Beb
Vuyk (1905-1991)
Verzameld werk
(2e gewijzigde druk, 1981) bevat niet alleen de drie romans van de schrijfster, maar ook een
vijftiental teksten. Het zijn vooral verhalen, maar ook twee artikelen over
haar werk en leven. De publicaties zijn opgenomen in volgorde van
verschijnen. De omlijsting bestaat uit een summiere en slordige
verantwoording van de teksten. Zelfs de losse omslag is nauwelijks
van woorden voorzien. Twee recensenten worden aangehaald om het werk
te duiden, avontuurlijk, onafhankelijk en intelligent zijn de
trefwoorden bij de een. De ander voegt er nog overtuigende
schrijfkracht aan toe. Het vat het werk treffend, maar wel uiterst
beknopt samen.
Er is maar een enkel verhaal waarin Indië of Indonesië geen rol
speelt: De verliezer. Hoewel ook daar de stad Ternate
in de Molukken opduikt in een verhaal dat wel de koude Noordpool als
hoofdpodium heeft. De schrijfster woonde in 1930 tijdens de
publicatie nog in Nederland. Ze komt uit Delftshaven en had als kind
uitzicht op de weilanden. Haar vader werkte bij de Schiedamse werf
Gusto. Een kleine scheepswerf is ook het decor voor het eerste
verhaal De vriend. Dat verhaal staat bol van door
zeelieden meegebrachte verhalen en ook de angst dat één leven te
beperkt zou zijn om alles wat achter de horizon ligt te kunnen
beleven. Vuyk was 25 jaar oud toen ze het schreef en stond aan het
begin van haar eigen leven vol avontuur.
Plaatsbepaling
Vele namen
begint met de krachtige zin: “Hanks
vader is een Indo en een verbitterd man, sedert de verwachte
bevordering is uitgebleven en een jonge Hollander, nog niet lang op
de onderneming, bevorderd werd.”
De beschadigde positie van de vader zou overgaan op de de psyche van
de zoon. De kans bestaat dat het verhaal momenteel denigrerend met
het woord woke
zou worden afgeserveerd door witte Nederlanders die liever blank
worden genoemd. Een dergelijke denigrerende houding zou miskennen dat
de schrijfster zoekt naar wat schuurt in haar wereld, door te reizen,
lezen en schrijven. Lezen komt in verschillende verhalen ook als
uitvlucht voor uit het dagelijkse leven, bijvoorbeeld in het naar een
Molukse onderneming genoemde verhaal Way Baroe
uit 1940 waar het een opiaat tegen de verveling is. Ze beseft maar al
te goed dat niet iedereen graaft naar gevoelens en motieven. Daarmee
matten “gespleten
en overbewuste intellectuelen”
(p. 364) zich af. Dat zoeken is Vuyk niet vreemd, ze probeert haar
plaats te bepalen in de samenleving van vele kleuren en dat gaat haar
ook niet als vanzelf af.
Vermomd
autobiografisch
Het artikel Mijn Grootmoeders
(VN 3 en 10 februari 1961) vertelt over kindertijd en dat de eerste drie
verhalen allen gaan over hoofdpersonages die te kampen hadden met
een verminking uit de kindertijd. Hierna verschijnen de twee romans Duizend
Eilanden
en Het
laatste Huis van de wereld.
We zitten daarmee al midden in Nederlands Indië. Vuyk schreef later
in De vervulling en de terugkeer
dat de romans zijn geschreven zoals gezien met eigen ogen. Dit gaf er
directheid aan. In het laatste huis verdween zelfs de romanvorm die
voelde als een belemmering; het werd een kroniek. Het
hout van Bara
gebruikt dan weer de romanvorm, omdat zo een conflict uit het
dagelijks leven met afstand kon worden beschreven. Daarmee werd het
bevel van de resident van Ambon gevolgd dat er geen woord over een
conflict tussen Vuyk en haar man enerzijds en het bestuur aan de
andere kant zou worden geschreven. 'Vermomd autobiografisch' noemde
Vuyk het boek. Later, vanaf All our Yesterdays
(1958, geschreven in Nederland), zou ze dicht bij haar dagboek noties
blijven.
Gelukkige
tijd
Het
journaal van een prauwreis
(in de verantwoording prauwtocht genoemd) werd gepubliceerd als
'...reis' in D'Orient in december 1939 ' (zie blz
342)
en een klein jaar later als '...tocht' in het eerste nummer van
tijdschrift De Fakkel (1 november 1940, zie
blz. 19). Het
verhaal sluit naadloos aan de eerste twee romans. Langzaamaan begin
je de avonturen van Vuyk te herkennen. Een kinderboek dat ze schreef
over de tijd op Baroe is niet opgenomen in het verzameld werk, maar
verhaalt eveneens over de gelukkige en bekende tijd op Baroe. Er zijn
bootreizen die je denkt al gemaakt te hebben. De paar jaar op het
eiland zonder enige luxe hebben de meeste literaire werken opgeleverd.
Chinese
vrouwen
Wetenschapster
Widjajanti Dharmowijono
constateert in haar studie 'Van
koelies,
klontongs en kapiteins: het beeld van de Chinezen in
Indisch-Nederlands literair proza 1880-1950'
dat de ik-vertelster uit de Prauwtocht praat met de
Chinese vrouwen, maar echte communicatie is er nagenoeg niet, want
“waarover kun je praten met een Chinese vrouw met kleine
gebonden voeten?” Bij mij staat de Chinese vrouw uit het
laatste verhaal uit het verzameld werk, Ngawang, scherp
op het netvlies. De toko wordt door plaatselijke bewoners om haar heen weggebroken als de
Japanners Java zijn binnengevallen. De vertelster ziet de Chinese in
het licht van een lamp met onbewogen gezicht en bijna
gedesinteresseerd. Is dit een visie op de exotische mens, de mens die
je niet begrijpt? Het zou bij een positieve uitleg ook een beschrijving van de shock
kunnen zijn. Het moet worden toegegeven dat Vuyk ook nog verwoordt dat
de kleine zoontjes zich aan de Chinese vastklampten, waarmee de vrouw
weer tot moeder en daarmee mens werd. Het verhaal Ngawang behandelt
daarnaast de grote afstand tussen kinderen van blanke vaders en hun
inlandse moeders die zo snel mogelijk uitgewist moeten worden of
opgewaardeerd naar een Javaanse prinses om de getinte huid te
verklaren.
Ida Nasution

Verhaal
van een toeschouwer
is het eerste dat na de oorlog verscheen. Het verhaal is opgedragen
aan Ida Nasution. De naam roept iets in me wakker. Dat zal wel door
de naamgenoot Haris
komen. Bij de Koninklijke Bibliotheek vind ik een
artikel uit de De Revisor over Ida Nasution
.
De schrijver, P.J. Thung, is
een
leeftijdgenoot en werd getroffen door haar uitstraling. Het wezen van
haar culturele maatschappelijke filosofie begrijpt hij vijftig jaar
later pas echt en dan kan hij ze ook plaatsen in de tijd.
Ida zou in 1948 op 24 jarige leeftijd verdwijnen. Zeer waarschijnlijk
omdat ze doelwit werd van de Nederlandse aanval op de Indonesische culturele
elite. In het artikel stelt Thung dat de meest gedetailleerde
beschrijving van haar dood als 24 jarige in 1948 is geschreven door
Vuyk, maar dat die weinig geloofwaardig was. Waar ze dat schreef
meldt hij niet. In De toeschouwer kwam ik het niet tegen, of het moet
een door mij niet opgemerkte verdichting zijn. Aan het slot van zijn
artikel komt hij zelf terug op De toeschouwer en schrijft dat hij
geen In Memoriam van
Ida
kon vinden alleen de opdracht in het verhaal van Vuyk. Daarmee
brengen ze dan samen in 2022 voor mij een kritische universele
levenslust uit de jaren van de Indonesische revolutie tot leven. (Zie
meer over Ida Nasution op
dit blog,
met Google vertaal goed te lezen.)
Lezen
over Nasution geeft ook inzicht in de positie van Vuyk, die keuzes
zou maken vergelijkbaar met de hare en daarom ook het land van haar
dromen in 1958 verliet (aldus
Rudy Kousbroek)
of zou moeten
verlaten als opposant van Soekarno.
Ze was deel van een socialistische politieke beweging die had
afgedaan. Sutan Sjahrir (tot wiens groep ze had behoord), de eerste
premier van Indonesië, werd in 1962 gevangen genomen. Haar collega
Mochtar
Lubis
(o.a. van het prachtige boek Het land onder de
regenboog)
werd gevangen genomen. Ze werd daarmee een van de velen binnen de
stroom die naar Nederland ging. De keuze voor de Republiek was niet
voldoende. Haar felle tegenstand tegen Soekarno zou haar naar een
woonboot in de Vecht bij Loenen jagen. Als je gaat graven merk je
hoeveel er onder de oppervlakte van de verhalen leeft.
Zwarte
huid blanke maskers
De
keuze voor de Republiek is geen vanzelfsprekendheid zoals blijkt uit
het verhaal De jager met zijn schietgeweer,
waar een Indo scheepskapitein kiest voor de kolonialen en tegen de
Indonesiërs en de nieuwe verhoudingen: bovendien is het zijn “zwarte
vel, mijn eigen vel dat ik zou willen afscheuren. Het is de Aziaat in
mijzelf die ik haat.”
De scheepskapitein kende het gezin Vuyk op Baroe goed en bezocht hen
regelmatig. Hij had er bewondering voor dat zij konden wat de
Hollanders konden, een land ontginnen, leven in harde omstandigheden.
Hier ontploffen de koloniale verhoudingen rechtstreeks in het gezicht
van de schrijfster. Het lezen ervan doet pijn.
Ontrafeld
De
beschrijving van een feest in een long house, nog versierd met oud
houtsnijwerk, bij de Dajaks en hoe de prachtige folklore toch
uiteindelijk van zijn schone schijn wordt ontdaan is een mooie manier
om betrokken, maar toch met gepaste afstand te schrijven. De titel
zegt veel over de levensinstelling van de schrijfster: Avontuur
als vakantie.
Later schreef ze nog eens over het bezoek aan de Dajaks in Full
of sound and fury.
Dan komt het koppensnellen dichterbij. Aan de plafonds hangen manden
met schedels, ook verse. Het blijft macaber; gesneden van Japanse
rompen.
De Japanse bezetting gaat allengs een steeds grotere
rol spelen in de verhalen. Overleven binnen en buiten de kampen. In
All our yesterdays
vermengt een ziekenhuisopname zich met vreselijke intimidatie door
een officier van de Kempeitai. De toeschouwer gaat vrijwel geheel
over een man met oorlogs- en kampervaringen. Het heeft – ondanks
alles wat benoemd wordt –, een buitengewoon positieve toon. Huize
Sonja
graaft weer in de koloniale samenleving en laat zien dat een te snel
geveld oordeel wel eens naast de plank kan slaan. De
laatste waardigheid
laat de complexiteit van de (post) koloniale samenleving op Sumatra
zien waar verschillende loyaliteiten spelen. De
onafhankelijkheidsoorlog met zijn verraad en martelingen door de
strijdende partijen komen samen in Full of sound
and fury.
Weer wordt Engels gekozen voor de titel. Deze komt van Shakespeare
uit MacBeth (5e akte, 5e scene) waar de koning zelf zegt: “Verteld
door een idioot, vol brallende onzin. Die niets betekent.”
Lezen is meer dan een avontuur. Het is ook het inleven in
mensen en situaties als het verhaal goed vertelt wordt. Hier gebeurt
dat en wordt een stuk van 15 jaar Nederlands kolonialisme en oorlog
ontrafeld door een betrokkene.
Verder
lezen:
* Joop van den Berg, Niet
uit nostalgie; Beb Vuyk (1905), 1990.
* H.G. Surie, Driemaal
Beb Vuyk, Hollands Weekblad. Jaargang 4 (1962-1963)
* A. A.
Scova Righini, , Een
leven in twee vaderlanden. Een biografie van Bep Vuijk,
Universiteit van Amsterdam (in eigen beheer), 2004.
* Widjajanti
Dharmowijono, Van
koelies, klontongs en kapiteins : het beeld van de Chinezen in
Indisch-Nederlands literair proza 1880-1950, Universiteit van
Amsterdam, 2009.
Volgende bespreking onder foto.
Laatst gelezen boek boven.
Tsjik
is een roman van Wolfgang Hernndorf. De naam in de titel is de gemakkelijker
bekkende afkorting van Tsjichatsjov. Hij is de zoon van Russische
immigranten in Berlijn en komt op zijn 14e al met regelmaat dronken
naar school. Hij zit in de klas bij Maik Klinkenberg. Maik is zoon
van een moeder die regelmatig naar de Beautyfarm – een familie code
voor de afkickkliniek – gaat. Met vader gaat het ook al niet goed.
Zijn bouwproject is gestuit op een paar beschermde dieren, waardoor
zijn aangekochte stuk land voor een nieuwbouwwijk braak ligt. Er is alleen
een klein speeltuintje opgetuigd.
Als moeder weer in de
beautyfarm zit en vader op vakantie gaat met zijn jonge secretaresse,
blijft Maik alleen achter met geld en eten voor de komende weken.
De vakantie was toch al slecht begonnen met een feest waarvoor
iedereen was uitgenodigd behalve Maik, Tsjik en nog wat
buitenbeetjes.
Tsjik dringt zich aan Maik op en uiteindelijk gaan de
twee met een gestolen Lada opzoek naar de opa van Tsjik die in het
denkbeeldige Wallachije zou wonen. Ze vinden hem natuurlijk niet,
maar onderweg maken ze van alles mee en het is heerlijk om op de
achterbank mee te rijden met de innemende pubers.
Even
struikel ik over de belangrijkste man van Nederland de komende maand. Louis van Gaal wordt genoemd door de hyper fitte gymleraar van de jongens:
“En
van Gaal die ouwe vos!”
In de werkelijkheid zou de huidige trainer van het Nederlands elftal
zeggen: “Logisch
toch,”
want in 2010 – het jaar dat het boek uitkwam – was hij coach van
Bayern München. Het middelpunt der dingen is hij vanzelf; niet gespeend van een flinke portie eigendunk. Maar ik had hem hier
niet verwacht.
Dat de roman is verfilmd
wekt dan weer geen verbazing. Herkenning is prettig en wie heeft geen
herinneringen aan leraren op de middelbare school. Het boek leest
daarbij als een voortrazend filmscript, geeft een fijn gevoel en is
positief van toon (zelfs over de politie geen kwaad woord). Mensen
blijken behulpzaam en het leven is mooier en avontuurlijker dan het
leek in het grote huis met zwembad thuis bij Maik. Tsjik zet echter de toon.
P.S. Op Facebook werd ik erop gewezen dat de auteur is overleden. Hij had glioblastoma een vorm van kanker die eerst de hersens en daarna de zenuwbanen aantast. Hij benam zichzelf het leven met een revolver. Een ander vertelt dat hij nu vlakbij Brecht begraven is op het Hugenoten Friedhof in Berlijn.
Volgende bespreking onder foto.
Laatst gelezen boek boven.
Het
avontuur van de dameskapper is
een roman van Eduardo
Mendoza
de schrijver die bekend is geworden door het boek 'De stad der
wonderen', waarvan er miljoenen werden verkocht. Net zoals dat boek
speelt ook dit in Barcelona.
De hoofdpersoon is een uit een
psychiatrische inrichting ontslagen kleine crimineel die aan de slag
gaat als kapper. Hij wordt betrokken in een diefstal, moord en de
intriges van een groep toonaangevende personen in economie en bestuur
van de stad.
Op de achterflap wordt Ingrid van Frankenhuyzen
aangehaald die het boek voor NRC recenseerde: “Een
grote postmoderne schaterlach... De lucide en prozaïsche stijl van
Mendoza in combinatie met de vele onzinnige verwikkelingen, zorgt er
dan ook voor dat de thriller niet stilletjes gelezen kan worden.
Zelden las ik zo'n hilarisch boek.”
Zelf
was ik bang dat dit een boek zou worden waarvan ik de laatste pagina
niet zou halen, zo plat vond ik de lollige humor die van de pagina's
spatte. Een niemendalletje van bijna 300 bladzijden. Goed de
verwikkelingen sleepten me uiteindelijk toch mee naar de laatste
pagina en de onthulling van wie welke rol speelde bij de moord.
“Een
burleske, exuberante atypische misdaadroman” noemde de
Volkskrant het boek. Het lag kennelijk niet aan mij.
Maar
misschien is het voor in de zon op het strand. Af en toe de oogleden
van binnen bestuderen en daarna weer verder letters happen. Er wordt
in het verhaal zelfs een plaats iets ten noorden van Barcelona
genoemd: Vilassar, goed bereikbaar per trein, met het
“station
pal aan het strand.” Of aan de andere kant van de stad
Castelldefels, waar je vast nieuwsgierig wordt wat er achter de
deuren van de grote huizen gebeurt. Maller dan in deze roman zal het
niet worden.
Volgende bespreking onder foto.
Laatst gelezen boek boven.

De
Woensdagclub
van
Kjell Westö speelt
in het Helsinki van 1938. De stad wordt in het boek op zijn Zweeds Helsinfors genoemd. Het werd in de 16e eeuw gesticht door de
Zweedse koning Gustaaf I en de Zweden zouden tot begin 19e eeuw de dienst uitmaken in Finland. Daarna zou hun invloed ook cultureel gezien tanen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog sprak een
tiende van de bevolking
van Finland nog Zweeds. De Woensdagclub is een kleine Zweedstalige
vriendengroep uit advocatuur, geneeskunde, journalistiek, kunst en
industrie in de Finse hoofdstad.Het boek raakt drie zaken. De pijnlijke oorlog in
de begin jaren twintig, van de twintigste eeuw waarbij de Roden door de Witte werden
verslagen. De volgende gewelddadige vernedering speelt door in de
verhoudingen in de Finse samenleving. De sociaal bewogen – maar niet
te overdreven – advocaat Thune gebruikt de woorden gevangene en
gevangenis, terwijl zijn administratieve steun en toeverlaat mevrouw
Wiik en slachtoffer van de Witten daarvoor de woorden strafkampen en doodsbarakken
gebruikt. De advocaat is een Zweedstalige man uit de bevoorrechte
klasse. Mevrouw Wiik stamt uit de Finstalige arbeidersklasse. Er
speelt nog een conflict en dat ligt als een de adem afsnijdende walm over het hele boek, de opkomst van het nazisme in Europa. In
het voorwoord schrijft Westö een korte uitleg over de geschiedenis
van Finland. Vreemd genoeg weinig over het jaar waarin het boek
speelt. Wel over de jaren daarna waar Finland eerst een oorlog tegen
Rusland vocht, de
Winteroorlog van 1939-1940
en tussen 1941 en 1944 samen met Duitsland de Vervolgoorlog. Of
Finland een bondgenoot was of een meestrijdende partij daarover wordt
nog steeds gedebatteerd. In De
meeuw van Sándor Márai speelde de Winteroorlog ook al een rol:
voornaam op de achtergrond. In de Woensdagclub zijn er een
paar die net niet helemaal openlijk antisemitisch zijn, die net niet
helemaal Duitsland steunen, maar wel bijna. Het geeft frictie en het
is teveel voor de vriendengroep. Het is zo'n onderwerp waar je het beter
niet over kan hebben als je de lieve vrede wilt bewaren (je kent het wel: geloof, opvoeding, zwarte piet, Israël-Palestina e.d.) en
als dit niet mogelijk is dreigen jarenlange vriendschappen te
sneuvelen. Maar sommige ontwikkelingen zijn te groot om niet genoemd te worden.
Zo ook hier. Bovendien speelden hier ook de nog lang niet geheelde wonden van nog
geen twee decennia eerder. Westö merkt in
het voorwoord bij het boek uit 2013 op: “Helaas
zijn de sporen en littekens van de problematische geschiedenis van
Finland ook nu nog zichtbaar en hoorbaar voor degenen die het land
goed kennen.”
Hij vertaalt dit zwijgen en ongemak naar een roman. Mevrouw
Wiik hoort de leden van de Woensdagclub aan: “Op
verheven toon, soms klonken ze als slechte toneelspelers die op de
bühne stonden te declameren. Geen bescheidenheid, de humor zonder
uitzondering grof en lomp.”
Ze voegt daar verzuchting aan toe, die helaas niets aan zijn waarde
heeft ingeboet: “Waarom
begrepen ze niet dat je wijs werd door goed te luisteren? Niet door
zelf te oreren, verliefd te worden op je eigen stem, steeds te
herhalen wat je al zo zo lang meent en vindt ...”In
het boek reizen we in 1787 ook samen met Caterina de Grote over de
Krim. Het schiereiland is net door haar voormalige geliefde de
Maarschalk Potemkin op de Turken veroverd. Ze gaat met veertien
enorme woonhuizen op sleden en die worden gevolgd door 164 gewone
sleden. Als de sneeuw gesmolten is gaat de reis verder over de Dnjepr
met schepen waarop een bibliotheek en concertzaal met symfonieorkest.
Ze zien voortdurend de meest weelderige omgeving. Tot de reizigers
gaan beseffen dat ze voor het lapje worden gehouden en het voor de
passanten in scene gezette situaties zijn. Een dergelijke vertekende voorspiegeling is bekend geworden als Potemkindorpen.
Het
schiereiland is inmiddels niet meer weg te denken uit het actuele
nieuws. Er is helaas wel meer uit die beschreven jaren dertig dat
enigszins aan nu doet denken. Het boek ademt een sfeer van
een opkomend fascisme en hoe mensen daarmee omgaan. Wees toch niet zo
uitgesproken of juist wel. Het is een afweging. Hoe kan een Jood zijn Jood zijn
benadrukken in deze tijden, stelt een van de zes vrienden. Daarnaast
zit er een plot in de roman dat je onvermijdelijk aan ziet komen, maar toch
ook verrast. De Woensdagclub is spannend, dwingend en met voelbare –
om een veel misbruikt woord te gebruiken – urgentie om een verhaal met grote betekenis te vertellen.
Ik lees met moeite, maar wel graag.
Het voordeel van een boek is dat als je er in zit dat relatief lang
duurt. Dat maakt het makkelijker leesbaar dan losse artikelen. Vanaf 31
januari 2018, op de laatste dag van de maand, zet ik kort (het moet het
lezen zelf niet in de weg staan) op een rijtje wat ik las. Want ook bij
het onthouden kan ik wel wat steun gebruiken.