|
Langste vrijdag van het jaar. Tijd voor mijn
rondje om het Marker- en IJsselmeer. Hopelijk ook de heetste dag
van het jaar. Smeren, veel water, iets met mouwen aan en opletten.
De eerste keer haal ik water bij het strand van Lelystad, ruim 60
km van huis. De verweerde deur valt me op.
Overal liggen
mensen aan het water. Bij de Ketelbrug op het strandjes bij beide
polders. Zelfs in Urk is het druk en vanzelfsprekend op het forse strand van Lemmer. Tenslotte zie ik de baders aan de Friese kant van de Afsluitdijk. De schapen liggen te hijgen op het pad. Bij de Ketelbrug maak ik mijn inmiddels traditionele foto van het Wit
vetkruid (er staat steeds meer van).
 In Friesland valt
op dat de stadjes (hoe klein ook) zo mooi zijn, net als de sloten met
hun waterlelies en gele lisdoddes. Eromheen liggen uitgestrekte
groene woestijnen, de kortgeschoren graslanden zonder bloemen en insecten. Het is op zo'n
tocht de kunst het lelijke te negeren en het mooie te zien.
 De
longen deden eerder in de week stekende pijn bij zware inspanning op de
hometrainer (na mijn meerdaagse oefenfietstocht). De deskundigen hebben verschillende verklaringen voor de pijn die er nog zit. Mijn vraag was hoe zouden ze het houden op de fiets. Daarop trap ik
zo dat ik het qua conditie vol kan houden van begin tot eind. Het gaat goed en ze zijn zeker niet slechter van deze tocht geworden.
Weer een zorg minder? De bil wil even geen zadel zien, that's all.
Het enige stukje waar ik hard trap is
naar de bus over de Afsluitdijk, die bij Kornwerderzand vertrekt.
Ik ben een paar minuten te laat. Als ik aankom staat hij er nog:
“Ik zag U komen; het voordeel van een lange rechte weg.” En: “Ik heb maar gewacht,” zo ontvangt de chauffeur me. Vriendelijk,
maar opmerkelijk dat ik de enige was voor de
voortreffelijke voorziening.
Iets zuidelijk van Den
Oever is het pad afgesloten in verband met werk
aan de Stontelerverkeerssluis. Ik moet een flink stukje om (KP 37, 58, 26 zo zit twee dagen later nog mijn hoofd).
Maar ach, de vis wordt er mee geholpen; het is de aanleg van een voorziening voor de passage. Had ik het geweten dan had ik anders kunnen
gaan en aan de andere kant ervan uit kunnen komen.
Voor Purmerend zie ik het in de verte onweren. Over de polder is goed te zien hoe het over 't land trekt. Ik kan
er langs met een paar spatten, maar geen donder en bliksem. Als ik
net thuis ben barst het weer los met flinke windvlagen. De
buschauffeur en de wegwerkzaamheden zorgden toevalligerwijs voor
precies het goed tijdschema. “Je hebt een geluksengeltje op je
schouder,” was thuis de verklaring.
Volgend jaar weer!?

|
|
2 opmerkingen:
Petje af, hoor.
Ik ben het gaan doen nadat een tachtiger -- die me inhaalde -- vertelde dat hij het ieder jaar deed. Dat is al weer tijden geleden. Als de man nog leeft is hij nu in de honderd.
Een reactie posten