woensdag 5 juni 2019

Denkwerk

Een reactie of een opmerking blijft zo vaak haken ergens in het hoofd. Ze komt terug, hoe onbetekenend ook, terwijl je ook gewoon door kan stappen of trappen. Die haaksels kosten meer energie dan nodig zou zijn. Het is kennelijk een kunst om ze te verwijderen naar een hoekje op de vliering van je hoofd.

Vorige week fietste de Randstad rond. Ergens boven Rotterdam, zat een groepje jongens van de zomeravond te genieten. Wat is dit land goed gestoffeerd, dacht ik en wat een comfort. De jongens leken niet vooraan te staan in de winkel waar men posities verkoopt, maar juist zij riepen dit beeld op.

De avond voor die fietstocht keek ik naar de film An (sweet beans in het Engels) van Naomi Kawase. De film gaat over een Japanse vrouw die lekkere bonenpasta, kan, kon maken. Maar het is zeker geen foodie movie daarvoor speelt een groter thema een te belangrijker rol: uitgesoten zijn vanwege lepra.

"Wat is de mens mooi en lief, als hij er een beetje energie insteekt," dacht ik hyperpositief (ik mag wel uitkijken) bij de film. Er zijn wel beren op de weg, maar dergelijke domoren moet je de pret niet laten bederven was de strekking. Dat zo lief toch ook zo mooi kan zijn. Wat mij betreft een aanrader.

Het was ook weer de week van hoefde ik maar niets meer, want het lukt niet. Licht werk kan een afleiding zijn. Denkwerk weegt zwaar. Alleen op routine kom je er helaas niet en dus moet je wel denken en het frustreert als dat dan niet lukt. Moet ik deze alinea schrijven? Mensen houden er niet van als iemand de vuile was buiten hangt. Mijn vraag: hoeveel zal er ongezien binnen hangen en daarmee een beeld vestigen dat niet klopt?

Is ie er nog?” vraag ik aan een man die onderaan het duin zijn fiets pakt? Hij kijkt me vragend aan. “De zee,” voeg ik voor de duidelijkheid toe. Nog steeds geen sjoege. Hij is doof. En hij was pianostemmer die op een leeftijd van 40 jaar de hoge tonen niet meer kon horen. Dat geeft nog wat extra gewicht aan die doofheid, maar “na wat ik nog horende de mensen heb horen zeggen, is dat zo erg nog niet.” We praten nog verder, de man blijkt laconiek op vele fronten. Na het praatje loop ik naar de zee voor een duik. Hij voelt zo lekker dat ik er eigenlijk niet meer uit wil. Vreemd want het water is nog geen 14°C.








Iedere woensdagmiddag fiets ik naar het strand, neem een duik en fiets weer terug. Op Facebook plaats ik later vrijwel altijd een aantal foto's. Eén of meer daarvan plaats ik hier.

Geen opmerkingen: