen nadat de oorlog is afgelopen). In de Keizerlijke rol trekt Auer van Nederland naar Engeland, van Engeland naar Frankrijk en vandaar via Duitsland weer naar Nederland. Waarbij hij steeds in andere handen overgaat en steeds meer van zijn pluimen en vermomming verliest. Personages uit zijn carrière als zanger komt hij nu tegen als geheim agenten, vingers-in-de-internationale-pap mannen en revolutionairen.

Er zit veel beweging in dit deel van het verhaal en de oorlog lijkt na 11/11/18 nog even voort te woekeren, waarbij geallieerden elkaar dwars zitten, evenals in Duitsland de verschillende groepen: Spartakisten, revisionisten, de geüniformeerde machthebbers, intriganten, en diplomaten van de oude glorie en wat daaromheen hangt. Er zijn schepen, auto's (voor de liefhebbers: van de merken Hotchkiss en Delage), treinen, lange tochten, kogels en geweren, en onverwachte ontmoetingen. Uiteindelijk zal hij in Scheveningen weer terecht komen bij zijn anarchisten-meisje, de zangeres met de kroep, Edith Barg. Officieel heeft hij tijdens zijn reis als keizer vast gezeten in een psychiatrische instelling Voorburg bij Den Bosch. Maar of dat waar is of alleen bedoeld om zijn sporen in Staatsdienst uit te wissen?

Uiteindelijk heb ik toch nog veel plezier beleefd aan de laatste 100 pagina's van het geschenk. De volhouder wordt blijkbaar wel eens beloond. Voor Dendermonde was het boek een middel om wat ideeën over de Eerste Wereldoorlog te verwerken. Zelf streepte ik de opmerking aan
“dat koks vaak meer hadden bereikt dan kolonels.” Een opmerking die wordt gevolgd door: “Als men in de julimaand van veertien eerst nog eens goed had gegeten samen, dan zou men wellicht veel misverstanden hebben kunnen voorkomen.” Het had veel ellende kunnen voorkomen.

Noot:
* 'Kom eens om een keizer' is op de website van de Nederlandse Bibliotheek te vinden als pdf, txt, scan of als epub. De tekeningen zijn van Peter Vos.