Posts tonen met het label 2023. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2023. Alle posts tonen

vrijdag 14 april 2023

De eerlijke vinder

 

Als ik meester was van groep 8 op de basisschool dan zou ik ruimte zoeken in het lesprogramma om het boekenweekgeschenk uit 2023 De eerlijke vinder van Lize Spit voor te lezen. Het is een volwassen boek over basisschoolkinderen en ook voor hen geschikt. Het is spannend. Er zijn dilemma's en er is vriendschap.

De vinder is geënt op een Kosovaars gezin met tien kinderen dat in 1998 naar België kwam. De vluchtelingen werden door bewoners van het dorp Viersel bij Antwerpen opgevangen. Toen het in 1999 werd uitgewezen, zorgde massaal protest ervoor dat hen toch asiel werd verleend. De gebeurtenis leidden tot een fictef verhaal.

Jimmy is een voorbeeldig leerling en helpt op school een zoon van het gezin, Tristan Ibrahimi. Ze worden vrienden. Jimmy stelt lessen voor hem op, ook voor na school. Verder fietst hij dagelijks een ronde langs automaten om verloren munten te vinden, spaart flippo's voor hem zelf en wat dubbel is stopt hij in een album voor zijn vriend. Die wil hij deelgenoot maken van zijn verzamelhobby.

Het eerste hoofdstuk biedt voldoende mogelijkheden om een gesprek met de klas op te zetten. Verzamelen, toen en nu eventueel in samenhang met de overdenking van Jimmy:
“Het leek hem aannemelijk dat wie recent zijn hele hebben en en houden had moeten achterlaten, niet meteen zin had in het bemachtigen van zo veel mogelijk plastic schijfjes van enkele centimeters doorsnede.” Het gezin Ibrahimi blijkt een grote verzameling opzich en misschien is het vullen van mappen in zo'n omgeving minder interessant, bedenkt hij zich. Zelf komt hij uit een gemankeerd gezin. Je kan ook de vraag opwerpen wat je doet als je €250 vindt.

De steun van het dorp voor de vluchtelingen is zo groot dat de gebrachte spullen al snel niet meer te verwerken zijn door de Ibrahimi's. Ze zetten een bord in de tuin met de tekst dat ze alles al hebben en iedereen bedanken voor de giften. Toch bleven de meubels, en dozen met speelgoed komen. Het verlangen een goede daad te doen was groter dan de noodzaak. De er bij horende gewenste dankbaarheid voor opgedrongen aardigheid komt een paar keer terug in het boek. Maar de verhouding tussen hulpbehoevende en helper is minder eenduidig dan de tweede misschien wenst, zo blijkt.

Als deze frictie niet tot een gesprek met de klas leidt dan wel de geheime opdracht die begint in een koud bad. Wat zou jij doen voor een vriend? Die vraag kan je ook bewaren voor het derde hoofdstuk (er zijn er vier, voor een week lang voorleesplezier en een afsluitende opdracht). Daar eet Jimmy een rauwe slak met de smaak van champignons als het hem gevraagd wordt.

Als de brave borst toch onraad ruikt en vragen gaat stellen bij de plannen van Tristan en zijn zus Jetmina om het gezin voor uitwijzing te behoeden, dan stelt zij dat als ze zo dom waren als Jimmy hen afschildert, ze de vlucht naar België niet overleefd zouden hebben. Die vlucht heeft hen dieper getekend dan ze zelf beseffen. Dat is misschien het moeilijkste om te bespreken. Want dat mensen moeten vluchten en hoe dit vaak verloopt is ellendig, diep triest, onrechtvaardig en ook een kwart eeuw nadat de Kosovaren hier naartoe kwamen een nog minstens even hartverscheurende en niet goed geregelde kwestie die mensen kwetst en de vernieling in helpt.

Het boek is er niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor de meester. Die kan genieten van beeldspraak die iets duidelijk maakt zoals een hulpeloze wesp die spartelt in de frisdrank. Maar hij moet er soms ook op gewezen worden dat vluchtelingen mensen zijn met eigen capaciteiten - en geen categorie voor een verzameling - en je daar zorgvuldig mee om moet gaan. Dat is helaas geen betekenisloos appel.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.



zondag 29 januari 2023

Detransition baby



Detransition baby geschreven door Torrey Peters lag op de stapel, maar kom me maar moeilijk overtuigen dat het gelezen moest worden. De roze schreeuwerige cover en het onderwerp spraken me niet echt aan. Dat tweede was een vergissing.

Het voordeel van schrijven vanuit de positie van een transpersoon betekent dat je niet als vanzelf van gevestigde posities uit kunt gaan en wel moet kijken waar je staat en vragen stellen. Die alertheid leidt tot verfrissende inzichten. Dat is voor iedere lezer interessant. Ook voor wie niet van knalroze covers houdt. Reese, de centraal staande transvrouw in het boek, zegt dat ze contant haar genderdynamiek bestudeert om in alle situaties haar rol te kunnen spelen. Ze past op kinderen voor moeders die willen winkelen, en dat tot grote tevredenheid. Dat ze transgender is valt niet op, wel haar kwaliteiten. Kan je ouder zijn zonder vader- of moederrol ondanks de maatschappelijke druk? Goede vraag? Als je dat wilt, hoe organiseer je dat? Is het mogelijk?

Half januari stond het onderwerp ook op de agenda van de politiek: seksuele aard werd opgenomen artikel 1 van de Nederlandse grondwet; discriminatie wegens “
seksuele gerichtheid” is niet toegestaan. In Schotland was er een referendum over transrechten. De voorstanders wonnen, maar Londen ging dwarsliggen. Mij viel rond de Schotse kwestie de foto op waar een man simpelweg stelt dat een man geen vrouw kan zijn. Als deze zwart-witvisie niet zoveel aanhangers had, zou je hem gewoonweg kunnen neerzetten als dom. Maar helaas. Het nieuws in kranten en op TV laat zien dat het zover nog niet is. Heikele kwesties komen ook in de roman aan de orde, zoals het samenoptrekken van radicale feministen en Christen fundamentalisten om transrechten te beperken, want de transgenders zijn immers niet te vertrouwen. Tegelijkertijd wordt ieder jaar de lijst langer van vermoorde transvrouwen, vooral de zwarte, zo weet Reese kort na een uitvaart in deze gewelddadige contekst.

Tijdens het lezen van Detransition baby was me regelmatig niet meer duidelijk hoe het nu precies zat met de sekse of genderidentiteit van personages of relaties ervan. Zelfs bij het lezen van een boek is dat blijkbaar fluïde en die verwarring strekte zich zelfs uit tot seksscènes.

Het boek beschrijft de lotgevallen van drie mensen: een transvrouw, een transvrouw die weer man is geworden (die uit de titel) en een Amerikaanse CIS vrouw, die zelf haar Chinese wortels benadrukt om aan te geven dat ze ook aan de andere kant van de streep staat. De komst van de baby verbindt de drie. Hoewel het plot niet het belangrijkste is, kan het vertellen ervan toch het leesplezier verknallen. Zelf bleef ik tot de laatste pagina's benieuwd hoe het af zou lopen.
Het boek dompelt je onder in de transwereld van New York (waar mensen uit de hele Verenigde Staten naartoe komen om elkaar te ontmoeten en te ontvluchten aan het platteland). Ondertussen komen levens voorbij, zoals de ongemakken van het samenwonen, macht en onderdanigheid in relaties. Overtuigend, lekker leesbaar en zelfs Wim Hofs, de Nederlandse Iceman krijgt veel aandacht (op een voor mij herkenbare manier).

Er is een opmerking, misschien een grapje, dat transvrouwen met penis misschien wel het meest vrouw zijn. Ach ja je zoekt woorden om je identiteit te bepalen, ook als dat provoceert, en je bent inderdaad bijzonder gespitst op die rol, meer dan veel vrouwen van geboorte. Misschien is het meest vrouw zijn niet zo'n relevante categorie, als hij al bestaat. Het is een wat schurende opmerking, maar je zit ermee wel op het scherpst van de snede. Het idee van afgebakende seksen verdwijnt door het lezen van het boek. Ook al omdat het plezierig geschreven is, geen blad voor de mond, en af en toe een radicale opmerking en dan weer afstand van opgeklopte politieke correctheid, die een keer wordt omschreven als de met een scherpe toon gebrachte 101 Heilige Transgender Weesgegroetjes. Het hele gegeven dat Peters een naar man gedetransformeerde transvrouw als hoofdpersonage heeft, is voor de scherpslijpers verkeerd. Zij heeft geen boodschap aan die strengheid en dat merk je tijdens het lezen. Anderzijds vraagt ze ook waarom een man in zijn cave wel whiskey mag drinken om zijn masculiniteit te onderstrepen, maar een transvrouw zich niet optutten om haar vrouwelijkheid te benadrukken?

Even dacht ik te moeten schrijven dat het natuurlijk niet alle transgenders beschrijft. Dat er ook zijn die zich liever niet vastpinnen op die verandering en die niet in New York wonen. Ze zijn van geslacht veranderd en dat is het, ze gaan verder als transvrouw of man,
Schluß. Maar dat is nogal vreemd. Alsof andere romans wel over alle mannen, inheemsen, muzikanten of welke groep dan ook gaan. Nee natuurlijk niet. Lezen dat boek. De roman is ingezet om een verhaal te vertellen en je pikt onderweg flink wat op. Het is een plezierige manier om kennis en inzichten op te doen. Het lelijke roze boek geeft er veel. 


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.


maandag 16 januari 2023

Het derde huwelijk


Het derde huwelijk
is de enige roman die Kostas Tachtsis schreef, maar wel een boek met naam en faam. Literatuurcriticus Tom van Deel stelde in een bespreking van zijn leven en werk* dat het geen instant succes was. Het boek verkocht bij verschijnen in 1962 nauwelijks. De schrijver had om de uitgave te betalen zijn huis verkocht. De moeder van Tachtsis klaagde dat haar zolder als opslagplaats voor de onverkochte exemplaren werd gebruikt en had met haar zoon, de stakker, te doen: “Al die onzin op gaan zitten schrijven en je goeie geld eraan spenderen om het te laten drukken,” zo stelde ze aldus de postuum uitgegeven autobiografie De vreselijke rechterstoel.

Ze sloeg de plank mis. In 1970 verscheen het boek in een Franse vertaling bij Gallimard en kort daarop kwam er een Engelse versie. Daarna werd het boek ook in Griekenland een succes. Sindsdien zijn er honderdduizenden van verkocht en geldt het nog steeds als hoogtepunt van de Griekse literatuur. Stephan Sanders staafde zijn visie dat het boek een meesterwerk is met de stelling dat het aantoonde dat literatuur op de vierkante millimeter kan overleven en laat zien dat simpele feiten kunnen worden gepresenteerd “met zo'n grootsheid en allure dat de bijkeuken een balzaal wordt.”

Het verhaal speelt in de jaren twintig tot de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw in Thessaloniki en Athene (de stad waarvan de schrijver volop hield). Het is een verhaal dat draait om vrouwen. Mannen zijn onbetekenende bijfiguren. Het derde huwelijk heeft een duidelijke structuur. Nina vertelt in drie delen over haar evenzoveel huwelijken en over het leven van haar vriendin Ekávi. Vertellen is overigens een te liefelijk woord voor de zinnen die als slagregens op de lezer neerkomen. Je hebt even nodig om te wennen aan de heftigheid van de eindeloze stroom verzuchtingen over fricties binnen de familie, ruzies, persoonlijke aanvallen, boosheid en bezorgdheid. Als Nina tegen het einde van het boek zegt dat ze er niet van houdt om de vuile was buiten te hangen dan heeft ze al heel wat over de lezer uitgestort, over allen om haar en om Ekávi heen. Ze heeft het hardst gescholden op haar waardeloze dochter.
De oma van Tachtsis diende als voorbeeld voor Ekávi en voor haar kleinzoon Akis stond de schrijver zelf model. Hij werd net als de jongen uit de roman opgevoed door zijn grootmoeder.


Vaak wordt het boek geplaatst in de geschiedenis van Griekenland in de eerste helft van de 20e eeuw. Het bevat een nawoord door de vertaler, Hero Hokwerda, waarin die geschiedenis wordt verteld met bijzondere aandacht voor personen, organisaties en voorvallen die in het boek voorkomen. De vraag is echter hoe belangrijk die context is. Het is een roerige geschiedenis met dictatuur, machtswisselingen, oorlog, verzet, verovering en verlies; ze heeft invloed op het leven van de personages in de roman, maar het boek lijkt toch vooral te vertellen hoe de vrouwen overleven ondanks wat gebeurt. Er is wel een geest van laat ons toch met rust en stop de narigheid. Hokwerda noemde het een 'mentale studie' die de essentie van het Griekse leven heeft gevangen. Een klaagzang over het lot van Griekenland, zo typeert Frans van Hasselt, de levenslang met Griekenland verbonden journalist het boek.

Meer dan eens worden de Joden genoemd als moordenaars van Christus die hun eigen onheil over zich afriepen. Het boek staat bol van scheldpartijen tegen allen die je maar uit kan schelden. Maar deze kanonnades doen extra pijn, omdat de stad Thessaloniki een grote Joodse gemeenschap kende die er haar toevluchtsoord zocht tijdens de pogroms op het Iberische schiereiland. Uit Saloníki kwam ook de tot het Christendom bekeerde Viktória, de vrouw van Ekávi's zoon. Van deze Joodse gemeenschap overleefden maar zeer weinigen de Tweede Wereldoorlog. Dat staat in het nawoord van Hokwerda, maar slechts als kort zinnetje in de roman om aan te geven waarom Viktória verdween. De schimpscheuten krijgen meer ruimte, zoals bijvoorbeeld met de tekst van een een liedje over “'t zondig volk der Joden.”

De schrijver, was 61 jaar oud toen hij in 1988 opmerkelijk en gruwelijk aan zijn einde kwam. De avond voor zijn dood werd hij nog gezien in Athene. Hij wandelde rond in vrouwenkleren. Het was geen geheim dat hij travestiet was, maar hij weigerde dat stempel. Toen hij door Atheense travestieten werd gevraagd een protestmanifestatie te ondersteunen, weigerde hij. Hij wilde zich inzetten voor de bevrijding van ieder soort seksueel verlangen. Hij schreef er in De vreselijke rechterstoel openlijk over.
Je leest zijn niet moraliserende visie op relaties en seksuele betrekkingen ook in het Derde huwelijk.
“
Zijn laatste minnaar, volgens een buurman een jongen van een jaar of achttien met een snorretje, wurgde Tachtsis vroeg in de ochtend en ging er vandoor met de videorecorder,” meldt een artikel uit 1990 waarin zijn dood een recent uitgegeven vertaling van zijn werk in de verf moet zetten. De zolder van zijn moeder was inmiddels leeg. Dat is terecht want het is een meeslepend en gelaagd boek als je gewend bent aan de toon en die ruzies, ze schijnen er bij te horen.

* Het artikel van Tom van Deel (†2019) is voor meer delen van deze bespreking gebruikt. Voor een samenvattende recensie kan je Nina komt op de thee uit de Leeuwarder Courant van 12 december 1986 door Aletta Schweigmann-Snoek lezen. Ze wijst ook op een zetfout, waarbij 13 regels onderaan pagina 38 bovenaan moeten worden geplaatst, “dat kan de schrijver niet helpen.” Als je het weet struikel je er niet over.


Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.



maandag 9 januari 2023

De bassaxofoon


Josef Skovorecky schreef De bassaxofoon, met een instrument zo groot als een wasketel in de hoofdrol. Het is het titelverhaal in uitgave met twee. Het exemplaar dat ik las kwam uit een weggeefkast en de eerste 18 pagina's van Emöke, een legende misten. Maar het bevatte dus wel de absurde avonturen van een saxofonist uit het Tjechische dorp Kostelec die op een stoep voor het plaatselijke dorpshotel tegen het in het zonlicht opflitsende ongelofelijke corpus van de grootste der saxen oploopt.

Dan begint niet alleen een verhaal met vreemde, deformeerde spelers, maar ook een ode aan de jazz (Adrian Rollini is slecht een van de vele namen die genoemd worden) en over het verzet dat uit de muziek opklinkt.



Niets is zoals het moet zijn. De spelers zijn zwaar gekwetst. Het publiek is fout en dat alles past in een sfeer waar zelfs de begrippen 'het zand van El Amein' of 'Hiernonymous Bosch' en een in het koper gevallen doorbrommende vlieg niets bijzonders hebben. De kleren van de saxofonist zijn wel in orde, want “ik was een praalhans en gek op moderne, westerse kleren; zeker; dat was ik; maar ook dat had een politieke betekenis; het is altijd een kenmerk van de oppositionele kant (...)”. Het boek is dan ook meer dan een protest tegen het fascisme, zoals de achterflap vermeldt, maar ook tegen de volgende en de vorige onderdrukking. De bassaxofoon werd geschreven in juli 1965 en in 1967 voor het eerst uitgegeven. In 1968 vertrok Skovorecky na voortdurende tegenwerking naar de Verenigde Staten. Dat zegt voldoende.

Het Belgische tijdschrift Knack geeft meer informatie over de rol van de jazz in zijn werk: “
In een voorwoord dat Skvorecky in 1977 schreef bij zijn verhaal De bassaxofoon, onderstreepte de schrijver nog eens nadrukkelijk de betekenis van de jazz voor zijn eigen oeuvre: De essentie van deze muziek, deze manier van musiceren, is niet enkel protest. Haar essentie is veel eenvoudiger: het is een elan vital, een robuuste vitaliteit, een explosieve creatieve energie die even adembenemend is als die van elke ware kunst. Maar uiteraard, wanneer de levens van individuen en gemeenschappen worden beheerst door ongecontroleerde machten, slavendrijvers, tsaren, führers, partijsecretarissen, maarschalken, generaals en generalissimo's, ideologen van dictaturen aan ieder eind van het spectrum, dan wordt die creatieve energie een daad van protest.”

En die vitaliteit spreekt uit het boek. De muziek trekt, klinkt, verbindt en neemt een loopje met de vastgelegde gang van zaken in Kostelec. Waarom alles zo vastligt: “(...) een mens is tactloos ten opzichte van alles en iedereen behalve zichzelf en conventioneel; elke afwijking van de norm is een impuls tot lachten.” In het hotel waar het verhaal zich afspeelt trad ooit R.A. Dvorsky op “wie zou dat weten, dacht ik wegdromend,” niet moeilijk, dat mijmeren, op die zoetgevooisde klanken. Nu klonk er de machtige brullende stem van de bassaxofoon: “Hem was het tenminste gelukt om een schreeuw te geven om daarmee een duister zaaltje ergens in Europa op zijn grondvesten te doen schudden; anderen slagen nergens in; ze verdwijnen in de anonieme valkuilen van de wereld, hun ziel, niet eens die stem, niet eens die stem.”






Ik lees met moeite, maar wel graag. Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf januari 2018 schrijf ik iets over wat ik las. Eerst per maand. Inmiddels per boek. Aan het eind van het jaar komt er een overzicht. Want ook bij het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.