zondag 28 juli 2024

Alkibiades


Het komt zelden voor dat ik een roman ga lezen door een bespreking in de Militaire Spectator. In het wetenschappelijke militaire periodiek schreef Kolonel ter Zee drs. Henk Warnar: “Ilja Leonard Pfeijffer heeft met zijn omvangrijke historische roman Alkibiades niet alleen een boeiend verhaal geschreven, maar ook een uitermate waardevolle bijdrage aan de Nederlandse krijgskunde geleverd.”

Alkibiades is verdeeld in 12 boeken die staan voor evenzoveel papyrus rollen. Op de eerste elf ervan maakt de extravagante strateeg en politicus de kroniek van zijn leven op en verantwoord zijn soms onnavolgbare inzet voor Athene. Hij wijst tenslotte op een oplossing voor de problemen van de stadstaat. Zijn tweede levensgezellin Timandra schrijft de laatste rol vol en daarmee de epiloog. Deze opzet geeft aan het omvangrijke boek een heldere vorm.

Krijgskunde
Warnar kan zich “geen in de Nederlandse taal geschreven boek herinneren dat me meer krijgskundige wijsheid heeft gebracht dan deze roman.” Hij wijst in zijn bespreking op verschillende punten, zoals de samenhang tussen staatsvorm en de wijze van oorlogsvoering, de botsing tussen moraal filosofie en realpolitik handelen, strategische overwegingen (zoals het garanderen van de toestroom van graan, en kapitaal), de keuze op welk gebied de oorlog wordt gevoerd (zee of land).

Opmerkelijk is al in het begin een morele kwestie met realpolitieke kant. Terwijl de machtigste politiek leider van Athene, Kleon, de mannen van Mytilene wil laten doden aangezien zij de kant kozen van Sparta, betoogt de schuchtere politicus Nikias in drie punten waarom dit niet in het belang is van Athene. Het is een les machtspoltiekdenken, waar ook de morele kant goed uit de verf komt. Er zijn meer voorbeelden te vinden in de roman waar sprake is van deze samenhang, overigens ook waar machtspolitiek geen gelijke tred houdt met ethiek en moraal.

Verder plaatst de recensent het boek in tijd en omstandigheden, nl. tijdens de Peloponnesische oorlog, de klassieke wereldoorlog tussen Athene en Sparta, die uitgevochten werd tussen 431 en 404 voor Chr. Toch is het zeker geen oorlogsboek. Oorlog en belegeringen komen wel regelmatig voorbij, maar worden meer aangestipt dan behandeld. Het boek lijkt er niet over te gaan, dat blijkt ook uit wisselen tussen de termen generaal en admiraal voor de belangrijkste officieren of tussen infanteristen en mariniers.1 De gevechten worden genoemd om de levensloop van Alkibiades aan elkaar te rijgen. De filosofie en sociologie achter oorlog krijgen in het boek meer aandacht.

Na een kwart eeuw oorlog beseffende inwoners van Athene dat ze die oorlog niet willen (met vele slachtoffers, inkomsten verlies en vernielingen, lege voorraadkasten etc.) en was het daardoor ondenkbaar geworden dat ze er ooit zelf toe hadden besloten. In plaats daarvan besloot het volk zich verraden te voelen door zijn leiders en met enkele af te rekenen en daarmee anderen – die de verontwaardiging het best hun kant op wisten te kanaliseren – te steunen. Dat het minder krijgskundig is dan ik op grond van de bespreking verwachtte, wordt goed gemaakt door het verhaal dat me meesleept door de Griekse en Perzische geschiedenis en dat ook nog eens met oog voor het heden.

Populisme
In de bespreking door KTZ Warnar staat dat “demagogie, populisme en schandalen” verstandige militair-politieke besluitvorming belemmeren. Dat komt zeker uitgebreid aan de orde en het is onmiskenbaar dat deze begrippen, en dan met name het populisme, onderwerpen zijn die de in Genua woonachtige schrijver onderzoekt en te lijf gaat. Al vroeg in de roman wordt de vraag gesteld of het populisme (ook wel ochlocratie) het einde van de democratie in kan luiden. De invloedrijke leermeester van Alkibiades, de filosoof Socrates is er van overtuigd. Alkibiades bedenkt zichzelf tijdens een storm op zee “hoe lastig het is koers te houden wanneer men bij voortduring gedwongen is te reageren op zwellende en zinkende golven.” Dat dit een metafoor is “voor de onmogelijkheid een consistent beleid te voeren met een politiek bestel dat wordt geregeerd door de woest klotsende golfbewegingen van de publieke opinie,” bedenkt hij zich pas later. Het is even een ernstige waarschuwing aan de lezer in de 21e eeuw.

De ochlocratie wordt een crisisstadium genoemd “gekenmerkt door door volatiliteit van het politieke klimaat, daaruit voorkomend wantrouwen jegens de instituties en de politiek, schandalen die dit wantrouwen dagelijks nog meer voeden, inefficiëntie van het openbare bestuur en onvermogen om met toekomstvisies en langetermijnstrategieën de waan van de dag te overstijgen,” zo beweerde filosoof Protagonist in een pagina's lang betoog over de cycli in de staatsvormen. Eerder in deze toespraak verklaarde hij al dat democratie al snel niet meer begrepen zal worden als voorrecht, maar als mogelijkheid om het eigenbelang na te streven. “Het volk wil steeds meer in ruil voor steeds minder verplichtingen en inspanningen.” Politici reageren hierop en “mobiliseren allerlei vormen van verontwaardiging” en presenteren zich vervolgens “als voorvechters van de gekrenkte waardigheid en verkwanselde belangen.”

“De oorzaak van falen is tevredenheid, die
een glimlach op lippen en zoete slaap op
de oogleden druppelt voordat de doelen op zijn.”


Uit papyrus rol IX, De tiran van Athene, hoofdstuk 11, p. 521.
(Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeidspers, 2023 (10
e druk))

Maar ook de democratie komt er niet genadig van af: “Als het staatsbestuur in handen is van het volk, beginnen zich facties te vormen die hun aandacht en energie meer richten op de bestrijding van rivaliserende facties dan het algemeen belang,” weet een Perzische Gouverneur (satraap) te melden om de kritiek op de absolute monarchie te smoren. Hij voegt toe dat dit de democratie onooglijk maakt en kortzichtig en er vervolgens toe leidt “dat het volk zich van de eigen democratische instituties begint af te keren en de roep om een sterke leider steeds luider klinkt.” Ook dit is weer een inzicht dat nog actuele waarde heeft. Los van de nadelen wordt democratie door Alkibiades toch beschouwd als de minst negatieve bestuursvorm, waarbij het van belang is dat het om beleid op de langere termijn en niet alleen machtsstrijd gaat. De beschreven gang van zaken in Athene tijdens de Tweede Peloponnesische oorlog onderstreept deze visie op schrikbarende wijze.

Actueel
Het populisme won aan kracht toen Perikles overleed. Hij was niet alleen een bekwaam bestuurder en de pleegvader van Alkibiades, maar ook een politicus die niet bang was om het volk tegen te spreken en hij kon zich dat veroorloven dankzij het respect dat hij genoot. Toen hij wegviel ontstond een gevecht om de macht en om de aanhang van het volk.

Terwijl dit in de verte al doet denken aan het Nederland van nu, leidt de pest epidemie die Athene trof tot een verandering van historische omvang. Die uitbraak,waarbij mensen massaal stierven, kan mits je de proporties in het oog houdt, vergeleken worden met de corona pandemie die de wereld trof tussen 2020 en 2022. Zo wijst een boek dat bijna 2½ millennium geleden speelt ook naar de huidige tijd en dat is misschien ook moeilijk te vermijden. Het hele boek door neig je er naar om aan het nu te denken. Alkibiades zal het reflecteren op grond van vroegere periodes beschrijven als het over zijn overleden vrouw gaat: “Waarom spreken we over het verleden? Het antwoord op dit vraag heeft Hiparette mij gegeven (…) ze [heeft] mij geleerd in te zien dat het verleden een spiegel is waarin we onze eigen dilemma's kunnen herkennen.” In de sport zou je zeggen dat het een wedstrijd in de wedstrijd oplevert, twee verhalen voor de prijs van een, het wedervaren van een vooraanstaande persoon in de Peloponnesische oorlog en vanuit dat verleden een blik op het heden.

In een betoog over de kracht van de leugen en de zwakheid van de waarheid staan de woorden dat de strijd tussen beide “door de leugenaar omgevormd is tot een strijd tussen alternatieve meningen.” Het zou zo uit het boekje van de maniakale kandidaat voor het presidentschap aan de overkant van de Oceaan kunnen komen. Hier stelt Alkibiades enkele eeuwen voor Christus dat er zo naar kijken van feiten een mening maakt die daarmee van tijdelijke aard zal zijn. De kracht van die aanpak laat zich onderschrijven door de veel gehoorde  en alleen op het eerste gehoor redelijke frase 'ieder zijn mening', met de weteschappelijke kennis en die van de leek als gelijkwaardig.

Hoop
Het boek zit vol kleine cadeautjes zoals, om er een uit te halen, een uitwijding over hoop. Het motto 'hoop doet leven' wordt door Pfeijffer via Alkibiades van repliek gediend.

“Hoop goede vrienden, is een luxe die alleen hij zich kan permitteren die haar niet nodig heeft omdat hij voor het gevaar is toegerust, terwijl de hoop zelf een gevaar vormt voor wie niets dan hoop heeft om zijn hoop op te baseren. Hoop is van nature een illusie, want wat is hoop anders dan de fata morgana van een gewenste afloop die zich in alle realistische scenario's weigert te vertonen? Hoop is vermomde wanhoop. (…) Er zijn in de geschiedenis meer mensen door hoop geveld dan door speerpunten en zwaarden.”
Het fragment is langer en stelt vragen aan mensen die de hoop niet willen verliezen; die de hoop zien als een motiverende wind in de zeilen bij stroom tegen, en die dan een koers bepaalt. Is het inderdaad de luxe van gebakken lucht? Elders, maar wel centraal in het verhaal, wordt hoop gezien als een houvast, als een kracht, en een bedreiging voor de gevestigde macht. Het is de hoop die met vuur en pijlen bestreden moet worden.

Spiegel
Het is een lijvige roman met een enorm notenapparaat (140 pagina's), een tijdlijn, een namenlijst, verklaring van muntwaarde, kaarten, en een uitleg van lengte en inhoudsmaten. De gebonden versie die ik las, bevatte ook twee leeslinten. Het is het soort luxe waar ik heel kinderlijk blij van wordt. Dat het boek zwaar in de hand ligt, wordt er weer enigszins door verzacht. Maar het is vooral de duik het verleden in, die spiegel voor het heden, die het plezierig en interessant maken met Alkibiades te vluchten in de kroniek van zijn leven als ijdele strateeg, generaal, en gevallen politicus. De sensitieve man die ook vrouw kon zijn, en zich daarmee groots toonde. Met dit laatste nam hij ook afstand van het binaire sekse onderscheid. Weer een haakje van toen dat vastzit in het heden en waarover nu op het scherpst van de snede een strijd woedt tussen het zelf kunnen bepalen hoe je gender identiteit eruit ziet en de ingesnoerde werkelijkheid van de duidelijkheid die zich baseert op hoe het hoort en altijd was (dat laatste meent men tenminste aan de conservatieve of reactionaire kant).

Het is de kunst de denker met de lange haren (net als Pfeijfer zelf) en strateeg met de geharde spierbundels, serieus te nemen, maar zijn woorden ook te wegen. En net als de prinses van Sparta,  Kyniska, ook met hem te lachen. Sokrates hield van hem en verklaarde dat hij een man was die niet oud werd en daardoor niet de man was geworden die hij had kunnen zijn. Alkibiades verlangde gezien te worden met flair vervuld, zo meende de wijsgeer. En nog steeds is er debat rond zijn rol en betekenis.2
Deze roman past in dat gesprek, maar is meer dan dat. Het is ook een vingerwijzing naar deze tijd, een waarschuwing zelfs, meer politiek filosofisch dan krijgskundig.

Noten:
1 Het eerste korps mariniers werd zo'n 19 eeuwen later in Spanje in het leven geroepen, gevolgd door de Nederlandse mariniers ruim een eeuw later, vermoedelijk waren het mariners die door Pfeijfer naar mariniers zijn vertaald in plaats van naar zeelieden. Verder kan je voor krijgskunde beter artikelen door gespecialiserde auteurs lezen die dit beschrijven, zoals William Ledyard Rodgers in 'Greek and Roman Naval Warfare; A Study of Strategy, Tactics, and Ship Design from Salamis (480 B.C. TO ACTIUM). ('Dit boek ken ik niet, maar in mijn boekenkast staat een boek met een hoofdstuk van Rogers over de slag bij Marathon, dat me veel wetenswaardigheden bijbracht). Niet dat een roman geen andere aspecten toevoegt, maar krijgskundige wijsheid is wat veel van het goede.
2 De engelstalige wiki over Alkibiades is uitgebreid (een kleine tienduizend woorden lang en rijkelijk geïllustreerd) en de liefhebbers van de mooie generaal als romanpersonage wordt gewezen op nog een aantal romans waarin hij de/een hoofdrol speelt: “He has been the main character in historical novels of authors like Anna Bowman Dodd, Gertrude Atherton, Mary Renault, Rosemary Sutcliff, Daniel Chavarria, Steven Pressfield, Peter Green and Ilja Leonard Pfeijffer.”



maandag 22 juli 2024

In de grote wereld

 


Arthur Japin
schreef In de grote wereld. Het is het boekenweekgeschenk voor 2006. Groot is de wereld al snel als je zelf een klein mens bent. Zelfs het woord grootmoeder krijgt dan een andere bijklank.

De novelle begint met de ontruiming van een dorp voor kleine mensen in Nazi-Duitsland in 1939. Het is een attractie voor de grote mensen. Die kunnen lachen om de kleintjes, ze boven hun hoofd tillen of de lucht in werpen met naar zeggen zelfs fatale gevolgen. Het fascisme komt aan de macht. En de trekkers komen en rijden de boel plat; er is geen plaats voor kleine mensen meer.

Rosa de vrouw van Lemmy (waarmee de beide kleine hoofdkarakters zijn genoemd) merkt op:
“Je zo bedreigd te moeten voelen door alles wat een beetje afwijkt.”

Ze vindt dat je met dergelijke normale angstige mensen medelijden zou moeten hebben. Haar leven lang heeft ze gedaan wat mensen van haar verwachtten; dat ze door haar domheid en onhandigheid komisch en vermakelijk zou zijn. Wat verwacht je anders van een kleintje. Opeens is dat zelfs niet meer voldoende en worden de kleine mensen weggeveegd. Waarom? Ze voldoen niet aan de norm.

Lemmy is uit New York meegekomen toen daar de attractie was afgebrand en zijn moeder verdween. Zogezegd was ze omgekomen in de brand. De vernietiging in Duitsland is een volgende klap. Er is nog een kans. Er is plek binnen een rondtrekkende groep in Engeland, inclusief uitreis mogelijkheid weg van  het land waar de fascisten aan de macht zijn. Alles heeft Rosa er voor over om te vertrekken naar de vrijheid. Lemmy twijfelt. Wil hij nog wel de vermakelijke pias zijn en daarmee zijn zelfrespect te grabbel gooien. Het kan zijn dat iedereen zich aanpast aan de gewenste rol, maar wil hij die rol nog wel?

Het geschenk is in 2024 actueler dan in achttien jaar daarvoor. Het wijst er op wat we te verliezen hebben. Niet voor niets begint het met positieve motto's: Paul van Oostaijen voor een vrolijke noot, en als dat niet genoeg is een welkom door Walt Disney*, maar de eerste komt van Goethe die trommelt op het versleten vel van de geanimeerde kant van het dwergenleven, de ingesleten capriolen.

De uitspraak van Rosa over de angst is er een om bij stil bij te blijven staan: ook in andere situaties waar sprake is van uitsluiting op grond van uiterlijke, innerlijke of sociale kenmerken.

Haben wirklich Platz genommen,
Wissen nicht wie es geschah
Fraget nicht woher wir kommen,
Denn wir sind nun einmal da!
7610 Zu des Lebens lustigem Sitze
Eignet sich ein jedes Land;
Zeigt sich eine Felsenritze,
Ist auch schon der Zwerg zur Hand.
Zwerg’ und Zwergin, rasch zum Fleiße,
7615 Musterhaft ein jedes Paar
Weiß nicht, ob es gleicher Weise
Schon im Paradiese war.

Onze plaats weer ingenomen
Weten niet hoe 't is geschied.
Vraagt maar niet vanwaar wij komen;
Want we zijn er, zoo ge ziet.
7610 't Blij-bedrijvig leven woont
Naar zijn zin in ieder land;
Waar een rotsspleet zich vertoont
Zijn ook dwergen bij de hand.
Dwerg en dwergin, vlug en noest
7615 Werkend op voorbeeld'ge wijs;
Weet niet of 't al net zoo moest
Eertijds in het paradijs.

Tekst als opgenomen in De grote wereld met de regels 7610-14
die daarin ontbreken. Bron.

Vertaling Nico van Suchtelen in Faust. Deel 2 (Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1920)

Noot:
* De twee andere motto's:
  To all who come to this happy place: welcome!, Walt Disney
  Et voila glimlach, Paul van Ostaijen


 

vrijdag 19 juli 2024

Op bezoek 3 – doorjassen


Vreemd verschijnsel is dat. Ik vertel dat ik niet te ver, niet te hard en niet te lang fietste. De reactie was: verstandig. In juni sloot ik mijn vakantie al binnen een week af, ik had nog een dag of tien te gaan. En ook toen: verstandig. Lichamelijke kwalen nopen me ertoe, en het is verstandig dat ik niet doorjas, maar dat wil ik niet horen. Eigenlijk wil ik horen: wat rot voor je. Alsof je daar meer mee op zou schieten.

Het komt wel mooi uit dat de navigatie van mijn telefoon een route uitzet die tien kilometer korter is dan die ik op de heenweg fietste en nog veel korter dan de route die ik in het begin nam, langs de LF2. De afstand was toen 120 km. Op de pont bij Bergambacht heeft een wielrijder nog wel een toeristische tip voor me, maar ik wil door.

In de Alblasserwaard kwam ik al een bordje tegen dat de weg ergens in augustus afgesloten zal zijn in verband met de Tour de France Femme. Het was toepasselijk de Zijdeweg. Van een foto is het niet gekomen, maar ik zal opletten of ik het op televisie zie. De Broekmolen langs dezelfde weg kiekte ik wel.



Op bezoek 2 - Even was ik 'n walvis

 

De camping ligt naast een spaarbekken, de Grote Rug. Daarachter ligt de indringend zoemende chemische industrie. “Het is die van de PFAS vervuiling,” werd me verteld. Er langs fietsen was maar een klein eindje om. Inderdaad het beruchte Chemours / Du Pont. “De omwonenden kregen een kaartje voor het zwembad en hun tuin kon gesaneerd worden,” voegde mijn zegsvrouwe toe. Een lekkere manier om al decennia bestaande problemen te verhelpen.

Haar vertel ik over de enorme hoeveelheden springbalsemien die ik zag en dat een invasieve soort is uit de Himalaya en hierheen gehaald om de bloemenpracht. Als je daar kan overleven lukt het in Nederland zeker en dat was te zien.

Zwemmen deed ik zelf in de Westergoot die aansluit op het Wantij. Op dat tweede water waren jongeren aan het waterscooteren. Op het moment dat ik onderdook hoorde ik hun schroef snerpen in mijn oren. En besefte ik plots waarover walvissen klagen. Geluid onderwater draagt ver, dat heeft nadelen: bij veel geraas kan je je vrienden niet meer horen. Maar het water was lekker op deze hete dag.

Iets meer meeleven met de wereld wil ik. Toch vind ik € 4,20m voor een krantje niet gering. Oké je hebt gelijk een mooie mening van Paulien Cornelissen. Het uitspreken van een U, S, en A levert een zuur mondje op, zag ze op een foto. Een nieuw land zou dan ook cheese in de haar naam moeten verwerken. De columniste zegt speels meer dan er staat. Tenslotte las ik nog het verhaal over de kelderende beurskoersen van ASML. Hier gaat het niet over geluid, maar over dat licht onbedoeld schaduwen werpt. (Ik schreef deze week zelf ook al over deze techniek.)