Posts tonen met het label Ian McEwan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ian McEwan. Alle posts tonen

vrijdag 10 maart 2023

Lessons

 

Useleness has never got into the way of war”
Friend Peter on the phone to Roland (p. 68)

In Lessons van Ian McEwan (eerder las ik van dezelfde schrijver Atornment) huilt de elfjarige Roland van vreugde als hij ziet hoe zijn vader en andere mensen inspringen bij een verkeersongeluk en hoe binnen de kortste keren ambulances opdagen om de gewonden te helpen. Er is een systeem net onder de oppervlakte van het dagelijks leven dat oplettend wacht, klaar om met al zijn kennis en kunde te hulp te schieten. Het is ingebed in een groter netwerk van vriendelijkheid. Moet je een kind zijn om dit op waarde te schatten? Al snel blijkt echter dat de wereld niet zo mooi is als hij op dat indringende moment lijkt. Zijn vader verborg bijvoorbeeld de bloedsporen, opgelopen tijdens het helpen, omdat hij niet wilde getuigen voor de rechtbank.

Roland zelf wordt kort daarna naar Berners Hall weg gewerkt, een kostschool voor jongens, waar
McEwan zelf ook op zat. Als de school nog bestond, zouden ze tevreden zijn met hoe hij hem beschrijft. Hoewel niet met alles, in de roman zijn er ook lessen die helemaal verkeerd liepen. Ze leveren het boek zijn de titel op, al behelst die meer dan het leren pianospelen.

De hele roman door zijn er politiek maatschappelijk ontwikkelingen. Je stapt daarmee terug naar wat inmiddels geschiedenis is. In deze schooljaren jaagt de Cuba Crisis het verhaal op. Het wijst de lezer op de angst die destijds leefde en dat geeft de mogelijkheid die fictieve sfeer van toen te vergelijken met die van nu, die zo relatief ontspannen lijkt (hoewel er stemmen zijn die zeggen dat het
minstens zo ernstig gevaarlijk is). De roman laat zien dat dergelijke ontwikkelingen in de internationale politiek ook leiden tot keuzes bij individuen – ver van de internationale beslissingen –, die bepalend zijn voor hun verdere leven.

De tranen zoeken míjn ogen als ik lees hoe er in 1946 op een universiteit in München gereageerd werd op de vraag of iemand een journaliste kon helpen aan contacten van mensen die betrokken waren bij de verzetsgroep die Weiße Rose. Een paar jaar eerder was je nog uitgejouwd bij die vraag door de Duitsers die leefden onder de Nazi's. Nu zijn academici trots op hun geweldloze verzetsgroep. Het verhaal ervan is bekend. Evenals dat de keuze om pamfletten tegen het fascistische regime te verspreiden prominente leden fataal werd. Toch is die ontroering het waard er even bij stil te staan. De emotie werd bij me opgeroepen door de manier waarop hier die houding op een universiteit tussen de puinhopen van vlak na de oorlog beschreven is. Niet alleen ben je er in je verbeelding bij, er is ook het besef dat niets vastligt of is wat het schijnt te zijn – mensen kunnen ook mooier zijn dan het lijkt. Dat brengt die prikkende emotie. Het kunnen naïef sentimentele tranen zijn. McEwan wijst op tal van valkuilen in de richting van een mogelijk vals sentiment. Het kwam ook wel goed uit iets moois tussen de puinhopen. Niet alleen het oproepen van het gevoel is knap, ook eerder gemaakte woorden onderzoekend tegen het licht houden is dat. Onder andere daarom lees je. De scene heeft ook nog eens betekenis binnen een centraal thema van de Lessons dat de ene ontwikkeling de andere veroorzaakt of ander leven kan beïnvloeden of zelfs voortbrengen.

Het boek is rijk aan observaties en situaties. In de eerste twee hoofdstukken zijn we al van de jaren twintig, toen mensen hun tanden nog poetsen met twijgen en vaak al tandeloos waren voor hun dertigste (vandaar de glazen met kunstgebit op nachtkastjes in veel cartoons) gekomen tot aan de kernramp in Tsjernobyl en de radioactieve wolk die daarna over Europa trok en waarvoor mensen niet bang hoefden te zijn, want “van democratieën tot dictaten, rust boven alles.” Het boek eindigt een paar jaar na de Brexit, met de klimaatcrisis “we zijn de pineut” en corona. In het slot van het boek staat een omkering van de politiek van Angela Merkel, en ook komt Thatcher nog even langs – de kritiek op haar gaat gepaard met een tegenovergestelde positieve uitleg van haar invloed. En er is bovendien een tiental zwarte sombere vragen die aan deze eeuw worden gesteld. Het boek leeft met het verleden, maar ook uitdrukkelijk met heden en de toekomst. Die toekomst moet nog ingekleurd worden, ook door jongeren, zo beseft Roland nog net op tijd.


Samen maakten ze de keuken schoon met op de achtergrond Life in the Bus Lane van The [Balham] Alligators op volle sterkte. Een Welsh, Schotse en Engelse versie van Cajun, dat zelf al een onecht muzikaal kindje is, door de Fransen ver van huis bij elkaar gedroomd, terwijl ze zich 2000 mijl naar het zuiden Louisiana binnendrongen.
(p. 212) Feel like a Fool komt van dit 'afwasalbum' uit 1988.


Lessons gaat vooral over het zijn. Dat loopt van we zijn een klein organisme in een zee van tijd, ruimte en materie, via we zijn een vader die 's nachts niet gaat drinken en blowen, omdat hij een zorgplicht heeft, tot we zijn waar het toeval of onze keuzen ons brengen. We zijn zelfs misschien wel meer dan één werkelijkheid. Maar die laatste visie op het zijn mag Steve Hawkins afhameren. Ook zijn we door ons verleden gevormd. Dat zijn staat centraal in het boek, al wordt ook dit van kanttekeningen voorzien. Roland zijn bedrading stamt uit zijn jongensjaren. Die vorming heeft hem altijd dwars gezeten. Maar kan je halverwege de dertig je nog wel beroepen op de vervormingen uit het verleden? De bedrading kan immers verlegd worden. Soms is dat niet of nauwelijks te doen.

Mensen van een jaar of vijftig zijn wie ze zijn en er zal tot hun dood niet veel meer veranderen, lees ik. “Hoe makkelijk is het om door een niet gekozen leven te drijven door steeds weer te reageren op gebeurtenissen.” Klopt dit? Is dat niet triest? Inkomen, gezondheid, het verleden, gewoontes kunnen allemaal in de weg staan. De mogelijkheid om een keuze te maken blijft, al wordt het niet gemakkelijker. Er zijn er immers die wel kiezen. Ze pakken hun koffer en laten alles wat er was achter; alles of een beetje, langzaamaan of meteen. Dat gaat wel gepaard met kosten. Zo'n rigoreuze stap kan in uitzonderlijke situaties ook een meesterwerk opleveren. Roland leest de dichter Robert Lowell die The Dolphin schreef. Die bundel en zijn achtergrond raakt aan centrale vragen. De dichter liet zijn vrouw achter. Wat is het waard om kunst te kunnen maken? Hoe naar en egocentrisch mag je daarvoor zijn?

Alweer een boek waarin Berlijn en vrienden aan de Oostelijke kant van Checkpoint Charly opduiken. Alsof iedereen er vrienden had, maar ook hier worden de burgerbewegingen, zoals Neues Forum, die aan de zwengel trokken niet eens genoemd. Is de betrokkenheid bij de val van de muur onze Witte Roos? De Lou Reed genietende intellectuele vrienden in Prenzlauer Berg werden in de DDR afgevoerd naar Schwedt (daarmee verklap ik nauwelijks iets). Het is een stinkende stad waar ze als verdorven uitschot werden behandeld. Hun kinderen dreigden ze kwijt te raken, maar dat is tijdelijk, en was 'slechts' bedoeld als intimidatie. De stad kom ik tijdens het lezen, begin maart 2023 tegen in een Nederlandse krant: De vriendschap tussen Duitsland en Rusland eindigt in oliestad Schwedt (FD 6/3/23). Maar belangrijker voor de thematiek van het boek is dat ook hier de start van het leven de betrokkenen op een pad bracht waar je maar het moeilijk vanaf stappen was. Kiezen is mogelijk, maar niet voor iedereen en zeker niet altijd gemakkelijk.

Het is niet alleen een krantenartikel uit het FD dat raakt aan mijn hier en nu. Het is niet alleen Berlijn dat weer opduikt. Er liggen veel fijne lijntjes onder de grond van wat ik lees en die aan mijn voeten plakken. Alsof het ene boek naar het andere verwijst. De beschreven visies en voorvallen verbonden zijn met andere in mijn leven; een leven dat daardoor meer lijkt te bestaan. Steeds valt toevallig het een met ander samen of overlapt ermee. Komt dat door wat ik lees? Is de wereld minder groot dan verwacht en gedacht? Zijn het de gepercipieerde omstandigheden in mijn omgeving (de links van het midden bubbel) die redelijk beperkt is? Vallen de dingen op als je er net over gelezen hebt? Of is het van alles een beetje waardoor het boek zich hier en daar aan me vasthaakt als de zaden van de grote klit aan een paardenvacht?

Roland is 14 jaar ouder dan ik ben. McEwan beschrijft zijn leven tot zijn 74ste. Dat betekent dat het ook vier decennia speelt in een tijd die ook mijn tijd is. Dat creëert een extra band tussen lezer en boek. Het is jammer dat die veertig jaar grotendeels de tijd is waarin het verhaal te traag wordt afgewikkeld, na de stormachtige ontwikkelingen uit de eerste helft en ik nog niet van de lagere school af was. Tot het einde blijft er echter voldoende over om te genieten en om over te denken, maar misschien had er geschrapt kunnen worden in waar mensen uiteindelijk geland zijn, waar erfenissen bleven en vrienden verzeild raakten. Al zijn overdenkingen in dit deel over het oordeel van mensen van nu over de situatie vroeger, het veranderen van personen in de tijd, over de verantwoordelijkheid van ouders naar hun kinderen, door de herkenning een extra spoortje dat het lezen prettig maakt. En als ik bedenk wat ik zou willen schrappen dan heeft alles toch een functie in het hele verhaal.

Kiezen moet je als je kan en er zullen steeds mensen zijn die dat opnieuw kunnen doen; zelfs als we allemaal de pineut lijken te zijn. Het idee is bekend. Maar het is hier wel heel mooi neergepend.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.



zaterdag 22 mei 2021

Boeken in mei


Laatst gelezen boek boven.

Verrassing is een verhalenbundel van Etgar Keret uit 2012. Nog geen tien pagina's lang zijn 37 van de 39 verhalen. Alleen De laatste tijd krijg ik hem juist wel omhoog en Surpriseparty (over respectievelijk de liefde of vriendschap tussen man en hond en een mislukt feest in een verhaal dat ogenschijnlijk clouloos doodbloedt) zijn langer.

De verhalen zijn veelal absurd, surrealistisch en met een licht filosofische kijk op de tragiek van het leven. Die tragiek is door de vele zelfmoorden die er in voor komen nadrukkelijk aanwezig. En het absurdisme kent ook daarbij geen grenzen. Iemand springt en valt te pletter op een verzekeringsagent. Als de verkoper van o.a. levensverzekeringen weer opgeknapt is, gaan zijn zaken vooruit. De hoofdpersoon uit Leugenland gaat op bezoek bij de leugens die hij als liegbeest ooit vertelde. Ze zijn blij dat ze verteld werden en ook in de onderlinge relaties doen ze er hun voordeel mee.

In Goudvis bedenkt een filmer als vorm voor een productie een montage van mensen die antwoorden op de vraag: Als een goudvis je zegt dat je een wens mag doen, welke zou dat dan zijn? Het is een verhaal met een bizarre en gelukkige afloop. In het verhaal Guave wordt ook een wens gedaan, een dodelijk slachtoffer van een vliegtuigramp vraagt als laatste wens aan een engel om vrede op aarde. De engel heeft er de pé in. Het was de lastigste en ingewikkeldste wens ooit.

Ineens wordt er aan de deur geklopt heet het eerste verhaal. Een Zweedse immigrant komt aan in Israël en wil een verhaal van de schrijver. Hij richt een pistool op hem om het af te dwingen. De schrijver zegt dat het moeilijk is om een verhaal te verzinnen met een loop op je gericht. De Zweed verklaart dat je in Zweden meestal iets krijgt als je er beleefd om vraagt, maar dat je in Israël dwang moet gebruiken als je iets wilt bereiken.
“De Palestijnen vroegen vriendelijk om een eigen staat. Kregen ze die? Om de dooie dood niet. (…) Dit land verstaat alleen geweld en het maakt niet uit of het om politiek, economie of een parkeerplek gaat,” heeft die Zweed, naar eigen zeggen, geleerd. Buiten mijn boek bestookt Israël Gaza met bommen en schiet Hamas inferieur terug. Die strijd komt ook in in verschillende verhalen in Verrassing terug, in de vorm van aanslagen.

De verhalen zijn toch vooral lichte teksten met een vleug humor. Het is boek om af en toe te pakken niet om in een paar keer uit te lezen, zoals ik deed. De laatste zinnen van het laatste verhaal Welk dier ben je? zijn weer een leugen om bestwil. Een vader vertaalt een antwoord op de vraag uit de titel door een buitenlandse journaliste zo dat zijn zoon er niet bang van wordt, maar juist blij.

Volgende bespreking onder foto.


***

Summer van Ali Smith is een roman waarin niet alleen de Brexit, klimaatcrisis, vluchtelingen, maar ook de pandemie, inclusief lockdown, worden beschreven. Het boek is alleen vanwege dit aanhaken bij de actualiteit bijzonder. Zomer beschrijft de wereld van nu – inclusief voormalig Greenham Common activiste. De wereld aan de overkant van de Noordzee verschilt wel van die van hier; al was het alleen al om de literatuur – zoals deze – waarin spijkerhard wordt afgerekend met de politieke klasse die niet weet wat ze met een land wil, behalve dat ze haar instituties afbreekt en die halfhartig optreedt als ze maatregelen moet bedenken om het virus baas te worden.

De roman eindigt in juli 2020 en de snelle vaccinatiecampagne is nog niet verwerkt, maar die had het dodelijke en cynische begin toch niet kunnen verdoezelen. Het vaccin hangt al wel in de lucht:

“Mijn broer Robert rekent op de medische geniën die een vaccin zullen ontwikkelen. Ik reken op de geniën die ook het vaccin voor de climaat verandering ontdekken. Dan zouden we een toekomst kunnen hebben,” schrijft zus Sascha in een brief aan een Vietnamese vluchteling, waarin ook de vermoorde Georg Floyd voorbij komt.
Zomer springt heen-en-weer in de tijd. Terug gaat het als het leven van een vader en zoon wordt beschreven en als Duitsers (de zoon is Engels maar gaat met zijn vader mee) worden geïnterneerd op het Island of Man tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gevangenen zijn vooral Joodse vluchtelingen die bij een beetje nadenken niet als handlangers van Hitler gezien hadden moeten worden. Zelfs de pianisten Landaur en Rawicz belanden achter het hek, eerder speelden ze nog voor Koningin en Koning.


 
In een oorlog neem je blijkbaar het zekere voor het onzekere en sluit je op wat je niet vertrouwt. Hoe tragisch, hoe ironisch.

De opgesloten zoon heeft ook een zomerzus in Duitsland. Als ze elkaar niet meer zullen zien, schrijven ze elkaar nog wel een brief. Versturen heeft geen zin. De brieven worden beide verbrand en zo bereiken ze elkaar nog wel, zoals je zus of broer niet uit kunt vlakken, maar tegen blijft komen. Het is een van de mooiere verhalen in Zomer.

Het lijkt over familiebanden te gaan. Maar in een boek waarin de wereld zich meet aan het ongelofelijke leven van de gierzwaluw, de kwaliteiten van licht, tijd en de ruimte om ons heen, wordt ook familie relatief en zijn er veel meer relaties mogelijk. We kunnen banden met mensen creëren: tussen broer en zus, maar ook met vreemden waaraan we brieven schrijven, voorbijgangers die we tegenkomen op het strand of leren kennen door verhalen uit een wazig hoofd, of waarin we ons verdiepen met een gestolen boek en vervolgens opzoeken als het al donker is en met hen waar we door het leven tegenaan lopen.

(Gek ik kom alweer Duinkerken tegen. Ook hier hier wordt met de opgeklopte dapperheid afgerekend. Het is onmiskenbaar dat het wordt gebruikt om het gevoel van nationale trots te versterken. De BBC komt er in wandel-, natuur- en geschiedenisprogramma's steeds op terug. We laten ons er niet door voor de gek houden, zegt een hoofdpersoon tegen zichzelf.)
 
Mooie gedachten te over, zelfs hele hippe, maar wel los geschreven van bakfietsoudertaal. Leven in het moment is zo'n idee. Hier kom ik de zin tegen: “Zelfs als ik midden in het hart ervan ben, kan ik toch niet bij dat hart komen.” De perfecte zomer, een jong leven en toch lijkt het leven net even elders te liggen. Mindfulness het klinkt prachtig, maar er is meer dan het individu die in het nu leeft, bespiedt door satellieten die van alles kunnen zien, maar niet doen wat vrijwel iedereen en alles nodig heeft. Je leeft met anderen en wilt dat dit zo blijft. Dat wil dit boek uitschreeuwen. Daarbij zit Summer vol magische subtiliteit en wil graag herlezen worden.

Zie voor andere delen: 
Autumn, Winter, en Spring
Er zijn Nederlandse vertalingen.

Volgende bespreking onder foto.
Vaccinatielocatie NDSM-werf.

***

Het boek On Western Terrorism; From Hiroshima to Drone Warfare is de weergave van een lang gesprek tussen de beroemde taalwetenschapper en even beroemde politiek commentator Noam Chomsky en filosoof en publicist Andre Vltchek. Het werd voor het eerst gepubliceerd in 2013 (daarna zouden nog 13 boeken verschijnen van Chomsky, met of zonder coauteurs).

De hele bespreking, hier.

Als het werkt, werkt het
Als je bang bent dat je in de slaapstand bent verzeild dan maakt dit boek je wakker. Recht op het doel af en met oog voor misstanden en constructies. Bijvoorbeeld deze, als er beweerd wordt 'China en Rusland doen of vinden dit of dat', kijk dan of het inderdaad alleen deze twee landen zijn of dat ook andere (grote) landen de visie delen. En leg je niet bij de gegeven zaken neer, want:
“Dingen veranderen,” en zelfs de grootste constructies kunnen door beleid veranderd worden, zoals het aangetoond wordt met het voorbeeld dat Zuid-Korea de kapitaalvlucht aan banden legde met als sanctie zware straffen.

Door het boek heen kom je veel fijne mensen tegen. Een strijdbaar leven geeft voldoening. “Als je realistisch wilt zijn, dan ziet het er niet hoopvol uit, maar we hebben slechts twee keuzes: een is om te zeggen 'het is hopeloos, laten we het opgeven' en dan zal het ergste gebeuren. De andere is om te zeggen 'we zouden willen dat zaken beter worden, dus we zullen het proberen.' Als het werkt, dan werkt het, zo niet dan komen we uit bij de slechtste optie,” zegt de beroemde taalkundige aan het slot. Ter geruststelling wordt genoteerd dat Chomsky ook best een goed glas wijn lust.



Volgende bespreking onder foto.

***

In Atonement (Verzoening) van Ian McEwan de volgende tekst:

“(...) het zag het. De anderen, die zijn beweging opmerkten, keerden om, en volgden zijn blik. Het was een been in een boom. Een volwassen plataan., net in het blad. Het been hing 7 meter hoog, ingeklemd in de eerste vork van de stam, kaal, afgesneden boven de knie. Vanuit hun gezichtspunt was er geen bloed of afgescheurd vlees te zien. Het was een perfect been, bleek, schoon, klein genoeg om van een kind te zijn.”
Het citaat komt uit het begin van het meteen indringende deel twee van het boek. Het eerste deel komt daarentegen traag op gang. Het decor ervan is bekend uit zowel Britse roman als uit detectives. Landhuis, familie verwikkelingen, wie heeft het gedaan. De eerste 60 pagina's voegen niet veel toe aan wat je al eerder las in andere romans. Het slot van deel een slaat dan toe met enorme en beangstigende kracht. Het beschrijft het ontstaan van een obsessief waanbeeld bij het jonge zusje Briony, met enorme consequenties voor een aantal personages in het boek. Bijtende beelden en verhalen zullen de lezer vanaf hier niet meer loslaten.

Het eerste deel speelt zich af in 1935 (met een mogelijke oorlog nog op de achtergrond als verdienmodel), maar in de twee volgende delen spelen de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol. Deel twee beschrijft de aftocht van de Britten uit Frankrijk via Duinkerken; een operatie waar er maar weinig is om trots op te zijn. Zelfs de later opgeklopte en steeds opnieuw vertelde inzet van kleine bootjes (plezier vaart, vissers e.d.) wordt ontdaan van zijn glorie. Deel drie beschrijft het werk in de ziekenhuizen; de gewonden en de verpleging.

Tenslotte eindigen we in 1999. Dan wordt duidelijk gemaakt hoe sommige mensen met alles weg komen, omdat ze daarvoor de talenten en middelen hebben; hoe gering het verschil tussen de mens in haar jeugd en in het latere leven is; en dat
de jonge schrijfster, zoals verwacht later romancier is geworden. Dat laatste ligt voor de hand in een boek dat ook gaat over woorden, tekst, het creëren van beelden en schijven. Zoals wanneer Briony opmerkt dat “een moderne schrijver kan net zo min karakters en verwikkelingen beschrijven als een moderne componist een Mozart symfonie.”
 
Een boek dat traag begon was het meer dan waard om door te lezen.

Volgende bespreking onder foto.


***

Iedere bom die wordt afgeworpen en elke kogel die wordt afgevuurd moet ergens gemaakt worden en waar dat ook is, dat kan bestreden worden.”
Leuze gebruikt door actiegroep Smash EDO en Campaign Against Arms trade, zie p. 50


Chris Rossdale’s Resisting Militarism: Direct Action and the Politics of Subversion (Edinburgh, 2019) heeft een aantrekkelijke titel voor iemand die zoals ik 35 jaar geleden begon als vredesactivist binnen de zogenaamde radicale tak (gericht op directe actie) van in de jaren tachtig omvangrijke beweging. Het boek gaat hier over de actie beweging in Engeland tegen wapenexporten en oorlog deze eeuw (en die is veel groter dan in Nederland).

De hele bespreking hier.

Rijk
Resisting militarism is een rijk boek. Voor jonge activisten en oude rotten is het een boek dat veel aspecten van het antimilitaristische actievoeren (wat hier toch wel heel veel wapenexport betreft) op een rij zet en becommentarieert. Het maakte bij mij gedachten aan eigen ervaringen los. Uiteindelijk probeert Rossdale met dit boek ruimte te creëren voor meer samenwerking tussen verschillende groepen en een bijdrage te leveren aan een antimilitaristisch netwerk dat deze verschillen niet groter maakt dan nodig en door een inclusieve houding inhoudelijk sterker en sociaal breder wordt om militarisme pootje te lichten. Een kernobservatie is dat er altijd een grens zit aan solidariteit en diversiteit. Pas als je dit constateert kan je de panelen, die tussen verschillende groepen staan, verschuiven of er tenminste over nadenken.

Door mijn kritische bespreking lijkt het alsof ik tegen heug en meug het boek heb gelezen. Tijdens het lezen heb ik me inderdaad wel eens geërgerd, maar er ook plezier mee gehad, erover nagedacht, en van geleerd.

Martin Broek

The book can be downloaded here.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31 januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.