vrijdag 25 september 2026

Hadji Murad


Hadji Murad door Tolstoj (1828-1910) verscheen een paar jaar na het overlijden van de Russische schrijver.*
     Murad was als Naïb/landvoogd in dienst van Imam Sjamyl. Hoewel hij een waardevol strateeg was, stond hij op gespannen voet met deze heerser. Als de relaties door een opvolgingskwestie zo verslechteren dat hij zijn leven niet meer zeker is, verlaat Murad de zogenaamde Kaukasische Arend. Zijn gezinsleden blijven gegijzeld achter. Om ze vrij te krijgen loopt hij over naar de Russen om met hun hulp (wapens, gevangenen ruil, troepen) meer kans te maken op hereniging met zijn vrouwen en kinderen en uiteindelijk zelf
“heer en meester” te worden “over het ganse, onderworpen Tsjetjna.”

Hadji Murad was ook in de werkelijkheid een verzetsleider voor de Dagestanen en Tsjetsjenen tegen de Russen en inderdaad in dienst van Sjamyl. Zijn faam was groot en hij was in Rusland berucht. 
     Een graaf die in de novelle over zijn positie moest oordelen, hoorde zijn mooie woorden, maar geloofde dat Murad “een vijand zou blijven van al wat Russisch en christen was...”
     Tolstoj schreef Hadji Murad tussen 1896 en 1904 op grond van zijn eigen ervaringen half negentiende eeuw, archief onderzoek en verhalen over Murad.** Zijn militaire ervaring zit bijvoorbeeld overduidelijk in de beschrijving van de afkeer bij de militairen te velde over het overnachten van de vrouw van een hoge militair in het kamp, een privilege waarvoor extra bewaking moest worden ingezet en dus meer wacht gelopen.
     In de jaren dat het schrijfproces duurde kwam er een tiental verschillende versies, waarbij de polemieken achteraf of de uitgegeven versie wel de juiste was en zijn goedkeuring weg kon dragen onvermijdelijk waren. Een kwestie voor literatuurwetenschappers.

Nog niet zo lang geleden bleek dat het tussen Russen en Tsjetsjenen nog steeds niet boterde. Er waren twee felle en zeer gewelddadige oorlogen (1994-1996 en 1999-2009), waarbij de hoofdstad Grosny in puin werd geschoten.*** Het oprakelen van die Tsjetsjeense oorlogen lijkt onvermijdelijk bij het lezen van dit boek over de inlijving van de Kaukasus door de Russen halverwege de negentiende eeuw.

De novelle beschrijft niettemin een eenvoudig verhaal. Het vrij krijgen van de familie van Murad is de drijvende factor achter de ontwikkelingen. Als lezer duik je in de bijeenkomsten van de Russische elite (zowel militair als bestuurlijk), de soldatenkampen en de omgeving van Hadji Murad en in zijn geschiedenis. Je komt terecht op de Kaukasus waar de Russen ook toen al door een waar terreurbewind (moord, vernietigen voedsel, vergiftigen water en verbranden van huizen en goederen) greep op probeerden te krijgen. Ook is er een ontmoeting met de overspelige, wreedaardige en gewelddadige tiran, tsaar Nicolai I. (Tolstoj is verre van mild in zijn oordeel over hem.)
     Kenner van de Russische literatur James B. Woodward merkt op dat de novelle het contrast beschrijft tussen de Russische uiteenvallende bureaucratie en het gezonde en gepassioneerde leven van een bergbewoner. Het is eveneens een boek waar christelijke macht stuit op een islamitische bevolking. Je komt thuis bij de bergbewoners, en maakt kennis met hun geschiedenis, cultuur en ideeën (niet allen even aantrekkelijk). Je leest hun reactie op het Russische optreden:
“Geen woord van haat jegens de Russen werd vernomen. Dit gevoel, dat de Tsjetsjenen van de oudste man tot het jongste kind vervulde, ging ver boven haat uit. Het was het gevoel van onmacht om deze Russische honden nog als mensen te beschouwen, een gevoel van grenzeloze afschuw en walging, een gevoel van zulk een verbijsterde ontzetting over de zinloosheid van deze wreedheid, dat men de Russen niet anders kon zien dan als ratten, wolven of giftige spinnen, tot niets meer goed dan om te verdelgen met alle middelen waarover men beschikte.
De fictieve Russische militair Butler leefde in het gevaar van de oorlog. Een gevaar dat hem onderscheidingen opleverde en hoogachting van kameraden en vrienden. “De andere zijde van de oorlog, de dood en de wonden, die soldaten, officieren en bergbewoners troffen, wilde hij zich niet bewust zijn. Zonder er bij na te denken, vermeed hij het naar gesneuvelden of gewonden te kijken, het zou zijn romantische kijk op de oorlog bederven.” Je moest je tegen de dappere bergbewoners, de dsjigits, verdedigen, vond hij.
     Tegelijkertijd kon hij het goed met Hadji Murad vinden. In een gesprek vertelt Murad hem de parabel over de muilezel en de hond. De hond geeft het hoefdier vlees en hij krijgt zelf hooi. Beide blijven hongerig. Na een glimlach volgt de uitleg:
“Elk volk is van mening dat de eigen zeden en gebruiken de beste zijn.” Die reflectie is waardevol, nog steeds. Kokkin Marja Dmitrijewna heeft aan Russische zijde de meest kritische visie op het Russische optreden en de meest open blik op de islamitische strijder. Ook dat kan.

De novelle speelt bijna twee eeuwen geleden. En ze is ruim een eeuw geleden geschreven. Helaas, het klinkt herhaaldelijk nog steeds herkenbaar door de actualiteit. Tolstoj weet een toon te treffen die de tijd overleeft. Alleen het woord
dsjigits leidt tot geen enkele google treffer (veel Islamitische termen zijn juist gangbaarder geworden, hoewel licht van spelling veranderd zoals chariat naar sharia). Dsjigits komt uit het Turks en betekent dappere persoon.**** 
     Hadji Murad is niet alleen een avontuurlijke en voor de huidige lezer prettig leesbare geschiedenis, de novelle landt op nieuwe ontwikkelingen in de Kaukasus, elders in Rusland en hecht zich aan ontwikkelingen ver daarbuiten.

Noten:
* De uiteindelijke ongecensureerde versie op grond van Tolstojs originele manuscripten verscheen pas in 1950. Het hier opgenomen citaat “Geen woord...men beschikte.” was bijvoorbeeld weggezuiverd evenals de kritiek op de tsaar.
** Het is een van de de romans die ik dit jaar las die historische ontwikkelingen volgt. Eerder waren er: Samarkand door Amin Maalouf; A Sultan in Palermo door Tariq Ali; Een zandstorm, zeiden ze door Çiler Ílhan. En dan waren er nog Ander Licht over de schilderes Alida Withoos, Eén korrel graan over Britts kolonialisme in Kenia en de strijd ertegen, en De man van veel over een deel uit het leven van Anton de Kom. 
De biografische romans en verhalen laat ik dan nog weg.
Het een is meer geromantiseerd dan het andere, maar in alle is de lijn van geschiedenis duidelijk zichtbaar. Literatuur en geschiedenis; het is niet verwonderlijk dat ze een sterke band hebben. Maar het is wel ervoor waken om fictie niet voor de werkelijkheid aan te zien, al kan ze helpen verklaren wat in het echt gebeurde.
*** Tijdens een vredesbijeenkomst in Tampere (Finland) merkte ik eind jaren negentig dat deze oorlogen veel impact hadden op het denken over Rusland, oorlog en vrede, terwijl ze in de Nederlandse vredesbeweging wel opgemerkt werden maar geen grote rol in het debat speelden.
**** In Ne Chabar herken ik het Inonesische woord kabar met dezelfde betekenis en eveneens gebruikt als Is er nieuws (apa kabar)? Zo blijkt taal flink door de geschiedenis en over de wereld gereisd te hebben. Toltoj gebruikt dit lokale woord zonder verklarende voetnoot, maar met een eenvoudige vertaling in de tekst. 



Geen opmerkingen: