Het
boek van Jongen geschreven door Catherine Gilbert Murdock speelt
in 1350 als Europa in de greep is van de naweeën van een
pestepidemie, waaraan een derde van de bevolking stierf. In centraal
Frankrijk leeft een jongen met een bochel als geitenhoeder op een
weinig om het lijf hebbende kerkelijke plek. Hij wordt gepest en gaat
daaronder gebukt. De dieren zijn steun en toeverlaat
voor hem en visa versa en ze verstaan elkaar.
Als hij boven
in een boom is geklommen ziet hij een pelgrim aankomen. De man
stinkt en is weerzinwekkend. Deze Pelgrim, Secundus, wil hem meenemen
als hulp op een tocht naar het op drie dagen lopen gelegen
Sint-Petrus-Trap. Daar aangekomen halen ze een nep relikwie weg en
ruilen dat later in een klooster om voor een tand van Petrus. Daar
blijft het niet bij. Jongen wil mee op de hele tocht die bedoeld is
om naast een rib en een tand, ook nog 'n duim, scheen, wat stof en hoofd van de heilige Petrus te
vinden en tenslotte de hof van de heethoofdige apostel die voor een deel van de Christenen het hoofd van de kerk werd. Secundus corrigeert Jongen steeds bij de
opsomming van de relikwieën en merkt op: het is geen 'hof', maar 'graf'.
Het verwijst er naar vooruit dat de zoektocht dan wel zal eindigen in
Rome, maar de reis niet. Een kaart die als illustratie in het boek staat maakt de hele tocht zichtbaar. Het avontuurlijke verhaal is met vaart
geschreven. De twee komen langs ontvolkte dorpen, verwaarloosde
akkers en langs schapen die niet meer geschoren worden. De pest deed
meer dan ziek maken. De ziekte ontwrichte hele maatschappijen. Rome
ging ook nog eens ten onder aan wat Secundus de barbaren noemde en werd bij gebrek
aan deugdelijk bestuur verder verziekt door de gevolgen daarvan: de komst van wolven en rovers naar de stad
Onderweg
wordt Jongen duidelijke dat je niet kunt proberen normaal te zijn, immers: “Normaal is gewoon wat je bent.” Het is inderdaad
mooi om te zien hoe Jongen opleeft, rechtop gaat lopen en zijn eigen
plek inneemt. Het duurt nog een poosje totdat dat nog anders dan hij/zij/hun hier volledig naar kan leven. De twist die halverwege het
verhaal komt, zorgt ervoor dat je net iets minder mee kan leven met Jongen. Het avontuurlijke bedenksel neemt teveel sprookjes
kleur op het pallet.
Hoewel je ook dit kan zien in het licht
van: wees wie je bent en verstop dit niet en leef, ook met gebreken
of als je in ruime zin afwijkt van wat mensen de norm vinden. Het is ruimte scheppend thema dat op verschillende manieren verwerkt is in het verhaal. Los van deze bemoedigende moraal
is het heerlijk om met beide mee te trekken langs
hindernissen en mogelijkheden onderweg.
JAZZ
van Toni Morrison lacht me vanaf de kast tegemoet, omdat de titel me aanspreekt. Niet alleen om de muziek die er
achter verscholen gaat, maar ook om de kleuren waarin de vier letters
zijn geschreven. De muziek zit meer in de structuur van het boek dan
in de tekst. Het danst heen en weer, net als song.
Het woord Jazz komt in het hele boek niet voor (wel blues). Het is
volgens de schrijfster een woord met suggestieve klank en sfeer van
illegaliteit en bovendien was het in de tijd dat het boek speelt nieuw en voor en van jonge en
gewone mensen.
kroeg-, kelder- en knijpmuziek
In de tekst komen we afkeuring
van de muziek tegen: “Ze
wist uit preken en opiniestukken dat het geen echte muziek was –
gewoon rommel voor kleurlingen: schadelijk, zeker, gênant,
natuurlijk; maar niet echt, niet serieus. (...) Maar wat ze het meest
haatte, was de honger ervan. Het verlangen naar het feest, de scheur;
een soort zeldzame trek in een gevecht of een rode robijnrode
dasspeld op de stropdas – beide voldeden. Het veinsde geluk,
veinsde welkom, maar het maakte haar niet grootmoedig, deze kroeg-, kelder- en knijpmuziek.” Aan
het woord is de puriteinse Alice Manfred. Maar
is die visie er niet altijd bij nieuwe muziek die wordt geliefd door
de jongeren, dat de ouderen het afwijzen, merkt Morrison tijdens een
interview op.*
fruitkist en vogelkooi
Muziek is er echter ook in het straatbeeld van New York: “De
zanger is moeilijk te missen, zittend op een fruitkist midden in een
zijstraat. Zijn houten been steekt cool
naar voren; zijn echte draagt zowel de beat als het gewicht van de
gitaar.”
Later staan koperblazers op het dak van een pand en spelen de
klarinetten eruit om het frisse licht van de lente kracht bij te
zetten. Muziek is er in woord én in klank. Dat muziek een levensbehoefte is, komt
het sterkst naar voren rond de vogel die niet wil eten. Pas als de
kooi op het dak wordt gezet, waar de melodieën naartoe
waaien, knapt de vogel op en eet weer en heeft en geeft plezier.
New York
In
een boek dat speelt in de laatste decennia van de negentiende en het eerste kwart van
de twintigste eeuw kom je na 1918 invalide veteranen tegen, ook in de
Verenigde Staten, maar om het racisme kan je ook bepaald niet heen. Dat was
ook toen alomtegenwoordig in de maatschappij en nog gewelddadiger dan nu. Maar er was ook destijds al het snerende en neerbuigende racisme: “Ga
daar maar niet zitten, liefje, je weet nooit wat ze hebben.” JAZZ
speelt in New York, de enige stad in de Verenigde Staten waar verschillende
groepen door elkaar woonden, vertelde Morrison in
1993 in het al aangehaalde interview. Dat is een gegeven voor het
verhaal: de mensen gaan van het platte land, naar het Noorden, en naar
de stad en leven er zonder de nadrukkelijke ideologie van raciale
scheiding.
Moord
Toch
gaat het op een ander vlak meteen mis in het boek. De pleegdochter
Dorcas wordt
uit jaloezie vermoord door Joe Trace een handelsreiziger in cosmetica, de man die een affaire met haar is
begonnen.
Morrison zegt dat ze de plot graag meteen prijsgeeft. De mensen
die dan doorlezen zijn zij die van haar taal houden en/of die willen
weten wat de achtergrond van de dramatische gebeurtenissen is. Voor wie het boek gaat lezen is er dan ook nog heel wat verklarend verhaal over en ook in die achtergrond hier speelt racisme een doorslaggevende rol. Waar kom je vandaan, wat is je achtergrond? Dat zijn de vragen
waarop in JAZZ
antwoorden worden gezocht. Zowel van Joe, zijn vrouw Violet,
Dorca als Alice Manfred krijgen
we een beeld via welk pad ze terecht zijn gekomen in het New York van
de jaren twintig van de vorige eeuw. Vrolijk maken die
geschiedenissen niet. Joe Trace is een man waarvan iedereen
denkt wat een fijne en betrouwbare kerel; een man die voor
iedereen klaar staat en het beste wil. Hij is geïnteresseerd,
luistert en is vriendelijk. Maar liefhebben kan hij niet. De manier
waarop hij in de wereld kwam, de houding van zijn moeder hebben hem
daarvan vervreemd.
Morrison
vertelde dat een foto aan de basis van de roman stond. In New York
maakte de gerenomeerde fotograaf
James Van Der Zee portretten van dode mensen. Een baby op de arm
van de vader, een meisje van 18 in een kist. Dat meisje werd in Jazz,
Dorca. Ook het meisje in The
Harlem Book of the Dead
werd vermoord uit jaloezie. En het schijnt dat ook zij verborgen
hield wat haar overkwam, zodat haar voormalige geliefde die haar net
had neergeschoten kon ontkomen. De vrouw uit JAZZ in wiens huis het feestje
wordt gegeven, is er ook niet rouwig om dat de politie niet bij de moord op Dorca wordt gehaald. Haar vriendin Felice maakt zich kwaad, omdat ze meent
dat door de ernst te ontkennen ze haar eigen dood koos. De ambulance die Felice belde kwam ook nog eens te laat.
Jaloezie
Dorca
kijkt anders naar Joe dan zij die hem beschouwen als een goede buurtbewoner. Ze vindt hem er voor een man op leeftijd goed uit zien. In zijn
affaire met haar gaf hij cadeaus, adoreerde haar, maar gaf er niets
om hoe ze eruit zag, wat ze at, hoe ze lachte, of ze wel of geen bril
op had. Hij gaf er niet om, maar zij wel; ze wilde een identiteit
hebben, zo stelt ze om het verschil tussen de relatie met hem en een ander te
onderstrepen. De ander was het vriendje waarmee ze hem jaloers wilde maken, Acton. Die oefent wel invloed op haar uit om te zijn zoals hij wil dat ze is en
te doen wat hij wil dat ze doet. En jaloers krijgt ze Joe, met de
fatale gevolgen.
Politie
Ook Alice Manfred, de pleegouder van Dorca,
haalt de politie niet bij de moord en de aanval op het lijk door de
vrouw van de dader, omdat de kennis die ze heeft van het zwarte leven
in de Verenigde Staten haar duidelijk maken dat dit zinloos is. Als
er dan toch ingegrepen wordt tegen witte politiemannen die zwarten
vermoorden dan zegt de moeder van Felice: “dat
ze blij is dat ze gearresteerd worden en dat het daarvoor tijd zou
worden.”
Haar man reageert sarcastisch met: “Het
verhaal kwam in de krant, omdat het nieuws is, meisje, nieuws.”
Omstandigheden
Waarom
houden mensen van elkaar, wat trekt hen aan. De wiegende heupen, de
mooie ogen, het intrigerende, de spanning, er zijn veel redenen en
veel daarvan komen terloops of nadrukkelijk aan de orde. Dat het vaak
niet goed loopt, hoeft niet te betekenen dat ook die kanten niet aan
relaties en liefdes zitten. Het is een belangrijk thema in de jazz
compositie die Morrison schreef. Het gaat ook over andere menselijk
gedrag: het goedpraten van een misdaad, het juist beklagen van de
misstap, het uitschakelen van een moreel geweten en het sterken van
het eigen gelijk. Of juist de vraag stellen of het anders was gelopen
als de omstandigheden anders waren geweest. Geen geringe onderwerpen
en inderdaad groter dan een plot. Onderweg komt de lezer langs beeldende en indringende verhalen, zoals dat van de vrouw die niet voor niets Wild werd genoemd en wiens zoon uit de boom viel waarin hij sliep.
Lachen
Violet
Trace gaat kort na de moord op bezoek bij Alice Manfred. Alice heeft
de moord versterkt door het opgebaarde lijk aan te vallen met een
mes. Het is dan ook ongepast en intimiderend dat ze langs komt bij wie tegenoveer haar zou moeten staan.
Waarom gaat ze op bezoek? Niet om zich te verontschuldigen, maar
eerder om aan te tonen dat haar en haar man geen blaam treft, die
ligt bij het niet eens zo mooie, maar wel zeer jonge slachtoffer voor
een man van vijftig. Zo blijf ze zelf overeind, terwijl wie geholpen
zou moeten worden een klap in het gezicht krijgt.** In en gesprek vol
kartels komen de twee toch bij elkaar. Voor beide geldt: is dit het
leven, is dit alles wat er is. Het nauwere contact ontstaat doordat
de een de loszittende voering in de jas van de ander repareert en
groeit uit het lachen om een brandplek door de strijkbout. Sterker
nog, er ontstaat een vriendschappelijke band die eindigt in de zinnen:
“Violet
besefte weer wat ze was vergeten: dat lachen serieus is.
Ingewikkelder, serieuzer dan tranen.”
“She carried an Okeh record under her arm and a half pound of stewmeat wrapped in pink butcher paper.” Hierboven een van de vele Okeh LP's en singeltjes die te vinden zijn in het internet archief.
Noten: *
Ik meen me ook te herinneren dat ik ergens een opmerking van Morrison tegenkwam dat ze niet van jazz houdt. Maar dat zat toch anders. Het
is personage Jadine in Tar
Baby, die zegt dat ook al is ze zwart, ze Mingus toch echt
slaapverwekkend vindt. Waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je aan een zwarte huid geen zogenaamd zwarte eigenschappen moet kleven. ** Safae el Khannoussi vraagt zich tijdens een
radio interview af waarom beul Yousef Slaoui in haar roman
Orropa op bezoek gaat bij zijn voormalige slachtoffer Salomé
Abergel als beiden in Amsterdam wonen. Daar ontstaat geen band uit.
Die wordt, mijn inziens terecht, bruut verbroken, maar zoekt Slaoui
ook naar verzoening? Hij leeft in een ander land en is niet meer de
man van destijds er is een andere situatie. El Khannoussi zegt niet
te weten waarom hij het doet. Ze beschreef hem om zijn persoon te
begrijpen, maar doet dat nog niet helemaal. In JAZZ is het verhaal
ook extreem, maar wel kleiner, en het wijst naar een zelfde soort
missie.
Jazz en later (augustus - december) moeten nog verschijnen als bespreking. Dat zal boek voor boek in de loop van 2026 gebeuren. Vooral de non-fictie en wat kinderboeken van daarna zijn al wel als blog behandeld.