Posts tonen met het label Spaanse burgeroorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spaanse burgeroorlog. Alle posts tonen

vrijdag 16 januari 2026

De blinde zonnebloemen



De blinde zonnebloemen* van Alberto Méndez heeft een uitgebreide opdracht over het verwerken van een tragedie. Die opdracht begint met de zin: “ALS JE IETS te boven wilt komen, zul je het eerst moeten aanvaarden, niet de bladzijde omslaan of verdringen.” Rouwen is zo'n situatie onontbeerlijk en Spanje heeft een dergelijk rouwproces niet gekend, zo wordt in die woorden gesteld. Rouw “is het aanvaarden van het bestaan van een leegte.”**
    Méndez zou in het jaar van verschijnen van het boek overlijden. “Op drieënzestigjarige leeftijd publiceerde hij in 2004 zijn eerste verhalenbundel, die in Spanje een groot succes werd. Literaire prijzen volgden, de één na de ander. Toen stierf Méndez, nog in datzelfde jaar, en vervloog voor de uitgever de droom van een nieuw ontdekt talent. Méndez bleef voor altijd de schrijver van één weergaloos boek,” zo merkte recensent Ger Groot bijna twee decennia geleden op. Dat, inderdaad indrukwekkende, boek is samengesteld uit vier licht samenhangende lange verhalen.

In het eerste verhaal
'Eerste nederlaag 1939 of Als het hart kon denken, zou het ophouden met kloppen' duikt een kapitein van het opstandelingen leger van Franco op. Hij heet Alegría. Hij beheert voorraden, verstrekt kleding en munitie en is als zoon van een grootgrondbezitter uit de buurt van Burgos en daarmee van de juiste komaf voor dit leger. Hij heeft ook gewoon een liefje. Kortom niets mis met hem dat het meedoen met de Franquisten zou beletten.
    Deze fascisten staan op het punt Madrid in te nemen als de genoemde droogstoppel overloopt naar de Republikeinen. Hij kijkt neer op hun burgerleger, maar wil geen deel uitmaken van de overwinnaars. Hij ziet dat de oorlog met woekerwinsten aan doden wordt betaald. Hij meent dat het leger er niet is om te willen winnen, maar om te doden.
“Hij had graag uitgelegd waarom hij de troepen die de oorlog zouden winnen de rug toekeerde, waarom hij zich overgaf aan een verslagen leger, waarom hij geen deel wilde uitmaken van de overwinning. Maar de ruwheid van deze mannen benam hem de moed, en hij besloot er opnieuw het zwijgen toe te doen.”
De afgestudeerde jurist meent het zo te doen dat hem geen blaam treft, maar toch wordt hij door de krijgsraad ter dood verdeeld vanwege zijn verraad. Hij had inmiddels al geleerd dat De Wet boven de wetten staat. Tijdens de executie voor de laatste overeind staande muur schampt de kogel langs zijn hoofd. Als hij levend uit het massagraf is gekropen (een gruwelijk beeld) dan krijgt hij eten en water van de bewoners die hem aantreffen: “dat alles, dacht hij, was een teken dat er toch iets menselijks de gruwelen van de oorlog had overleefd. Als hij niet zulke droge lippen had gehad, had Alegría geglimlacht.”
    Op de laatste pagina wordt de tekst overgenomen van een briefje dat uit zijn zak kwam, waarin onder meer de vraag wordt gesteld of de vermoeide soldaten de overwinnaars waren. Met daarop het antwoord: “Nee, zij willen gewoon terug naar huis, waar ze niet zullen aankomen als zegevierende militairen, maar als mensen die van het leven zijn vervreemd, die het eigene ontwend zijn, en langzaam maar zeker zullen ze in verliezers veranderen.” Amen, zou ik bijna toe willen voegen aan dit verhaal, waarin het absurde het verstandige is, en de hel beschrijft die onder ogen moet worden gezien om de rouw mogelijk te maken. 

***

Op de strozak in een berghut werden het skelet van een volwassen man en een zuigeling gevonden. Ze lagen dicht tegen elkaar aan en waren gewikkeld in een schone witte sprei. Daaromheen een wolfsvacht, wol van berggeiten, en het kadaver van een koe. Op een krukje onder een zware steen lag een helemaal volgeschreven ruitjesschrift. Er was verder nauwelijks huisraad. Aan de zoldering hing wel een eenvoudige zwarte jurk.
    In
'Tweede nederlaag: 1940 of Dagboekaantekeningen gevonden in vergetelheid' worden de dagboekaantekeningen pagina voor pagina overgenomen met regelmatig een inleidende opmerking. In de eerste zin krijgen jurk en kind meteen hun plek: “Elena is tijdens de bevalling overleden.” De geliefden zijn gevlucht. Ze wilden zich niet laten pakken door de fascisten. Of het verstandig was hoogzwanger te vertrekken? Nee, maar zij wilde perse mee.
    De man is de moed verloren. Hij wil niet verder zonder haar. Hij ziet geen toekomst voor het kind. Het is een bitterkoude winter. Rond de hut lopen wolven. De koe geeft melk, zolang er onder de sneeuw nog wat gras kan worden gevonden. We zien de twee maandenlang creperen op weg naar de dood.
   Hij is een boer en een schrijver (hij moet schrijven om te weten wat hem beweegt) die door een leraar de liefde voor poëzie heeft leren kennen. Maar nadat de Republiek verslagen was, werd de onderwijzer don Servando gedood, en ze verbrandden al zijn boeken en doodden alle gedichten die in zijn hoofd zaten. Nu zit de man in die ellendige situatie en ziet hij de baby zich mager bewegen, dat alles wordt dag voor dag, blad voor blad, opgeschreven in het schrift.

Het verhaal sluit af met een noot van de fictieve uitgever, waarin het relaas van de schrijver wordt gecontroleerd, zijn naam Eulalio Ceballas Suárez wordt gevonden en dat wordt afgesloten met:
“Als hij degene was die de dagboekaantekeningen in dit schrift heeft geschreven, dan was hij achttien toen hij dat deed, en naar mijn mening is dat geen leeftijd voor zoveel leed.” Het is vrijwel onmogelijk een dergelijk verhaal onder ogen te zien en binnen te laten komen, zonder een filter in te bouwen.

***
'Derde nederlaag: 1941 of De taal van de doden' speelt zich af in de gevangenis. Iedere dag wordt een groep namen afgeroepen om voor de krijgsraad te verschijnen om daar als aan de lopende band ter dood te worden veroordeeld. Ze gaan van de tweede naar de vierde verdieping en worden per groep de volgende ochtend weggebracht om gefusilleerd te worden.
    Celloleraar Juan Senra wordt opgeroepen voor de krijgsraad, maar blijkt de zoon te kennen van de kolonel die de krijgsraad lijdt.
“U heeft hem gekend?” vroeg kolonel Eymar.
    “Ja,” antwoordde Yuan “en redde daarmee zonder het te weten voorlopig zijn leven.” Tussen dat moment en voorlopig krijgen we kijkje in de gevangenis, waar Yuan merkt dat zijn handen die eerder Bach uit de snaren wisten te toveren, met moeite een collega gevangene kunnen vlooien. De leiding onder de gevangen is in handen van een politiek commissaris van de Communistische Partij die er nog steeds voor zorgt dat er niets gebeurt zonder dat hij het weet. Waarom eigenlijk? Wat is het belang van die kennis nog?
    In een brief aan zijn broer schrijft Juan:
“Ik wil niet verder leven met al deze treurigheid, ik geef het op. Ik heb ontdekt dat de taal waarvan ik droomde voor een mooiere wereld in weerkelijkheid de taal van de doden is. Vergeet me niet en zorg dat je gelukkig wordt.”
    Het verhaal kent zoveel subtiliteiten die het dragen dat het niet samen te vatten is zonder de spanning eruit te halen. Maar ook hier is de situatie, het dodelijke gevangenisregime, zo dat de levenslust verziekt wordt. Weer met een donker lichtpuntje: vriendschap blijkt sterker dan de wens te overleven.

***
De
'Vierde nederlaag 1942 of De blinde zonnebloemen'

maakt kwaad. Een katholieke godsdienstwaanzinnige geestelijke (van het soort dat we wel kennen in de fascistische traditie) die na zijn leven als soldaat van de nationalisten les geeft, zit te dicht op de huid van een jongen.
    Als hij moet zingen van de leraar “Zing!”, omdat het de hymne is van hen die hun leven willen geven voor het Vaderland dan duikt zijn moeder op: “Mijn zoon wil voor niemand sterven, hij wil leven voor mij,”zegt ze. Desondanks wordt de leraar verliefd op de moeder en vergrijpt zich aan haar. De in het huis ondergedoken vader reageert. Het brengt het gezin enorm veel leed toe.
    Ze waren hun dochter Elena al verloren die hoogzwanger samen met een dichter gevlucht was. En nu gaat er nog veel meer in het gezin naar de ratsmodee.

Het titelverhaal wordt verteld door drie stemmen. De Katholieke leraar die als biecht brieven schrijft, gezet in cursief schrift, een verteller die in gewoon schrift opgevoerd wordt en door de jongen die in dik gedrukte letters terug kijkt op zijn jeugd.

In de biecht schrijft de 'pater' dat hij zich zo gedesoriënteerd voelt als blinde zonnebloemen. Die mooie titel komt dus van hem. Dit verhaal zou in 2008 verfilmd worden door
José Luis Cuerda, die samen met Rafael Azcona het script schreef.

***

Méndez wordt in
El Pais (20/02/2004) geciteerd wanneer hij zegt dat alle verhalen echt zijn: “Het verhaal van de geëxecuteerde man die uit het graf opstond, is dat van een man genaamd Alegría, met wie ik jaren geleden in Grijalbo heb samengewerkt; Franco's kolonel die overliep naar de Republikeinse kant, enkele uren voor de overwinning bestond ook. Ik heb hem tot kapitein benoemd.” 
     De schrijver is in 1940 geboren en opgegroeid met het aan de macht komen van de fascisten in Spanje. In zijn werk maakte hij mee dat
Ciencia Nueva, een kleine uitgever waar hij bij betrokken was door de Minister voor Informatie en Toerisme Manuel Fraga verboden werd.

We lezen
De blinde zonnebloemen. We vinden het literair geweldig. Maar tegelijkertijd gaan we door op de weg van dagmarsen naar de volgende overwinning, alsof niet al lang duidelijk is dat oorlog meer van mensen vraagt dan goed voor hen is; van oud en jong, van direct betrokkene tot nakomeling. De roep om oorlog, zelfs als dat zou zijn om contradictoir oorlog te voorkomen, klinkt te gemakkelijk, dat maakt dit boek duidelijk.
    Het onderstreept ook dat het vinden van een verhouding met het verleden, ook als dat ongemakkelijk is, niet mag blijven liggen. Ook twintig jaar nadat het boek verschenen is, en een halve eeuw nadat de dictator stierf, is
die roep in Spanje nog steeds nodig. Maar de woorden uit de opdracht gelden niet alleen Spanje vanwege zijn lange dictatuur, maar ook een groot aantal landen waar grote politieke wandaden plaatsvonden. Het is daarmee een belangrijk boek. Nog steeds.

Noten:
* Het verscheen in 2004 als Los Girasoles en werd in 2006 vertaald naar het Nederlands door Eugenie Schoolderman. Méndez kreeg er de Premio Setenil 2004, en postuum de Premio Nacional de Narrativa en de Premio de la Crítica voor.
** Het komt uit het voorwoord geschreven door
Carlos Piera in En los ojos del día; antología poética van Tomás Segovia, de Mexicaanse dichter en schrijver van Spaans afkomst.

dinsdag 19 augustus 2025

Vrouwen in het zwart



Vrouwen in het Zwart is de naam van organisaties van vrouwen die sinds 1988 her-en-der in de wereld zich richten tegen de Israëlische bezetting van Gaza en de Westelijke Jordaanoever,
voor vrede in Israël en Palestina, en recent tegen de oorlog van Israël tegen de Gazanen. Het is een internationale organisatie. In Nederland zijn er verschillende groepen. In Amsterdam houdt Vrouwen in het Zwart regelmatig wakes op het Spui. De titel van het boek roept de gedachten aan deze groep op.

Vrouwen in het zwart komen van het begin tot eind van het boek door Josefina Atdecoa voor. Je ziet ook die vrouwen meteen voor je met en zonder gerimpelde gezichten. De vrouwen zijn in de rouw om het verlies van hun mannen in de strijd tegen wat de rebellen worden genoemd die na 1936 optrokken tegen de Republiek in Spanje. Het zijn vrouwen die weinig hebben om kleur aan hun leven te geven of die zelf de sjeu ervan uitsluiten vanuit religieuze redenen of wereldlijk puritanisme. Vrouwen in het zwart, het is een bekend beeld. Hier lijken ze het boek tot een verhaal te binden.

Die roman is het tweede deel binnen een trilogie. Het eerste deel was getiteld
'Geschiedenis van een schooljuffrouw.' Die juffrouw is Grabiela López wiens man werd gefusilleerd, omdat hij zich inzette voor de Republiek. In deel twee delft die Republiek het onderspit en daarmee verdwijnt ook de vlag om plaats te maken voor “de vlag van de monarchie” zo legt de moeder van Gabriela haar kleindochter Juana uit, “de rood met goudgele”. (Zie voor een serie Spaanse vlaggen hieronder, voor wie zich net als ik nooit gerealiseerd had dat de republiek een eigen vlag had.). Het derde deel heet 'De kracht van het lot.' In het tweede deel, hier besproken, speelt moeder Gabriela ook een grote rol. Ze is een van de zwarte vrouwen, maar vooral haar dochter Juana vertelt het verhaal.

1785–1873, 1875–1931 (1874 zonder kroon)

2e Republiek 1931-1939

Franco 1938-1945

Franco 1945-1977

1977-1981

huidige

De opzet van dit tweede deel is glashelder verdeeld in drieën. Eén: Moeder en dochter leven in een kleine Spaanse stad. Ze komen een Mexicaanse landheer tegen, Octavio. Twee: Ze vertrekken met hem en zijn dochtertje naar zijn haciënda. In Mexico trouwt Gabriela met hem. Drie: Juana keert terug naar Madrid om te studeren en raakt verzeild in een studentengroep die rebelleert tegen de Franco dictatuur.

Vaak zijn het kleinigheden die een boek net wat extra geven. De amandelsoep die ik vorig jaar maakte voor het kerstdiner blijkt een traditional in het Spanje uit het boek. Gabriela maakt ze jaarlijks voor kerst. Ook leer ik dat een kerststal iets voor goede en een kerstboom iets voor voor foute Spanjaarden is en dat uit de mond van een meisje waarvan de vader voor Franco is. Als kind vertel je daarom al snel iets waarmee je bijvoorbeeld iemand met een kerstoom in huis mee in moeilijkheden brengt. Deze benauwde sfeer komt regelmatig terug. De jonge Juana moet leren haar mond niet voorbij te praten, te leven met de angst en het verdriet van haar moeder. Als haar oma overlijdt, neemt ze zich voor zich haar oma te herinneren zoals ze was voordat ze ziek werd,
“zo lief, sterk en energiek.”

Het tweede deel van
Vrouwen in het Zwart is het meest zorgeloos. De politieke onderdrukking is verdwenen. Doordat Gabriela en haar dochter op een rijk landgoed gaan wonen is materieel alles aanwezig. Dat zal niet voor alle 50.000 Spanjaarden die naar Mexico vluchtten hebben gegolden. Al zijn er ook hier ontwikkelingen in positieve en negatieve zin, maar dat zijn de 'gewone' problemen. Jeugdliefdes, onenigheid met meer conservatieve en traditionele familieleden, en het bestieren van het landgoed bepalen een groot deel van het leven. Gabriela zet een school voor de kinderen van de oorspronkelijke bewoners op. Die leren lezen, schrijven en rekenen en worden daardoor veel waardevollere arbeiders. Maar ook dit stuit op weerstand, waar mouwen aan moeten worden gepast.

Als nel kwam de klassieker voorbij dat de oorspronkelijke bewoners (hier nog indianen genoemd) de gronden die ze door landhervormingen kregen verwaarloosden en ruïneerden. Gabriela reageert: “Ze konden ze niet bewerken, ze konden zich niet organiseren. Omdat niemand ze dat geleerd heeft...” Daarom kwam haar school er wel. Ook al stelde haar nieuwe man dat het een individuele actie was en dat die zoiets zijn als zandkorrels in de woestijn. “Ik geloof in zandkorrels,” was het weerwoord van de juf.

In het derde deel, terug in Spanje na de Tweede Wereldoorlog, komen we iets dergelijks tegen als Juana meegaat met een vriendin naar een hulpactie van de kerk in een arme wijk. Een vriend noemt dit liefdadigheid, het geweten sussen met aalmoezen, terwijl alles bij hetzelfde blijft, en er geen structurele gerechtigheid komt
. Een deel van de armen wilde met die kerkelijk steun dan ook niets te maken hebben. Een ander deel pakte de meegebrachte kleren en etenswaren graag aan. Ze konden zich mogelijk de luxe niet veroorloven dit af te slaan. Een student stelde: “Geweren en mitrailleurs hadden jullie moeten meenemen voor die hongerlijders.”

In Madrid leeft Juana als studente op een toelage van Octavio en vindt haar weg met hulp van zijn contacten uit de gegoede klasse. Lang niet alles loopt op rolletjes en de dreiging van arrestatie en stuk lopen van relaties ligt voortdurend op de loer. Tenslotte besluit Juana een stap te zetten naar elders. De twijfel over wat ze moet doen, wordt door een vriend opgeruimd door te stellen dat een keuze niet voor eeuwig hoeft te zijn en dat als het misloopt een andere richting ingeslagen kan worden. En daar gaan we met de trein deel drie binnen en laten de vrouwen in het zwart eindelijk achter. Het zou nog ruim twee decennia duren voordat de Spaanse fascisitische dictatuur zou vallen, zo weet de lezer.

Tekst sluit af onder clip.



Juana kreeg van een Madrileense vriend een LP van Atahualpa Yupanqui. De plaat is een succes in haar vriendenkring. Alleen al de woorden:
“Mijn broer is omgekomen in de mijn/zonder arts of oliesel/de indianen hebben hem begraven/bamboefluit en trom...”, verklanken dat de muziek is gemaakt zonder dat de Spaanse censuur eroverheen is gegaan.