Zoef gaat het de heuvel af. Dat heb je met een camping
die Op den berg heet dan begin je lekker makkelijk. Vermoedelijk
haalde ik daar mijn maximale snelheid van de tocht: 34 km/u. Niet
harder dan een duin af. Rustig aan.
Onderweg kwam ik de
Schelde tegen volgde hem een stuk. Reed door bossen en langs een veld
met een tiental koereigers. Toen ik een foto wilde maken vlogen ze
weg. Dan maar van verder weg. En in die contreien onvermijdelijk: de wegen gelegd van
kasseien. Soms waren ze een beetje opgelapt met asfalt en andere
stukken waren gerestaureerd met de vierkante stenen. Je hopst erover.
Hard en in het midden is het devies en niet teveel lucht in de
banden. Maar dat is voor de profs en echte amateurs en toeristen. Op mijn
bolide ging het zo goed als het kon. Toen er aan het eind van de
tocht weer een kasseienweg van 4 km kwam, was opluchting dat na ruim een
kilometer het wegdek toch glad was gemaakt.
Voor het inrijden van Cambrai ging het eerst over de Schelde, een miezerig riviertje
en daarna langs het Scheldekanaal dat er een deel van zijn water van krijgt. Zo is het goed
bevaarbaar voor binnenschepen en die functie wordt versterkt door
het aansluitende Seine-Noord-Europa
kanaal waaraan gewerkt wordt. Zo fiets ik gladjes Cambrai binnen.
De camping ligt niet ver van de waterweg en ik ben niet eens zo laat met het opzetten van mijn tentje.
|
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten